Een uitnodigende zatladder; Het verzameld werk van Charles Bukowski

Voor Charles Bukowski (1920-1994) lag humor op straat, in de kroeg en in bed. Hij had lak aan artistieke kapsones en schreef met dubbele whisky-soda's als brandstof. Zijn uitgever Black Sparrow Press geeft nu zijn verzameld werk uit. Niet alleen het proza, maar ook gedichten en zijn correspondentie. Volgende week verschijnt de vertaling van 'Pulp' in het Nederlands en in Haarlem vindt een Bukowski-festival plaats met films, Bukowski Bier en een poëzienacht

Charles Bukowski: Pulp - Shakespeare never did this - Living on Luck - The last Night of the Earth Poems - Betting on the Muse. Black Sparrow Press.

Alle titels ƒ 33,30 *)

Het mooiste moment in de geschiedenis van 'literatuur-televisie' is het optreden van Charles 'Hank' Bukowski in Bernard Pivots Apostrophes in 1978. Bukowski had zich voor de uitzending moed ingedronken. Eenmaal in de ether, te midden van respectabele gasten, dronk hij in snel tempo nog twee flessen wijn leeg, schoffeerde links en rechts literatoren alsmede een 'echte dame', weigerde vragen te beantwoorden en stond midden in het gesprek op om naar de uitgang te wankelen. Ondertussen zaten de genodigde cultuurdragers en een groot deel van de suffe toeschouwers zich te verbijten van verontwaardiging. De camera volgde Bukowski's aftocht. Die bleef even staan voor een monkelende oude man in het publiek (zo'n grijsharige Franse boekensteun), legde een hand op het uiterst artistiek gecoiffeerde hoofd van de grote geest en sprak de historische woorden: 'You look worried.'

Nooit meer zo gelachen, nimmer de ernst van de letteren zo te kakken gezet zien worden. Helaas is deze uitspraak verloren gegaan, zowel in de biografie van Bukowski als in zijn eigen verwarde verslag van zijn reis door Europa: Shakespeare never did this, een fotoboek van Michael Montfort met teksten en enkele verzen van Bukowski (een aangevulde editie verscheen in 1995). Het is een lezenswaardig boek, met fraaie foto's, en vooral het verslag van het bezoek dat Bukowski brengt aan zijn ouderlijk huis in Andernach (Duitsland) en een laatste familielid, Uncle Heinrich, is buitengewoon treurig en komisch. De negentig jaar oude man vertelt zijn neef: 'I've read your books. I like them. I like all but one. [...] I don't like made up things. I don't like The Fuck Machine.'

Merkwaardig is wel dat Bukowski zijn reis naar Duitsland (voor een eenmalig optreden in Hamburg, prachtig beschreven en gefotografeerd) beschrijft als de epiloog van zijn optreden in Parijs, terwijl tussen beide bezoeken aan Europa enkele maanden verstreken en Hamburg eerder werd bezocht dan Parijs. Nu ja: Hank and the Blackouts (een goeie titel voor een slecht verhaal).

Charles Bukowski werd in 1920 in Duitsland geboren als zoon van een Amerikaanse vader en een Duitse moeder. Hij stierf in 1994, in San Pedro. Ik tel veertig titels van zijn hand. Nu zijn uitgever Black Sparrow Press de balans opmaakt met herdrukken, postume bundelingen en de publicatie van zijn correspondentie kan de liefhebber zijn lol op, al moet gezegd dat de kwaliteit van het gebodene wel eens te wensen overlaat.

Ronduit bedroevend is zijn laatste roman Pulp uit 1994 waar volgende week de Nederlandse vertaling van verschijnt. Het motto van deze parodistische detective luidt Dedicated to bad writing, maar dat is geen excuus. Bukowski tracht in Pulp humor te vinden in de uitgewoonde krochten van zijn geest, terwijl zijn grote kracht altijd heeft gelegen in het vinden van de humor die op straat, in de kroeg of in bed ligt. De detective Nicky Belane belandt in deze roman in vage intriges met Lady Death, de schrijver Céline (die door Lady Death gezocht wordt, daar hij nog altijd in leven blijkt), buitenaardse wezens, overspelige vrouwen en slechte woordspelingen. Er is - een zeldzaamheid bij Bukowski - nauwelijks doorkomen aan.

