De ijverigste interviewer ter wereld

Een regelmatig terugkerende teleurstelling waarin een mens leert te berusten, is het Ivo Niehe-Interview.

Triomfantelijk en blakend van trots pleegt de TROS de bezoeken aan te kondigen, die Niehe aflegt bij de groten der aarde. En inderdaad, niets lijkt een interessante ontmoeting in de weg te staan. De beroemdheden stellen zich bereidwillig beschikbaar, ze ontvangen de TROS-interviewer in hun privé-paleizen of in luxe hotels waar ze geïmponeerd luisteren naar diens formidabele talenkennis. Niehe spreekt de moderne talen briljant, kan zich goed redden in de Slavische en Indiaanse dialecten en heeft zich inmiddels gestort op het Groene Boekje in het Afghaans.

Tot zover geen problemen.

Maar er moet ook nog geïnterviewd worden. Hoe doe je dat? Niehe lijkt, al zijn jarenlange tv-ervaring ten spijt, nog steeds geen idéé te hebben. Aan zijn voorbereiding mankeert het niet, integendeel. Niemand is ijveriger dan Ivo Niehe. Hij verwerkt alle interviews die iemand ooit heeft gegeven, en propt ze in zijn virtuoze brein - het vak naast het Swahili en het IJslands.

Eenmaal tegenover de beroemde sterveling gezeten, borrelen alle feiten en details op afroep omhoog. De beroemdheid hoeft eigenlijk niets meer te zeggen. Niehe weet alles al.

Kreeg u niet op 5-jarige leeftijd kinderverlamming? Uw tweede vrouw begon toch aan depressies te lijden, terwijl u bezig was uw meesterwerk De lange weg naar Vuurland te voltooien? En kwam uw dochtertje niet net in die periode onder een Londense dubbeldekker, toen ze op weg was naar de dierentuin waar ze haar favoriete Angolese ezeltjes wilde aaien?

De geïnterviewde geeft het op. Eindelijk heeft hij iemand ontmoet die meer weet over zijn leven dan hijzelf. Het heeft bijna iets beangstigends. Wie is deze brave, beleefde, altijd iets te gretig lachende man, hoor je ze denken. Een CIA-spion die hen al een heel leven in de gaten houdt? Een listig vermomd, van Mars afkomstig wezen? Of gewoon iemand die met de helm is geboren?

Het zweet breekt hun uit. Zij klappen dicht. Zij begrijpen dat zij niets meer hoeven te zeggen. Alles wordt al gezegd. Door het bizarre fenomeen tegenover hen. Zij hoeven zijn verhalen en anekdotes over hún leven alleen nog maar beleefdheidshalve te bevestigen en aan te vullen.

Een gesprek is uit den boze: daarvoor is deze aardige man helemaal niet gekomen. Waarvoor dan wel? God mag het weten. Misschien wilde hij alleen even in hun nabijheid gezien worden, misschien dacht hij dat een interview niet meer is dan een loos ritueel, dat dient om het monster van de beroemdheid op gezette tijden bij te voederen.

Het is donderdag 27 februari 1997. Ivo Niehe interviewt een uur lang John Cleese. Een uur? Welnee, zó wordt het aangekondigd, maar je moet bij Niehe altijd drie-kwart van de beloofde tijd aftrekken. Eerst gaat hij met andere mensen over zijn gast praten, ditmaal met de bekende Cleese-kenners Robert ten Brink en John de Mol.

Tussen de bedrijven door zegt hij enkele malen dat je zo'n kans maar één keer in je leven krijgt. Een interview met John Cleese! Lieve help! Die man heeft niet voor niets dezelfde initialen als Jezus Christus.

Glimmend van onderdanigheid wandelt Niehe door het Amstel-hotel waar de Grote Ontmoeting zal plaatsvinden. Hij was op een aardig ideetje gekomen, vond hijzelf. Hij zou er publiek bij vragen, dan kwam de gereserveerde Engelsman in J.C. misschien beter los.

Maar eerst nog even een filmpje. En nóg een filmpje. En wederom een filmpje. En ook als het gesprek eenmaal loopt: filmpjes, filmpjes, filmpjes. Cleese hoeft zijn mond nauwelijks meer open te doen. Het gesprek is afgelopen nog voor het begonnen is. Alles wat we al wisten over J.C., zijn we opnieuw te weten gekomen. Het is tijd om te gaan: naar de nieuwe speelfilm van J.C.

Meneer Cleese, wat vindt u van Nederland?

Beautiful country, mister Niehe.