Elke dag zwaardvis

Hygiëne is het halve leven. Misschien wel het hele leven. Ik begin er steeds meer van overtuigd te raken. Het gebeurde op een vrijdagavond. Die middag had ik mijn haar laten wassen en knippen door een Colombiaan die rondreist om de haren van heren te verzorgen. 'Herenkapper komt bij u aan huis', staat op zijn kaartje. 'Tevens pedicure.'

Hij heeft een grote koffer bij zich, daar zitten allemaal scharen in en messen en scheergerei en dan gaat hij zitten knippen dat het een lust is. Na afloop veegt hij zelfs je haren van de vloer en smeert een paarse vloeistof die goed schijnt te zijn tegen haaruitval in je kapsel. Maar het gaat niet om de rondreizende kapper. Ook al beweert bij dat hij de vroegere president van Panama een jaar lang dagelijks geknipt en geschoren heeft.

's Avonds was ik gastheer van een tafel bestaande uit een man, een oude vrouw en een kind. Tegenwoordig zijn we gastheer. Dat heeft de eigenaar bedacht. Hij zei: 'De mensen komen hier, ze zijn tien jaar bij elkaar, en ze hebben niets meer tegen elkaar te zeggen, zien jullie dat niet? Jullle moeten ze wat geven om over te praten.'

Dertig jaar werkte de eigenaar nu in de horeca, en zijn ervaringen in het restaurant hadden zijn ideeën over het huwelijk beïnvloed. Romantiek, volgens hem, was de korte periode tussen de soep en het voorgerecht. En wij moesten die romantiek verkopen. Eigenlijk zag hij het hele leven als een zes-gangenmenu. Naar eigen zeggen was hij nu aan de koffie toe. Dat was niet erg, vooral het hoofdgerecht viel tegen. Twee dagen voor Valentijnsdag brulde hij: 'Ik wil meer seks in mijn restaurant!' Dagenlang was hij in een goed humeur geweest. Dan zei hij nauwelijks iets. Hij brandde kaarsjes voor de heiligen en na sluitingstijd riep hij geesten op met behulp van een leeg glas. Maar van de ene dag op de andere sloeg zijn humeur om, en dan begon hij al te brullen als hij nog op de parkeerplaats stond. Hij kwam nooit voor drie uur, want 's ochtends kwamen de leveranciers en die kon hij niet uitstaan. Vooral da leverancier van olijfolie haatte hij intens.

We keken elkaar aan, want als hij al op de parkeerplaats begon te brullen wisten we wat dat voor avond zou worden.

'Ik wil meer seks in mijn restaurant', riep hij, terwijl hij de keuken binnen stampte. 'Ik weet wat de mensen willen. Seks en kaarslicht en een tenor als Julio Iglesias en mooie obers. Ik heb een restaurant, begrijpen jullie, geen weeshuis en ook geen dagverblijf voor idioten.'

Nadat hij dit had gezegd deelde hij t-shirts uit waarop in grote letters DIVA stond. Die moesten we aantrekken. Ze zaten heel strak. Het licht dat toch al aardig gedimd was om de vlekken op het tapijt te verbergen werd nog meer gedimd. En in het kader van Valentijnsdag moesten wij op de spiegels in het heren- en damestoilet met lippenstift 'I love you' schrijven.

'Je vader is nu echt gek geworden', zei ik tegen Valentina, 'moet je kijken hoe ik eruit zie in mijn t-shirt.'

'Het staat juist heel schattig', antwoordde Valentina.

Vanaf die avond moesten we zeggen: 'Goedenavond. Mevrouw, meneer, ik ben uw gastheer voor vanavond, kan ik met u het menu doornemen?'

Een van mijn collega's kon jongleren. Hij moest zeggen: 'Vindt u het misschien leuk om te kijken hoe ik jongleer, terwijl u nadenkt over de keuze van uw hoofdgerecht?' En als ze dan knikten, jongleerde hij met drie sinaasappels. Die had hij altijd bij zich in een rieten mandje. De mensen vonden het prachtig. Laat een ober tussen voor- en hoofdgerecht met drie sinaasappels jongleren en de mensen hebben de rest van de avond wat om over te praten.

'Jongleer', zei de eigenaar tegen hem. 'Jongleer tot je erbij neervalt, dan hebben ze wat om over te praten. En als ze wat hebben om over te praten, blijven ze zitten om te eten en te drinken.'

Het gebeurde voor die tijd inderdaad regelmatig dat mensen samen kwamen, en een voor een weggingen, maar sinds er gejongleerd werd in The Ecobelli Brothers hadden de mensen de neiging de hele avond bij elkaar te blijven.

Noch kon ik jongleren, noch goochelen, daarom moest ik alleen maar zeggen: 'Ik ben uw gastheer.' Ik zag weI dat mensen naar mijn t-shirt staarden en dan met name naar het woord DIVA op mijn borst, maar ik deed gewoon of ik het niet zag.

Voor Valentijnsdag riep de eigenaar ons allemaal bij zich. 'De mensen komen hier', zei hij, 'om te vergeten met wie ze getrouwd zijn, om te vergeten waar ze wonen, om te vergeten wat voor werk ze doen. En jullie moeten ze helpen te vergeten. Jullie moeten ze seks, liefde en romantiek verkopen, want dat is wat verkoopt.'

'En kippenlever op toast', brulde hij ons nog na, 'dat is de Valentijnsdag-special, anders blijf ik weer met alle kippenlever zitten, net als vorig jaar.'

Die avond bediende ik de tafel met de man, het kind en de vrouw. Naast mij hoorde ik mijn collega zeggen: 'Zal ik even voor u jongleren, terwijl u nadenkt over de wijn?' Zonder op antwoord te wachten pakte hij drie sinaasappels en begon te jongleren.

'De kippenlever is uitstekend', zei ik tegen mijn tafel, 'wat wilt u als voorgerecht?''

De man keek mij even aan en zei toen: 'Jou!'

'Uitstekend', zei ik, 'en mevrouw?'

Toen ik alles had opgeschreven huppelde ik bijna naar de keuken.

'Wat is er gebeurd?', vroeg de eigenaar.

'Toen ik tafel 4L vroeg wat ze voor voorgerecht wilden, zei een man: ik wil jou!'

De eigenaar viel me om de hals. 'Eindelijk', fluisterde hij, 'eindelijk komt er wat seks in mijn restaurant, dit is mijn redding.'

En meteen daarop brandde hij een kaarsje om de Heilige Maagd te bedanken.

(wordt vervolgd)