Duitse volksaard zonder volk

John David Morley: Destiny or, the Attraction of Affinities. Little, Brown & Cy, 298 blz. ƒ 55,05

Wereldburger John David Morley - opgegroeid in Thailand, Maleisië, Afrika en later studerend en werkend in Engeland, Duitsland en Amerika - is als schrijver beroemd geworden met zijn boek Pictures of the Watertrade (Waterhandel), dat een ongekend scherp inkijkje bood in de wereld van de Japanse man. Door zijn reisleven is Morley een koele, onsentimentele observator geworden van landsaarden, nationale karakteristieken en hun achtergronden. The Feast of Fools was een carnavaleske, haast barokke evocatie van de Beierse overdaad in München: de auteur stemt zijn stijl af op zijn onderwerp.

In zijn nieuwe roman waagt Morley opnieuw een poging om vat te krijgen op het Duitse levensgevoel. Hij neemt de lezer mee door de hele laatste eeuw, van de Pruisische tijd tot na de eenwording, waarbij zijn behandeling van de cruciale Tweede Wereldoorlog opvalt: die slaat hij als het ware over. De holocaust met zijn oorzaken en naweeën is als een reusachtige donkere schaduw voortdurend aanwezig in de roman, bepaalt ook voor een groot deel de levensloop van zijn personages, maar de schrijver concentreert zich, wat toch niet gebruikelijk is, op de periodes ervoor en erna. Daarbij wil hij dat wij hem goed begrijpen, dus houdt hij zijn proza glashelder, desnoods legt hij het een en ander nog nader uit. De betekenis van de aan Goethe ontleende titel, Destiny or, the Attraction of Affinities ('Wahlverwantschaften'), kan door de vaak herhaalde verwijzingen onmogelijk aan de aandacht van de lezer ontsnappen. Mensen worden onweerstaanbaar aangetrokken en afgestoten door andere mensen. Die soms onverklaarbare krachten bepalen in werkelijkheid hun (nood)lot.

Met het principe van de herhaling brengt Morley eenheid aan in zijn twee generaties omspannende verhaal. Een ander steeds herhaald motief is het romantische schilderij van Casper-David Friedrich, Kalkrotsen op Rügen (1818) dat op het omslag werd gereproduceerd. De schrijver legt het telkens weer net iets anders uit, met weer andere mensen als de drie afgebeelde hoofdfiguren. Een derde weerkerend hoogtepunt uit de Duitse cultuur dat Morley gebruikt is een verhaal van Kleist, over een man die ten onder gaat aan zijn verzet tegen feodaal machtsmisbruik, en een vierde een dichtregel van Christian Morgenstern: 'Nicht sein kann, was nicht sein darf'. Aan de hand van dat citaat weet Morley heel fraai de gehele Duitse mentaliteit te illustreren. Volksaard, 'Deutschtum': zulke besmette of op zijn minst omstreden woorden dringen zich bij deze roman onhoudbaar aan je op.

De plot van deze roman laat zich snel samenvatten: een Engelse jongeman wordt in 1934 verliefd op de dochter van een Pruisische landeigenaar maar door de oorlog - in twee regels aangestipt - raken ze voorgoed uit elkaar. In 1961, het jaar van de Berlijnse Muur, valt de zoon van deze man voor de (getrouwde) dochter van de vrouw. Zij gaan met elkaar om, af en aan, tot in 1989 en 1990, de tijd van de val van de Muur en de Duitse hereniging.

De mensen die in hun leven voorkomen zijn verpersoonlijkingen van de Duitse geschiedenis: de homoseksuele adellijke SS-kolonel met zijn mooie blonde volgelingen, de gevluchte 'Ossi' die zich ontheemd voelt en bedrogen, haar zuster die zich ontwikkelt tot RAF-terroriste, de na-oorlogse schrijver voor wie de oorlog de enige literaire inspiratiebron is, de Gefühlsamputierte marxistische jurist die verbeten achter de onberechte Nazi-juristen aanjaagt en andere gewillige beulen van Hitler, de onopvallende opportunist die van Nazi naar Stasi omslaat en net zo gemakkelijk weer naar Neo-Nazi. Deze figuren zijn interessant, maar roepen geen enkele emotie bij ons op, sympathie noch antipathie. Morley slaagde er helaas niet in ze werkelijk menselijke trekken te geven en wij registreren hen dan ook koeltjes, als historische typen. Morleys belangrijkste personage is in feite Duitsland zelf. De jonge Brit die in 1961 naar Berlijn komt om nooit meer van het land los te komen wordt journalist; niet uit passie of bijvoorbeeld geldnood maar omdat zijn schepper hem dan goed kan gebruiken om zijn hoofdpersoon, Duitsland, te analyseren en zo objectief mogelijk te bekritiseren.

'To be self-conscious in English meant to be awkward, while in German it meant the reverse' - de van oorsprong Britse journalist probeert objectief te zijn, maar hij is ook maar een mens. Maandenlang trekt hij door heel herenigd Duitsland, soms in het voetspoor van zijn vader, op zoek naar wortels en nieuwe uitschieters van het Nazisme, om uiteindelijk zijn grens te vinden bij het grof moeten betalen, net als de roddelpers, voor een interview met een rechts-nationalistische leider.

Tegen die tijd hebben wij als lezers een uitermate boeiend boek gelezen. De Duitse geschiedenis van deze eeuw die als een gobelin op de achtergrond begon heeft zich naar voren gedrongen, de personages opzij geduwd, en alle aandacht naar zich toe getrokken. De demonstraties bij de Nikolaikirche, het gescandeerde 'Wir sind das Volk', de drommen Oostduitsers die het verlokkende Westen binnen trekken ('they were the wedding guests raising their glasses to toast their own funerals'): de krant van gisteren komt tot leven in deze roman.