Een reis van de buitenstaander Raban; De koppige eenzaamheid van Montana

Jonathan Raban: Bad Land. Picador, 321 blz. ƒ 34.90

Een verhaal is zo sterk als zijn verteller. Luister naar iemand die begiftigd is met een overdaad aan beeldend talent en je gelooft hem of haar tot aan de laatste woorden. Hoor de waarheid uit de mond van iemand die de gave van de verbeelding mist, en het verhaal is aan geen toehoorder, of lezer, besteed. Jonathan Raban is een fenomenaal verteller en dus is zijn Bad Land, een verhaal zo Amerikaans dat sommige Amerikanen het niet als een verhaal zouden herkennen, er één met een grote overtuigingskracht. Het is een verhaal van deceptie en doorzettingsvermogen, van misleiding en wrok, van onschuld en teloorgang. Of het helemaal 'waar' is, doet minder ter zake.

Het is gesitueerd in het oostelijk deel van Montana. Weinig stukken Amerika, Californië uitgezonderd wellicht, hebben de verbeelding de laatste anderhalve eeuw zozeer aan het werk gezet als de Great Plains, die immense vlakte die van West Texas tot diep in Canada loopt, waar je een dag lang kunt rijden zonder een noemenswaardige bocht in de weg tegen te komen en waar de menselijke soort zich openbaart met een argwanende blik onder de rand van de hoed en een geweer onder handbereik in de cabine van elke pick-up truck.

Wie het voor zijn ogen ziet uitstrekken, pak weg vanaf de bergen boven Denver of elk ander oostelijk hoogtepunt van de Rocky Mountains, kan zich voorstellen dat er hoofdzakelijk in termen van heroïek en eenzaamheid over is geschreven. Het lot van de bewoners van deze Great Plains is doorgaans het onderwerp geweest van het soort geschiedschrijving dat in de orde sagen en legenden thuishoort. Maar Jonathan Raban schrijft, niet verwonderlijk voor wie bekend is met zijn oeuvre, een heel ander verhaal.

Hij reconstrueert, veelal aan de hand van persoonlijke getuigenissen, de manier waarop het oostelijk deel van de staat Montana, als noordelijk part van die Amerikaanse Great Plains, bevolkt raakte door immigranten in het begin van deze eeuw. Door Amerikanen uit de oostelijke staten, maar vooral door Europeanen uit oorden zo divers als Engeland en de Balkan. Aangetrokken werden ze door de gloedvolle propaganda die uitgegeven werd door de bouwers van de spoorwegen, de Milwaukee Railroad om precies te zijn, en door nieuwlichtende agronomische traktaten als Hardy W. Campbells Soil Culture Manual, een handboek dat de boeren in de nieuwe regio een constanter regenval beloofde naarmate ze hun land cultiveerden.

De spoorwegen hadden de nieuwe (im)migranten nodig om hun westwaartse expansie rendabel te maken. Als Albert J. Earling, president van de Spoorwegmaatschappij en een man die niet gewend was in kleinigheden te denken, de schepper was van dit nieuwe stuk Amerika, dan was hij er werkelijk een met een hoofdletter S. Hij bepaalde waar halteplaatsen kwamen en daarmee nederzettingen, hij bepaalde hoe de kaart van Amerika er uit kwam te zien en hoe die werd benoemd. Isabel en May heetten zijn beide dochters, en dus werd een van de grootste halteplaatsen Ismay gedoopt.

'Hoe zei je ook al weer dat je heette', vroeg hij een verslaggever uit Chicago die hem vergezelde op één van de eerste trips op de versgelegde spoorlijn.

'Melvin Stone.' Raban vervolgt: 'Earling said: let there be Melstone; and there was Melstone.' Op 46.36 Noorderbreedte en 107.52 Westerlengte, om precies te zijn, tot op de dag van vandaag op de kaart te vinden.

Melstone was dan een nederzetting die in gemeenschappelijke behoeften als onderwijs, bestuur en bevoorrading moest voorzien. Voor het overige was het nieuwe bestaan er één van koppige eenzaamheid. De nieuw-aangekomenen kregen hun homestead toegewezen en begonnen letterlijk vanuit het niets te boeren op de barre grond, met hun zelfgebouwde hutten als hoeve en hun naaste buren doorgaans mijlenver weg. Ze bewerkten hun land en na een paar succesvolle jaren bleken de fantastische theorieën die hen hadden aangelokt niet te werken. De eerste families vertrokken al binnen tien jaar, anderen hielden het langer uit, tot aan de Dirty Thirties met hun dodelijke droogte. Westwaarts trokken ze, doorgaans, want hoe westelijker hoe meer water, wilde de volkse wijsheid.

