Ik hou van graniet; Gesprek met regisseur Ignace Cornelissen

“Het beroeren van andermans ziel was tot voor kort het exclusieve domein van de kerk. Niet voor niets werd theater dikwijls verbannen uit de samenleving”, zegt Ignace Cornelissen. De Vlaamse regisseur wil zijn toneelgroep Het Gevolg, dat vooral voor kinderen speelde, veranderen in een gezelschap voor volwassenen. “Ik heb de behoefte wilder te worden.”

De kersentuin door Theater Antigone is t/m 29 maart op diverse plaatsen in Nederland en Vlaanderen te zien. Inl 020-6264545. Casanova's thuisreis door het Nederlands Toneel Gent, spel Jef Demedts, gaat in de Minardschouwburg te Gent in première en staat daar t/m 12 april. Inl 0032-92253208.

De Vlaamse regisseur Ignace Cornelissen is een man die maat weet te houden. “Leven met illusies is mooi, als je de werkelijkheid maar niet uit het oog verliest”, meent hij. Maar ook al mijdt hij extremen, zijn acteurs drijft hij tot het uiterste. Dries Smits bijvoorbeeld overtrof zichzelf in Bouwmeester Solness: in dat stuk van Henrik Ibsen speelde hij op prachtig weerbarstige wijze een man die doodsbang was voor de aanstormende jeugd. Een verdorde, stroeve figuur, hard voor zichzelf en anderen, en dan fataal tot leven gewekt door een jong gevaarlijk meisje. Het decor had niet eenvoudiger gekund, met om de speelvloer heen een muur waar het meisje plots doorheen brak: haar opkomst leek op die van een geest en misschien wàs zij dat ook wel, aan Solness verschenen om hem te kwellen en definitief te verlossen.

Cornelissens ensceneringen zijn helder en dubbelzinnig, zwaarmoedig en licht. De humor in zijn regie van Tsjechovs De kersentuin, die nog steeds te zien is, viel niet bij alle critici in goede aarde. Inderdaad zet een van de personages net iets te leutig een lampenkap op zijn hoofd, terwijl een ander een staaltje van buikspreekkunst weggeeft. Maar dat is geen effectbejag van de regisseur, dat is een uitvoering van Tsjechovs eigen wensen. In een van de vier bedrijven viert men een feestje, en zoals dat wel vaker op feestjes gaat moet de lol een hoop minder plezierige dingen maskeren. Lol is zelden lol alleen, zoals een komedie (en Tsjechov noemde zijn drama nadrukkelijk zo) zelden alleen een komedie is.

Onderhuids heeft Cornelissen het samen met zijn auteurs steeds over de pijn van het ouder worden. In De kersentuin verzet haast iedereen zich tegen de ouderdom door te schertsen en onuitvoerbare toekomstplannen te maken. Bouwmeester Solness, niet meer de allerjongste, laat zich verleiden tot prestaties die zijn vermogens te boven gaan. De oude boer in Tenessee Williams' stuk Kat op een heet zinken dak weet zich geen raad met zijn kanker. En in Casanova's thuisreis, een voorstelling die binnenkort in première gaat, vermoordt de titelfiguur een jongeman omdat hij in hem zijn eigen jeugd herkent. Casanova, de vrijdenker, legt na zijn daad verantwoording af bij God. Hij blikt terug op zijn leven en kan niet anders concluderen: jong zijn is de hemel en oud zijn is de hel.

Ignace Cornelissen zelf is met zijn 37 levensjaren nog niet zo heel erg oud. Maar iets ouwelijks heeft hij wel. Een vormeloze bruine jas omhult zijn smalle lichaam en op zijn hoofd groeit pluizig haar. Als hij het café van de Vlaamse Opera in Antwerpen binnenstapt is hij uit zijn doen. Hij heeft zojuist gehoord dat acteur Cyriel van Gent, de stokoude bediende Firs van De kersentuin, door een beroerte getroffen is.* Omdat de Kersentuin-tournee nog maar voor de helft voltooid is en het gezelschap Antigone om financiële redenen wel door móet spelen, dient er op korte termijn een vervanger te worden gevonden.