Bukowksi schreef zijn beste proza tussen 1973 en 1983, beginnend met de onlangs herdrukte bundel South of no North en eindigend met de bundel Hot Water Music. Verhalen en romans over kroegen, afschuwelijke baantjes, gestoorde vrouwen, paardenraces, knokpartijen in steegjes en het genot van een vervallen hotelkamer als de gordijnen dicht zijn en een fles wijn onder handbereik. Én natuurlijk over zijn kinderjaren. Aardig om te lezen is hoe hij in in Shakespeare never did this, tijdens zijn reis door Duitsland, tobt over een roman over zijn jeugd, enorm veel artistieke twijfel voelt jegens een dergelijke onderneming (en artistieke twijfel was hem in de regel vreemd) om een paar jaar later met zijn beste roman te komen, juist over dit onderwerp: zijn schitterende Ham on Rye (in het Nederlands verschenen onder de absurde titel Kind onder kannibalen).

Was Bukowski aan het eind van zijn leven uitgeschreven? Zeer zeker niet. In de postuum verschenen bundel Betting on the Muse vinden we naast enkele niet onaardige verhalen ontelbare ijzersterke gedichten. In feite is Bukowski als dichter tot aan zijn dood alleen maar gegroeid. Hij schreef in zijn laatste jaren meer dan veertig gedichten per maand. Sigaar in het hoofd, glas wijn naast de computer en klassieke muziek op de radio. Je zou verwachten dat zo'n onmenselijke productie louter bagger op zou leveren. Opmerkelijk is juist daarom de grote zorg die aan de verzen besteed lijkt. Vrijwel nooit hapert het ritme. Zoveel te eenvoudiger de materie, zoveel raker de stijl. De beste poëzie van Bukowksi blinkt uit door ongekunsteldheid. Toch greep hij in de loop van zijn leven wel eens terug op de methodiek van zijn vroege verzen, een ratjetoe van woorden en zinsbegoochelingen; hysterische gedichten die zwaar leunen op het werk van Beat-dichters en nu gedateerd aandoen.

Ook in zijn poëzie van de laatste jaren zie je de humor wegsluipen, wegebben, en dat is een vreemde gewaarwording daar, in tegenstelling tot het proza, de gedichten, zoals gezegd, niet slechter worden, en zeker niet droever, eerder volwassener; een raar woord om met Bukowksi in verband te brengen. Er komt een immens mededogen los in de dichter, een mededogen dat eerder wel in zijn proza doorschemerde, maar dan vaak door een bittere kwinkslag verwoord werd. Dit mededogen vinden we al in een vers uit 1977, getiteld My old man, naast enkele van zijn vroege wauwelverzen opgenomen in het standaardwerk Postmodern American Poetry. Die ouwe heer van Bukowksi is een hoofdstuk apart en de verhouding tussen vader en zoon een hoofdthema in zijn werk. Vernietigend geportretteerd in de roman Ham on Rye en gelynched in de korte verhalen Dood van de vader 1 & 2 in de bundel Hot Water Music lijkt de man enkel rijp voor de slacht, maar in My old man (geschreven vóór de genoemde prozatitels) zien we een zeldzaam moment van consideratie. Mag dit vers stilistisch nog in de schaduw staan van de verzen die de laatste tien jaar verschenen; strekking, opbouw en woordkeus zijn tekenend voor de ontwikkeling van Bukowski's poëzie.

Daar de poëzie van Bukowski meer en meer anekdotisch werd zal menig lezer zich plaatsvervangend schamen voor de onderwerpen die waardig geacht worden voor een vers. En toegegeven: er gaan er ook veel de mist in door een gebrek aan spanning. Toch blijven ze vrijwel altijd onderhoudend, hetgeen een verschil is met bijvoorbeeld de Hollandse anekdotische poëzie, die bij voorkeur handelt over zoontjes die van school gehaald moeten worden of het knikkerputje van de kleine meid.

In zijn laatste omvangrijke bundel The last Night of the Earth Poems (1992) staan een slordige honderdvijftig verzen - de meeste beslaan anderhalve bladzijde. Op zijn best is Bukowski hypnotiserend in zijn lange verzen over sterven en omzien zonder spijt, op zijn slechtst is hij sentimenteel of melig. Maar uitnodigend blijft hij. Nu ook de correspondentie van Bukowski wordt uitgegeven krijgen we nog meer zicht op de natuurwetten van zijn ambachtelijke visie. Het eerste deel, Screams from the Balcony, bleek voornamelijk nog gevuld met dronken geraas en gebral. In het tweede deel Living on Luck krijgen we meer inzicht in Bukowski's opinies over het schrijverschap, andere schrijvers, en zijn eigen werk. In een brief uit 1962 schrijft hij aan een vriend die een artikel aan zijn poëzie wil wijden: 'When I write the poem it is only fingers on the typewriter, something smacking down. It is that moment then, the walls, the weather of that day, the toothache, the hangover, what I ate, the face I passed, maybe a night 20 years ago on a park bench, an itch on the neck, whatever, and you get a poem - maybe.'

