Graanbrij met mergkool

Anneke Boonstra: Twee manen lang. Zestig dagen leven als in de ijzertijd. Walburg Pers, 191 blz. ƒ 34,50

Twee jaar geleden voerden zes medewerkers van het Prehistorisch Openluchtmuseum in Eindhoven een prehistorisch leefexperiment uit. Twee 'manen' lang zonderden zij zich op het terrein van het museum af van de twintigste eeuw. Zo goed en zo kwaad als dat ging trachtten zij het leven te leven van boeren uit de ijzertijd. De gedachte achter dit archeologische experiment was dat de praktijk mogelijke antwoorden kon geven op vragen die uit bodemvondsten niet kunnen worden beantwoord. Bewijzen zijn het niet, maar de uitkomsten kunnen dienen als ondersteuning voor veronderstellingen.

Bij het in 1982 opgerichte museum bestond al ruime ervaring met verschillende experimenten. De nagebouwde boerderijen zelf zijn experimenteel omdat opgravingen slechts grondplannen prijsgeven. De praktijk moet bijvoorbeeld uitwijzen welke dakconstructies het beste bestand blijken tegen weer en wind. De prehistorische mens zal net zo van de praktijk geleerd hebben, is de theorie. Regelmatig wordt daarnaast op het museumterrein geëxperimenteerd met het verbouwen en malen van graan, broodbakken en het maken van gereedschappen.

Van het leefexperiment is nu een verslag verschenen van museumdirecteur Anneke Boonstra, die zelf ook deelnam. Twee manen lang. Zestig dagen leven als in de ijzertijd geeft een gedetailleerde beschrijving van wat zich die twee maanden achter de houtwal op het museumterrein heeft afgespeeld. Per dag wordt een overzicht gegeven van de activiteiten, het menu, de weersomstandigheden en de sociale omstandigheden. Tussendoor staan recepten van de bereide maaltijden, aanwijzingen voor de gebruikte technieken en beschrijvingen van uitgevoerde proeven. Wie zelf een tijdje uit de twintigste eeuw wil stappen heeft hier een complete handleiding.

Grote variatie kende het dagelijks leven van de prehistorische mens waarschijnlijk niet en ook de dagen in het Eindhovense leefexperiment verliepen al snel volgens een vast patroon. Een groot deel van de activiteiten concentreerde zich elke dag weer op de voedselbereiding. Dat maakt de tekst van het boek soms tot net zulke stevige kost als de verorberde graanbrij met mergkool en pastinaak moet zijn geweest.

De dagboekopzet maakt duidelijk hoezeer de zes deelnemers het experiment beleefden als een spel met soms kinderlijke trekjes. Voor de duur van het experiment namen de deelnemers prehistorische namen aan als Tanna, Sigurs, Hor en Thay. Ieder had de opdracht een verhaal te verzinnen over zijn voorgeschiedenis, dat zou verklaren wat hen naar 'Eversham' had gebracht. Gedurende het experiment werden die verhalen 's avonds bij het vuur verteld.

Het spel werd door sommige deelnemers zo serieus genomen, dat concessies aan de twintigste eeuw meermalen tot heftige discussies leidden. Vooraf werd gediscussieerd over het meenemen van pen en papier en een fototoestel en tijdens het experiment werd gekibbeld over de vraag of twee blaasbalgen met een triplex bodem mochten worden ingezet voor het aanjagen van een ijzersmeltoven. Later morren de deelnemers over het slachten van een eend die in aanraking is geweest met (twintigste-eeuws) vervuild water. Helemaal onbegrijpelijk is het dan ook niet dat drs. P.J.C. Callebert, wiens functie niet wordt vermeld, in een bijlage geen direct antwoord geeft op de vraag in hoeverre het experiment de historische waarheid heeft benaderd. Callebert beschrijft wat bekend is over de boeren die in de ijzertijd in de Kempen woonden, maar onthoudt zich vrijwel geheel van commentaar op het experiment. Explicieter is Otto Harsema, wetenschappelijk medewerker van het Biologisch Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, die via het experiment zijn theorieën over de samenstelling van het basisvoedselpakket in de ijzertijd testte. De resultaten ontmoedigden hem niet, zo blijkt. Zo heeft het leefexperiment ook praktijkinformatie opgeleverd over de beste methode om ijzer uit ijzeroer te winnen, over de bruikbaarheid van diverse kledingstukken, over het meest effectieve gebruik van kookpotten en over de snelste manier om graan te malen. En daarnaast heeft het de deelnemers vooral ook tot bezinning gebracht over de verspilling van de moderne maatschappij, waar ze na afloop aan deze kant van de houtwal weer mee werden geconfronteerd.