Ie-meel

Wired Style. Principles of English Usage in the Digital Age. From the Editors of Wired. Edited by Constance Hale. HardWired, 158 blz. ƒ 38,95

'Ten einde raad toetste ik voor de tiende maal haar nummer.' Zo'n zin zou je kunnen tegenkomen in een modieuze roman waarin het taalgebruik de techniek op de voet heeft gevolgd. Op emotionele crisis-momenten grijpt de hoofdpersoon de hi-telefoon, bij hartsproblemen wordt '06 11' ingetoetst op het polshorloge, of springt het modem op 'OK'. De satelliet reageert onmiddellijk, de geliefde wordt gepiept, de boodschap bewaard èn verzonden. Het ouderwetse draaien van een telefoonnummer is, als het aanzwengelen van een T-Ford, voortaan voorbehouden aan de veldwachter en de conciërge van de dorpsschool. En terwijl 'draaien' zo wordt ingehaald door 'toetsen', pleegt 'zappen' broedermoord op 'bladeren'.

Techniek en literatuur kunnen om elkaar heen draaien als gretige, maar achterdochtige pubers. Wordt het zoenen, of toch maar weer slaan? Het kàn allebei. De techniek is al jaren een dankbare zondebok voor filosofische romanciers die uit elk stopcontact de doodsdrift van de westerse cultuur zien stromen. De wereld is erdoor 'onttoverd', klagen ze, en de verbeelding vermorzeld tussen rekensommen en raketten. In sommige literaire boetepreken over de 'dictatuur van de techniek' en ons 'blinde rationalisme' lijkt het maar een kleine stap van stofzuiger naar Star Wars.

Zulke jammerklachten doen makkelijk vergeten hoe wonderlijk de techniek ooit was, en hoe goed ze zich juist leent voor de literaire verbeelding. Het hard ware gehalte van Prousts A la recherche du temps perdu, om een voorbeeld te noemen, is niet mals. De schrijver maakte niet alleen fenomenologische analyses van liefde en jaloezie, maar ook van het spreken door de telefoon, het reizen per trein, en het gadeslaan van bombardementsvluchten (Parijs, 1917). Hier vinden we helemaal geen 'onttoverde' werkelijkheid. Integendeel, Proust was gefascineerd door de techniek - en fascinatie is per slot van rekening een soort betovering.

Inmiddels zijn de bakelieten telefoon, de stoomtrein en de zeppelins waar hij zich nog zo over verwonderde, allang antiek geworden. Een schrijver moet zich nu verstaan met pc, e-mail en Internet - media die niet alleen handig zijn voor efficiënte 'tekstverwerking', maar die ook weer hun eigen idioom creëren. Hoe moet je daar in een tekst, zeker een literaire, gebruik van maken?

Die vraag dringt temeer, nu de ministers Wijers (Economische Zaken) en Ritzen (Onderwijs) van plan blijken alle scholen in Nederland toegang te geven tot Internet, en daarmee tot het, vooralsnog Engelstalige, digitale tijdperk. Wordt 'ik heb je mailtjes gedeleet' zodoende de opvolger van 'ik verscheurde je foto'? Naar welke 'folder' moeten de scholieren hun huiswerk en liefdesmail 'saven'? En wat betekent die digitale redding? Hoeveel kilobyte huiswerk en handjeshouden kun je wegschrijven op een hard disk?

Gelukkig is nu het stijlboekje Wired Style verschenen, een compendium voor schrijvers in het Digitale Tijdperk (hoofdletters ontleend aan het compendium). Het geeft een onderhoudend en educatief overzicht van het (Engels-Amerikaanse) taalgebruik in Internet-kringen. Van woordenlijsten tot afkortingen, van e-mail (spreek uit: ie-meel, in niet-Westerse landen ook wel gehoord: e-miel) tot cyberpunk ('science fiction waarin 'high tech' een ontmoeting aangaat met 'low life'). Een Nederlandse uitgave lijkt geboden, als het Ritzen en Wijers tenminste ernst is.

Maar er is meer. Dit boekje geeft niet alleen uitleg, het belooft ook een compleet nieuw huwelijk tussen taal en techniek. Zoals de literaire pessimisten in techniek alleen maar vervlakking en vergroving zien, zo ontwaren de editors van Wired een revolutionaire ontketening van de creativiteit. Als iedereen toegang krijgt tot cyberspace, opent zich volgens hen een ongekend democratische ruimte voor artistieke, esthetische, politieke en journalistieke expressie. Het digitale medium stelt iedere gebruiker in staat een eigen stem te ontwikkelen - precies wat hem nooit is gelukt in al die moeizame klassikale opdrachten op school. Iedereen kan, vanachter zijn pc, tekeergaan als Michelangelo in een marmergroeve.

Hier hebben we dus, als we de editors van Wired geloven, een nieuwe techniek die niet afstompt of objectiveert, maar juist inspireert en subjectiveert. Het resultaat moet 'kosmopolitisch' zijn en tegelijk 'streetwise', 'intelligent', maar ook 'in-your-face'. De stijl van Wired is namelijk bedoeld als tegengif tegen zowel overgestileerde literatuur als fabrieksmatig krantenproza. Van dat anarchistische optimisme getuigen ook de hoofdstuktitels, die kunnen worden opgevat als aanbevelingen. 'Voice is Paramount', 'Be Elite', 'Anticipate the Future' en, als klap op de vuurpijl: 'Screw the Rules'. Trek je nergens iets van aan, maar laat jouw stem horen.

Zulk ludiek bravoure is altijd verfrissend - en roept ook altijd weerstand op. Over het snelle, vluchtige corresponderen via e-mail is door sceptische briefschrijvers al vaak opgemerkt dat het de auteurs nu net berooft van het moment van bedachtzaamheid dat nodig zou zijn om een eigen stem te vinden. Zoals Truman Capote ooit over het werk van Jack Kerouac snoefde: “Dat is geen schrijven, dat is typen.” Maar aan de andere kant: getypt of geschreven, Jack Kerouac hàd onmiskenbaar een eigen stem.

Het probleem met de nieuwe taal die dit boekje belooft, zit hem eerder in iets anders. Anarchie wordt nu eenmaal niet in een handboek afgekondigd, zomin als speelsheid zich laat dicteren. De oproepen aan e-mail-nieuwkomers om toch vooral luchtig te zijn, en te 'spelen met de grammatica en syntaxis', zijn daarom gewrongen, en wie weet contraproduktief. 'Wees grappig!' is niet het beste advies om een komiek van zijn plankenkoorts te bevrijden.

Alleen het bestaan van dit boekje is al een uitdrukking van de grenzen aan de anarcho-liberale wereld van Wired. De opdracht 'screw the rules' wordt immers gegeven in een stijlboek, dat ook nog eens als ondertitel heeft: 'Principles of English Usage in the Digital Age'. Principes voor de anarchie! Kennelijk is er eerst dringend behoefte aan duidelijkheid, regelgeving en standaardisatie, voor de virtuele creativiteit kan opbloeien.

Dat is ook logisch. Om ze te laten vieren heb je wel teugels nodig. Ook voor creative writing in het digitale tijdperk zijn regels vereist - of het nu de strenge zijn van de schoolklas, van de roman of van e-mail-verkeer, of de nog strengere van een vuistgevecht of een verliefdheid.

Wired Style bevestigt zo, als stijlboek, het elementaire uitgangspunt dat ook taal in een gedigitaliseerd universum simpelweg niet werkt zonder regels. Tot iemand ze weer 'screwt', natuurlijk.