Een onherstelbare breuk

Even was er deze week een barstje zichtbaar in de ondoordringbare bestuurscultuur bij kunstinstellingen in ons land. De benoeming van Jacques van Veen, de huidige directeur van de Stadsschouwburg in Groningen, als de nieuwe zakelijke directeur bij het Holland Festival had een voor de betrokkenen pijnlijke maar ook wel een beetje amusante verwarring tot gevolg.

De nieuwkomer zelf beweerde dat hij samen met artistiek directeur Ivo van Hove de dienst ging uitmaken. Maar Emile Fallaux, lid en woordvoerder van het bestuur dat Van Veen benoemd had, hield vol dat er, zoals eerder ook aangekondigd, een driemanschap aan de top zou komen. Volgens hem was ook Monica van Steen, hoofd van de produktie-afdeling en sinds elf jaar bij het festival werkzaam, lid van de directie geworden. Maar dat bleek toch niet het geval, toen na de berichtgeving in deze krant ijlings alle neuzen in dezelfde richting waren gezet. Van Veen en Van Hove gaan de tweekoppige leiding vormen van het Holland Festival.

Het was bijna een opluchting om te merken dat een bestuur en een directie ook nog van mening kunnen verschillen. Want het grootste gevaar dat een voornamelijk in sluimertoestand verkerend bestuur bedreigt, is vereenzelviging met de directie van de instelling die het bewaakt. Een bestuur opereert op een manier die zich goeddeels aan het oog onttrekt. Maar vaak lijkt het alsof het er zit ter meerdere eer en glorie van de directie en minder voor die van de instelling. Kritiek wordt genegeerd, klachten uit de lagere regionen worden gesmoord, conflicten in de doofpot gestopt en de artistieke resultaten worden al helemaal nauwelijks gewogen. Het college bestaat uit belangstellende leken en lieden van maatschappelijk gewicht: de grootste zorg van sommige voorzitters lijkt soms de vraag of ze tijdens gala-voorstellingen wel dicht genoeg in de buurt van de koningin komen te zitten.

Een bestuur moet loyaal zijn maar ook kritisch, het moet het reilen en zeilen van de kunstinstelling op afstand volgen, maar in tijden van crisis ook daadkrachtig en liefst met verstand van zaken weten op te treden.

De pas aangetreden voorzitter van het bestuur van het Rotterdamse RO Theater, Marietje van Rossen, in het dagelijks leven burgemeester van Hellevoetsluis, gaf er - ook deze week - blijk van dat laatste te kunnen. Onder haar aanvoering besloot het bestuur een “in lange gesprekken onherstelbaar gebleken breuk” tussen de twee artistiek leiders van het RO Theater (Peter de Baan en Koos Terpstra) te beslechten met het heensturen van beide opponenten. We zullen nooit weten of dat echt de juiste beslissing is geweest, maar het was wel duidelijk, evenals Van Rossens consigne dat zij en niemand anders het woord zou voeren in deze kwestie.

Intussen brengt de as usual voor alle betrokkenen pijnlijke affaire een fout van een van de vorige besturen van het gezelschap aan het licht. Het RO Theater bleek geleid te worden door drie directeuren, een zakelijke en twee artistieke, die hiërarchisch aan elkaar gelijk waren. Dat is vragen om moeilijkheden, op korte of lange termijn. Een zakelijke directeur hoort sowieso een dienende positie te hebben, het primaat ligt althans bij zijn artistieke evenknie. En een constructie met twee artistieke leiders - naar we hopen mogen alletwee even ambitieus en even uitgesproken over de koers van hun gezelschap - is een tijdbom.

Gerardjan Rijnders, artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, is vaak verweten een spoor van gesneuvelde mede-regisseurs achter zich te hebben gelaten. Hij zou zich omringen met een hofhouding en al te eigenzinnige figuren vroeg of laat niet dulden. Dat is geen sympathiek idee, maar - al mag je hopen dat de sfeer nog een beetje aardig blijft - het hoort wel zo. Zolang een artistiek leider voldoet en zolang iedereen (lees: het bestuur en/of de Raad voor Cultuur) dus wil, dat hij zijn stempel drukt op het beleid, moet hij in het geval van conflicten aan het langste eind kunnen trekken.

Bij het RO Theater heeft het bestuur twee jaar geleden een tweede regisseur (Terpstra) op hetzelfde niveau benoemd als de zittende artistiek leider De Baan. Dat gebeurde “op nadrukkelijk verzoek van beide heren” zelf, maar de vaak uit het bedrijfsleven afkomstige bestuursleden hadden beter moeten weten.

Ze hadden óf De Baan moeten vervangen door Terpstra óf de laatste hooguit een tweede positie moeten gunnen. Dan was dit conflict nooit uitgebroken. En als het toch was uitgebroken, was duidelijk geweest wie er op moest stappen. Nu moesten beide kemphanen maar weg en zit het gezelschap zonder artistieke leiding. Voorzitter Van Rossen heeft aangekondigd dat, wat het RO Theaterbestuur betreft, mogelijk meer dan éen persoon de vacature gaat opvullen.

Hoe diep geschokt en bleek van zorg zijn wij.