Farma en seks

Farmaceutische bedrijven mopperen. Niet dat de winstcijfers van de meeste innoverende concerns daartoe aanleiding geven, maar de overheden doen lastig en zijn onvoorspelbaar.

Mevrouw Clinton wil in de VS de gezondheidszorg herzien en de farmaceutische industrie vreest door de 'first lady' op de korrel te worden genomen. Europese landen nemen stuk voor stuk maatregelen om de uitgaven aan pillen, poeders en zalven te beteugelen. Nederland heeft een wet aangenomen waardoor de prijzen met gemiddeld twintig procent zijn gedaald. Nieuw geïntroduceerde, revolutionaire medicijnen zitten al sinds juli '93 in de wachtkamer, omdat de overheid niet toestaat dat de verzekering het gebruik ervan vergoedt. Volgens de vereniging van research-georiënteerde farmaceutische industrie, Nefarma, telt die wachtkamer inmiddels ruim 35 produkten.

'Farma' is bovendien 'linke bussiness'. Onderzoek en ontwikkeling vergen per produkt enkele honderden miljoenen dollars. Slechts weinig produkten halen na een jaar of tien de eindstreep. Van de octrooiduur resteert dan nog maar een paar jaar. In die periode moet een bedrijf dat produkt 'in de pen van de dokter' zien te krijgen om de ontwikkelingskosten terug te verdienen. Eenmaal per jaar moeten de grote bedrijven een 'blockbuster' introduceren. Zonder zo'n kassucces maken ze binnen enkele jaren slagzij onder de hoge onderzoekskosten. Fusies en overnames zijn aan de orde van de dag. Nieuwkomers zijn kansloos op deze markt.

Tegen die achtergrond is het wonderlijk dat chemieconcerns als DSM en Akzo Nobel juist die hoek opzoeken, respectievelijk meer opzoeken om te ontkomen aan de cycliciteit die de bulkchemie zo onvoorspelbaar maakt. Waarschijnlijk voelen ze zich aangesproken door het adagium dat de farmaceutische industrie koestert: “Pharmaceuticals is like sex. When it's good, it's perfect. When it's bad, it's still good.”