Wanneer de regisseur in het café enigszins tot rust gekomen is, zegt hij: “In zeker opzicht lijken Firs en ik op elkaar. Ook ìk kan me opwinden over verloren waarden. Collega's van me willen het verleden uitgommen, alles moet nieuw van hen zijn. Ik ben altijd op zoek naar een balans tussen verleden en toekomst en ik werk dan ook graag met oude acteurs. Dat is niet eenvoudig, want zij komen uit een andere theaterpraktijk. Maar ik houd nu eenmaal van graniet. Als je verkeerd hakt en beitelt kun je dat graniet behoorlijk verminken, maar doe je het goed, dan krijg je een zeer krachtig beeld.”

Jaloers

Met andere woorden: “Oudere acteurs stralen een autoriteit uit waar jongeren jaloers op kunnen zijn: een doorleefdheid, een ontroerende rijpheid.” Ook aan die jongeren stelt Cornelissen hoge eisen. “Ze moeten al hun trucs vergeten opdat ze tijdens elke voorstelling een strijd met hun emoties aangaan. Bij de toeschouwer wrikt die strijd iets los waardoor hij het theater als een gevoeliger mens verlaat.” Wat dat betreft zijn regisseurs net duivelskunstenaars. “Het beroeren van andermans ziel was tot voor kort het exclusieve domein van de kerk. Niet voor niets werd theater dikwijls verbannen uit de samenleving. Het werd als bedreigend ervaren omdat het tegen bepaalde normen inging maar ook omdat theater aan meer appelleert dan aan het verstand alleen.”

Het geloof van Ignace Cornelissen in de kracht van theater gaat zover dat hij durft te beweren: “Zelfs een bescheiden toneelvoorstelling kan de beslissingen beïnvloeden die mensen in hun eigen vakgebied gaan nemen. Door een beroep te doen op het gevoel kun je meer bereiken dan door slogans te schreeuwen. Politici”, vervolgt hij zonder pauze, “verschansen zich in hun ivoren toren. Maar dat geldt ook voor veel kunstenaars. Als het publiek wegblijft ligt dat volgens hen niet aan hun kunst maar aan de domheid van de mensen. Ze willen niet weten dat je het publiek best naar je toe kunt trekken - door voeling te houden met wat er in de wereld leeft.”

Ook extreem-rechts, in Vlaanderen een omvangrijke groep, zou hij willen bereiken. “Wij Vlaamse theatermakers moeten van de zomer maar eens met spektakelstukken de probleemwijken in, om contact met die basis te houden.” Zijn neiging om elke toeschouwer, geschoold of ongeschoold, serieus te nemen, heeft met zijn eigen afkomst te maken. “Ik ben in een bescheiden gezin grootgebracht. Mijn vader was arbeider, in een kleine staalgieterij bij de Nederlandse grens. We praatten thuis weinig met elkaar, en al helemáál niet over gevoelens. Wegens onze ongeletterdheid zaten we met enorme minderwaardigheidscomplexen. Misschien dat ik daarom in mijn regies zoveel begrip opbreng voor mensen die proberen zich aan hun milieu te ontworstelen. Bouwmeester Solness, een autodidact, is zo iemand.”

Het kind Ignace droomde van een carrière in de showbusiness. “Ik dacht: ik wil naar de wereld van glitter en glamour. Ik verzamelde foto's van filmsterren die ik uit de Rosita's van mijn moeder scheurde. Maar ik kwam in het kindertheater terecht.” Welbeschouwd was dat, na een acteursopleiding in Brussel, toch een bewuste keuze. “Ik ging bij het theater om weg te komen uit die communicatie-armoe van thuis. Het kindertheater bleek voor mij de beste ontsnappingsroute. Het volwassenentheater was begin jaren tachtig erg academisch, het was de periode waarin de dramaturgen hun intrede deden. Het kindertheater bood emoties en onvoorspelbaarheid en verrassing.”

Dertien jaar geleden richtte hij in zijn geboorteplaats Turnhout Het Gevolg op, een gezelschap dat voor kinderen Shakespeare-bewerkingen speelde maar ook stukken van Cornelissen zelf. “Veel mensen denken dat kindertheater van mindere kwaliteit is dan theater voor volwassenen. Maar dat onderscheid is onzin. Als ik met mijn eigen kinderen door een museum loop stel ik vast dat bepaalde schilderijen hun interesse wekken. Maar daarom noem ik dat nog geen kinderschilderkunst. Het werk van René Magritte bijvoorbeeld is, ook voor kinderen, toegankelijk en toch blijft het mysterieus.”