Dat laaste woord, 'maybe', is kenmerkend. Hoe terloops Bukowski's werkwijze ook mag lijken, hoe onstuitbaar zijn productie bij tijd en wijle ook was, altijd bleef een kritisch oog waken. En dat kritische oog hekelde niet enkel zijn eigen werk maar ook dat van bijvoorbeeld Hemingway, die hij bewonderde en verguisde en vooral een gebrek aan humor verweet, of Faulkner, die hij verachtte, daar die zijn hoofdstukken cursief drukte om ze, zo oordeelde Bukowski, nog enigszins betekenisvol te laten lijken. Hij hield van Céline en Fante. Maar hij hield het meest van klassieke muziek, alleen zijn en een borrel.

De correspondentie - vol slordige zinnen, van de hak op de tak, luimig als van elke zatlap - laat geen twijfel bestaan over de zorg die Bukowski besteedde aan zijn scheppende werk. De immer sterke dialogen, de behoedzame adjectieven, de genadeloze maar eenvoudige beschrijvingen van mensen en hun beslommeringen; al die kenmerken van Bukowski's betere proza staan in schril contrast met zijn vormeloze brieven over de onderwerpen die hem zijn leven lang zouden inspireren. Leuk om te lezen zijn ze, maar al schril afstekend bij zijn beruchte column Notes of a Dirty Old Man uit de periode 1967 - 1969, die hem zijn eerste roem zou bezorgen.

Bukowski had lak aan artistieke kapsones en zag zijn kunstenaarschap als een uitkomst en een onbegrijpelijke maar komische speling van het lot. Wat was er genoeglijker dan een vers schrijven op de typemachine als je ontelbare walgelijke baantjes had gehad? Wat was er absurder dan een lang leven on skid row, en eindigen met een huis, een vrouw en een BMW als gevolg van het beschrijven van die tijd? Wat was er aanlokkelijker dan een eenvoudig bestaan dat zich verplaatste van the poem naar de paardenraces en weer terug? Schrijven was, evenals gokken, voor Charles Bukowski eenvoudig een 'bezigheid' waarvan hij genoot. Betting on the horses and the muse - het leven van een tevreden eenling, die op een dronken avond in 1990 de volgende sinistere toost uitbracht: 'Thank you father for my poetry and stories, for my house, for my car, for my bank account. Thank you for those beatings that taught me how to endure.'

My old man

16 years old

during the depression

I'd come home drunk

and all my clothing-

shorts, shirts, stockings-

suitcase, and pages of

short stories

would be thrown out on the

front lawn and about the

street.

my mother would be

waiting behind a tree:

'Henry, Henry, don't

go in... he'll

kill you, he's read

your stories...'

'I can whip his

ass...'

'Henry, please take

this... and

find yourself a room.'

but it worried him

that I might not

finish high school

so I'd be back

again.

one evening he walked in

with the pages of

one of my short stories

(wich I never submitted

to him)

and he said, 'this is

a great short story.'

I said, 'o.k.'

and he handed it to me

and I read it.

it was a story about

a rich man

who had a fight with

his wife and had

gone out into the night

for a cup of coffee

and had observed

the waitress and the spoons

and forks and the

salt and pepper shakers

and the neon sign

in the window

and then had gone back

to his stable

to see and touch his

favorite horse

who then

kicked him in the head

and killed him.

somehow

the story held

meaning for him

though

when I had written it

I had no idea

of what I was

writing about.

so I told him

'o.k. old man, you can

have it.'

and he took it

and walked out

and closed the door.

I guess that's

as close

as we ever got.

(1977)

*) De Nederlandse vertaling van Pulp verschijnt 7 maart bij Uitgeverij Vassallucci. Vertaling Susan Janssen

166 blz. ƒ 34,90.

Het Bukowski-festival vindt plaats op 7, 8 en 9 maart in Haarlem. Inlichtingen: O23 - 5324103.