God, een Hell's Angel op leeftijd

In de Amerikaanse strip 'The Preacher' is God van alles - een autodief in de nacht, een botsing van rots en regen - maar hij is geen watje. “The Preacher is het perfecte anti-serum tegen het neopositieve geneuzel van de New Age-beweging en de al even zelfingenomen neo-christelijke vroomheid.”

Preacher is een uitgave van DC Comics, 1700 Broadway New York, NY 10019, U.S.A., en is in Nederland verkrijgbaar bij het American Book Center en de betere stripboekenwinkel.

Nee, God is geen enorm konijn - zoals Petrus, die er op toeziet dat er niet per abuis iemand de Hemel binnenglipt, die tijdens zijn leven voor de sport op dieren heeft geschoten. God is een man (dus toch), met een grijze baard (ook dat) en lang haar, en hoewel hij al jaren tegen de zestig loopt, ziet hij er nog patent uit. Sterker nog, hij ziet eruit als een Hell's Angel op leeftijd die nog dagelijks met zware halters werkt en zich fluitend vijftig keer kan opdrukken. Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat hij al enige tijd niet op z'n plek zit en er, naar het zich laat aanzien, de brui aan heeft gegeven wat betreft het dagelijks bestuur van het universum. God heeft in overspannen toestand Het Paradijs verlaten en zwerft sindsdien rond op aarde, glimmend als een gigantische vuurvlieg.

Wat er in hemelsnaam is misgegaan? Ik zal je vertellen wat er is misgegaan. Het ondenkbare is gebeurd, iets dat dwars tegen de voorbestemde orde der dingen ingaat. Een van de aartsengelen, behorend tot de seraphi (de persoonlijke lijfwacht van de Heer), die belast was met de bewaking van het grensgebied tussen hemel en hel, is gevallen voor de verleidingskunst van een vrouwelijke demoon. Een zwarte duivelin met de schoonheid van 'een scheermes dat opblinkt in een steeg'. Uit die onzalige, met veel special effects geconsumeerde verbintenis is een geheel nieuw wezen geboren, een hybride van hemel en hel, met een kracht en een kennis die op z'n minst gelijk is aan die van God zelf. Het enige waaraan het dit wezen - dat door de Adephi, de denkers onder de engelen, Genesis is gedoopt - ontbrak, was een wil, een richtinggevend bewustzijn, het vermogen tot herinnering.

Om dat gemis goed te maken is Genesis - in de vorm van een komeet met het gezicht van een kind - aan de hemelse zorg ontsnapt naar de aarde, waar het zich in een klein stadje in Texas heeft verenigd met de ziel van de plaatselijke predikant. Dat is een zekere Jesse Custer, die sindsdien nog maar één doel najaagt: het opsporen van God en hem ter verantwoording roepen voor zijn desertie.

Bovenstaande berichten ontleen ik niet aan een onlangs in de Complete Dode Zee Rollen opgedoken apocriefe epiloog bij de Bijbel of een aan publicatie in het kader van de komende, aan het 'thema' 'Mijn God' gewijde Boekenweek, maar aan het in bepaalde kringen in Amerika razend populaire en uiterst realistisch getekende stripverhaal The Preacher van Garth Ennis en Steve Dillon, dat nu sinds twee jaar in maandelijkse afleveringen wordt uitgegeven door Vertigo/DC Comics. Deels theologische spaghetti-western, deels bloederige road movie, deels heavy metal gothiek en fin-de-siècle science fiction slapstick is The Preacher het perfecte anti-serum tegen het neopositieve geneuzel van de New Age-beweging en de al even zelfingenomen neo-christelijke vroomheid waartoe veel intellectuelen hun toevlucht zoeken om in deze genadeloze tijden hun morele superioriteit veilig te stellen.

De heidense elementen die - vaak letterlijk - het vlees en bloed van elke religie vormen, en die door de bangen en braven gevoegelijk onder het tapijt waren geveegd, beleven een triomfantelijke comeback via de populaire cultuur, en dat is maar goed ook. God is van alles, een autodief in de nacht, een botsing van rots en regen, liefde als een oordeel, driehonderd kilometer per uur op een zoutvlakte, maar wat hij ook is, hij is géén watje. God danst met aan elk van zijn vijf vingers en tenen een open stiletto.