Maar sommigen hielden het vol tot op de dag van vandaag. De Malthusiaanse wet trad in werking, schrijft Raban: 'De daling van de bevolking bracht een opwekkende groei in de kwaliteit van het bestaan met zich mee. Beploegde velden die braak hadden gelegen begonnen zich eindelijk te herstellen van de verwoesting door de amateur-boeren en het gras op de kale weilanden werd langzaam groener en dikker. Overlevers als de Wollastons, de Dockens, de Zehms en de Householders brachten hun koeien van verlaten homestead naar verlaten homestead en gaven hun eigen land de kans uit te rusten en zich te herstellen.'

Het is een verhaal dat alleen door een betrekkelijke buitenstaander als Raban zo goed geschreven kon worden. 'Deze mensen kwamen hierheen, gingen failliet, lieten hun huis in de steek en trokken verderop? En wat dan nog? Dit is Amerika, waar iedereen het recht heeft om te falen. Het staat in de Constitutie.' Dat is de Amerikaanse visie: geen verhaal. Raban laat zien dat dat er wèl is, al zullen historici hun twijfels hebben over sommige van de lijnen die hij al vertellend trekt.

Al even voorbij de helft van zijn boek begint hij de connectie te leggen tussen het eindeloze landschap, de afwezigheid van gemeenschapszin, de wrede grilligheden van de natuur en de sociopathische en godsdienstwaanzinnige trekken die dit in mensen oproept.

'Ik zag in het oosten van Montana, zelfs als het een paar jaren achtereen vochtig was geweest, een landschap dat ideaal was als locatie voor het millennium. De totale, kale openheid maakte dat de wraakzuchtige blik van de Almachtige overal doordrong. De fantastische weersomstandigheden lieten de mens geen twijfel aangaande zijn nietigheid en kwetsbaarheid. Als ik hier was geboren, had ik naar de evangelisten van het einde der tijden geluisterd met iets meer dan de mengeling van paniek en minachting die ze nu in me oproepen. Er bestaat geen Anglicaanse mildheid in het klimaat van Oost Montana.'

Het is geen toeval, in de visie van Raban, dat juist dit gebied de woonplaats was van Ted Kaczynski, de Unabomber, de Montana Militia en andere paranoïde extremisten die hij 'the bad-blood descendants of the homesteaders' noemt. Het cynische bedrog van de pamfletten die hun voorouders hierheen hadden gelokt, de betweterigheid van de ambtenaren die over hun lot kwamen waken, het gaf alles voedsel aan een anti-overheidssentiment dat decennia later alleen maar virulenter en irrationeler lijkt te worden. De banken, de overheid, iedereen met een das zweert tegen hen samen. Washington is de vijand, en Raban illustreert het met prachtige voorbeelden, ondertussen niet vergetend op te merken dat de hedendaagse boeren ook in dit gebied 'meer belasting-dollars in hun zak hebben dan enige andere groep Amerikanen, alleenstaande zwarte teenage-moeders niet uitgezonderd'.

Het is een verhaal vol bittere tragiek, maar Raban (geboren in Engeland en waar ook ter wereld nog steeds zeer duidelijk als zodanig te herkennen) is waarschijnlijk niet in staat een verhaal te vertellen zonder het lachwekkende onder het oppervlak te laten glinsteren. Hij geniet merkbaar van zijn buitenstaanders-rol, bijvoorbeeld wanneer de gesprekken verstommen als hij het Landmark Café in Noxon binnenstapt om te ontbijten. Hij vergelijkt in één oogopslag zijn eigen grotestads-kleren met de uitdossing van de aanwezige clientèle. 'Ik had net zo goed een baljurk, hoge hakken en een pruik kunnen dragen.'

Hoogtepunt in het boek (na de magistrale openingspagina's) is het in delen vertelde relaas over hoe het door Earling geschapen Ismay dan eindelijk in de jaren negentig een nieuwe glorie ziet dagen; het stadje hernoemt zich Joe, in de hoop met de verkoop van T-shirts, koffiemokken en petjes met de naam Joe, Montana tot in lengte van dagen misbruik te laten maken van de naam van de aldus geheten versleten quarterback. Dat lukt niet helemaal. Alleen al deze scènes zouden de Coen-brothers de basis voor een intens droevige film kunnen opleveren.

Bad Land is, na Old Glory en Hunting Mr. Heartbreak, Jonathan Rabans derde boek over Amerika. Hij heeft, als iemand die op latere leeftijd voor dit land gekozen heeft, een scherp oog voor de essentie van wat Amerika is. Het valt, voor wie van dit land èn van subliem vertelde verhalen houdt, te hopen dat het niet bij deze trilogie blijft.