Bruskeren

De menselijke geest is misschien wel het grootste mysterie, zegt hij. “Je kunt wel de wortels van schaamte en schuldgevoelens blootleggen, waar Ibsen een meester in was, maar één ding bleef ook voor hem een raadsel: waarom verlangen mensen, waarom hunkeren zij?” Zelf gelooft Ignace Cornelissen niet in God, maar zijn respect voor hen die dat wel doen grenst aan bewondering. “Zeker vandaag de dag getuigt het van moed wanneer mensen ondanks alle kritiek op de kerk daar toch welbewust voor kiezen.” Hij heeft 'een merkwaardige evolutie' ontdekt in de manier waarop de personages van Sophocles, Tsjechov en Tenessee Williams met de goden omgaan.

“Bij Sophocles kunnen de mensen als ze zijn vastgelopen nog heel duidelijk een beroep op de goden doen. Op een of andere manier zal er wel gevolg worden gegeven aan hun smeekbeden. Bij Tsjechov hebben sommige personages nog wel religieuze aspiraties, maar eigenlijk weten ze dat ze van God niets meer kunnen verwachten. En bij Williams is het nog merkwaardiger, dat heeft met de Amerikaanse Droom te maken: zijn personages zijn zichzèlf God gaan wanen. Ze hebben zichzelf een goddelijke status aangemeten - en dat houden ze niet vol. Want gaandeweg craqueleert die glans en dat gevoel van goddelijke wijsheid, en voor hen is er dan niets anders om zich op te richten.”

Bouwmeester Solness is bang zijn scheppende kracht te verliezen. Heeft Cornelissen, de kunstenaar, die angsten ook? “Wie niet?” vraagt hij terug. “We leven immers in een tijd waarin je het voor je dertigste gemaakt moet hebben. En we blijven maar denken dat werk de enige manier is om ons te profileren. Een gedachte die niet deugt. Maar eerlijk is eerlijk: op de vraag of ik zonder dit werk zou kunnen moet ik ontkennend antwoorden.” Hij is dat werk wel aan het herstructureren: zijn kindertheatergezelschap Het Gevolg gaat zich vanaf volgend seizoen uitsluitend op volwassenentheater toeleggen. “Het wordt tijd om met Het Gevolg eens iets anders te doen. Ik weet nu hoe je spannend theater voor volwassenen, of liever, voor alle leeftijden, kunt maken en ik snak ernaar met een eigen gezelschap een eigen oeuvre en een eigen publiek op te bouwen. Al dat freelance-geregisseer bij andere volwassenentheatergezelschappen vergde te veel van mijn aanpassingsvermogen.”

Was hij vroeger wilder dan nu? “Ik heb de behoefte om wilder te wòrden. De BRT zendt zondags een nieuwsmagazine uit, De zevende dag, waarin de belangrijkste items van die week gecompileerd zijn tot een soort videoclip begeleid door een popsong. De bloedigste taferelen - opstanden die neergeslagen worden, bomexplosies en rampen - en daarbij dan zo'n mooi liedje. Ik voel afkeer als ik daarnaar kijk maar ik word er ook door aangetrokken. Theater zou net zo moeten zijn: iets dat beantwoordt aan ons muzische gevoel en dat toch bruskeert. Bouwmeester Solness kwam bij dat ideaal in de buurt en op die manier wil ik vaker gaan werken. Maar nu doe ik natuurlijk een uitspraak waarop ik voortaan getaxeerd zal worden. Schrap ze dus maar, die laatste zinnen.”

* Op donderdag 20 februari is Cyriel van Gent in zijn huis te Gent overleden. In die stad werd hij dinsdagochtend begraven. Cyriel van Gent, die 73 jaar werd, werd in Nederland bekend met de rol van boer in het televisiedrama Merijntje Gijsen. In Vlaanderen was hij, als vast acteur bij het Nederlands Toneel Gent, een coryfee. Zijn rol in De kersentuin is overgenomen door de 53-jarige Luc D'Heu.