Jesse Custer IS The Preacher en hij is cool. Hij werd geboren in de moerassen van Louisiana en opgevoed door zijn voodoo-oma, die zowel zijn vader als zijn moeder uit de weg liet ruimen om hem ongestoord klaar te kunnen stomen voor het predikersambt, southern style. Om zijn verzet te breken werd hij regelmatig in een verzwaarde doodskist op de bodem van een rivier gelegd - waar de kleine Jesse dan bemoedigend werd toegesproken door de geest van John Wayne. Vanaf het moment dat hij één ziel is geworden met het engel-en-duivelsgebroed Genesis wordt hij niet alleen geplaagd door ongecensureerde beelden van allerlei bovenaardse drama's, maar beschikt hij bovendien over de gave van Het Woord - wanneer hij met een bepaalde intonatie in zijn stem iemand iets gebiedt, kan die ander niets anders doen dan gehoorzamen. Een eigenschap die goed van pas komt wanneer je op de vlucht om geld of een snelle auto verlegen zit en je voortdurend geladen pistolen en geweren op je gericht weet.

Met zijn even persoonlijke als oud-testamentische vete met God is Jesse Custer als Preacher een typisch product van de zeer concrete manier waarop van oudsher in het zuiden van de Verenigde Staten religie wordt beleefd - uit een mengeling van hedonisme en puritanisme, een nek aan nek race tussen lust en boete. Denk aan Hazel Motes, de held van Flannery O'Connors bizarre roman Wiseblood, en diens 'Church Without Christ'. Denk aan Robert Mitchum in de film Night of the Hunter, als Bijbel-citerende killer die op de knokkels van zijn ene hand het woord GOOD en op die van zijn andere het woord EVIL getatoëerd had staan. Denk ook aan Reverend Jimmy Swaggart en zijn rock 'n' roll vuur en as predikende tweeling-neef Jerry Lee Lewis.

Wie ooit eerst een paar dagen door de gloeiende leegte van Texas heeft gereden om vervolgens gegeseld te worden door de hagel- en regenstormen van Louisiana, weet hoe hard en snel in dat gebied broeierige koortsdromen om kunnen slaan in naakte verschrikking. Wat ze verbindt - zoals de bliksem de hemel met de aarde verbindt - is de rilling die ze via je lijf door je ziel laten gaan. Wellust, drankzucht, bloeddorst - zonde leidt tot verdoemenis, maar voelt als verlossing. En uiteindelijk heeft God ze kennelijk zelf ook niet meer uit elkaar kunnen houden.

Ondertussen verloopt Jesses speurtocht naar God op aarde - waarin hij wordt bijgestaan door de Ierse vampier-in-spijkerbroek Cassidy en het even dodelijke als sexy meisje Tulip - niet zonder strubbelingen. Hij wordt niet alleen op de hielen gezeten door de Saint of Killers, een premiejager from Hell, maar ook door een wereldwijd op alle machtsniveaus vertakte geheime organisatie die zich 'De Graal' noemt.

In opdracht van Alvader D'Aronique, een weerzinwekkende vetzak die de verpersoonlijking is van alle wreedheid, vraatzucht en machtswellust van de Katholieke Kerk, waakt De Graal over de laatste telg uit de in het geheim doorgekweekte bloedlijn van Jezus - die destijds niet aan het kruis stierf, maar pas jaren later, als vader van een groot gezin. Wanneer binnenkort bij het wisselen van het millennium - en op aangeven van De Graal zelf - Armageddon losbreekt, zal dit kind naar voren worden geschoven als de nieuwe Messias. Helaas is de laatste directe afstammeling van Jezus, als produkt van bijna tweeduizend jaar incest, een idioot: een brabbelende tiener in een korte broek en een Smiley T-shirt. Om die aanfluiting te voorkomen, en om bij het verwerven van de wereldheerschappij te kunnen profiteren van zijn gave van Het Woord, probeert een kleine factie binnen De Graal Jesse Custer er toe te bewegen Messias te worden in plaats van de Messias.

Maar vooralsnog is The Preacher niet geïnteresseerd. Het enige dat hij wil - behalve doorzakken met Cassidy en vrijen met Tulip - is God aan zijn jasje trekken. En àls en wanneer dat moment aanbreekt, is het tot in de verste uithoeken van de schepping High Noon - dus zorg dat je gereed bent.