Clerc: 'Ik ben de enige normale topdammer in Nederland'

Rob Clerc speelt volgende week in Groningen zes partijen om de wereldtitel dammen tegen titelhouder Aleksei Tzizjov. “Een vriend van me noemt het opa's laatste kunstje.”

ZOETERMEER, 28 FEBR. Het is minder dan een week voor het begin van de grote WK-match. Toch vertoeft Rob Clerc (41) niet in eenzame afzondering met bord en stenen als gezelschap. Hij zit gewoon thuis in Zoetermeer, met vrouw, zoon en hond. Het dambord ligt niet eens op tafel, maar staat op de kast. “Ik ben de enige normale topdammer in Nederland”, zegt Clerc glimlachend. “De anderen zijn geschift, excentriek. Ik heb een bepaalde saaiheid over me.”

Er zijn tijden geweest dat Clerc zich wel opsloot ter voorbereiding op een belangrijke wedstrijd. Zoals in 1985 toen hij de uitdager was van wereldkampioen Gantwarg. “Jannes van der Wal is toen maandenlang bij me in huis geweest. We deden niets anders dan dammen, dammen, dammen, tot vier, vijf uur 's nachts. Als ik dan ging slapen, ging Jannes nog even door. Het had op zich iets heel moois, de ultieme verslaving.”

“Hij was uniek als dammer én als mens”, herinnert Clerc zich de vorig jaar overleden Van der Wal. “Als mens viel er niet met hem samen te leven. Hij was zó vermoeiend. Een voorbeeld: mijn vrouw vroeg hem een keer of hij wilde meehelpen de tafel te dekken. Na tien minuten kwam hij terug met één vork. Dat was Jannes! Ach, kleurloze mensen zijn er genoeg op de wereld. Er wordt gezegd dat hij later is gaan afgeven op de damsport, maar dat is niet waar. We hadden laatst een toernooi waarin met de regels van Jannes werd gespeeld. Zoiets is voortgekomen uit zijn liefde voor het dammen.”

Van der Wal was de eeuwige rivaal van Clerc. De twee kregen het tijdens een NK zelfs met elkaar aan de stok. Clerc: “Ik zat volgens Jannes te ver over het bord gebogen en daarom gaf hij me ineens een duw. Ik wist niet wat ik meemaakte. Witheet was ik! Ik wilde bijna op de vuist. Het incident stierf een zachte dood. Later werd Jannes mijn secondant. Ik denk dat hij mij de wereldtitel wel gunde. Zelf was hij al een keer kampioen geweest.”

Clerc verloor in 1985 de tweekamp tegen Gantwarg. Er werd destijds op vijf verschillende plaatsen in Nederland gespeeld. “We speelden in de Efteling, en op de beddenafdeling bij V&D. Daar zaten we in soort glazen kooi. Dat was echt gênant. Nu zou ik daar niet meer spelen. Maar ik had me sterk gemaakt voor die tweekamp, ik wilde wereldkampioen worden.” Volgende week wordt op één plek wordt gespeeld, in de directiekamer van het Nieuwsblad van het Noorden in Groningen.

Zevenvoudig wereldkampioen Tzizjov is de grote favoriet. De Rus verloor nog nooit een tweekamp, won man-tegen-man zelfs van Sijbrands en Wiersma. “Toch ben ik niet bang voor hem”, zegt Clerc. Hij voelt zich ook het prettigst als underdog. Vanuit die positie verraste hij wel vaker. De Zoetermeerder werd pas een maand voor het WK in Ivoorkust als invaller opgeroepen en hij twijfelde zelfs of hij wel moest meedoen. Zijn animo voor het dammen was sterk verminderd. “Ik had het gevoel dat mijn damcarrière ten einde was.”

In Ivoorkust bloeide Clerc weer op, onder slechte omstandigheden. Het was erg warm in de zaal, meestal boven de dertig graden. De spelers zaten in T-shirt en korte broek achter het bord. “Het zag eruit als een vakantiekolonie, maar het was geen pretje. Ik heb tijdens mijn laatste partij vijf liter water gedronken. Gelukkig had ik al veel meegemaakt, onder meer twee eerdere WK's in Afrika. Ik ging me steeds sterker voelen. Om me heen zag ik ze afvallen. En iedereen klaagde natuurlijk over de omstandigheden. Ik ben kalm gebleven.”

Om zich voor de finale van twaalf dammers te plaatsen moest Clerc in een barrage met vijf man om één plek strijden. “Dat werd in één dag beslist. En ik moest voor zes uur bij Swissair zijn als ik de volgende dag met het vliegtuig meewilde. Want als ik zou worden uitgeschakeld, wilde ik zo snel mogelijk naar huis.” Hij bleef in de strijd en deed het in de finale uitstekend. Even leek het er op dat hij alleen bovenaan zou eindigen, maar Tzizjov kwam langszij. Clerc was ook dolblij met zijn gedeelde WK-zege. “Ik heb een hele tijd naast mijn schoenen gelopen.”

Het plezier is terug, in elk geval tot het einde van de WK-match. Clerc was in zijn lange loopbaan nog nooit wereldkampioen. “Een vriend van me noemt het opa's laatste kunstje. Ik weet het niet. Misschien ben ik mijn hele leven wel tot het dammen veroordeeld. Had ik maar een vak moeten leren. Ik heb ooit een blauwe maandag op kantoor gezeten. Dat was niks voor me.” De beroepsdammer zegt nu 'huisvrouw' te zijn. Zijn echtgenote heeft een volledige baan. “Ik vier al jaren een beetje vakantie”, zegt Clerc die voor twee kranten wekelijks een rubriek schrijft. Hij zou wel kunnen rondkomen van de opbrengsten van zijn damactiviteiten. “Maar dan moet ik wel bescheidener leven dan nu.” In Groningen mogen hij en Tzizjov 45.000 gulden verdelen. “Zo'n bedrag is een uitzondering.”

Vorige week was Harm Wiersma, de oud-wereldkampioen en tevens bondscoach, vijf dagen bij Clerc op bezoek in Zoetermeer. De Fries hielp zijn collega met de voorbereiding op de tweekamp. “We hebben uren hier aan tafel gezeten met het bord tussen ons in. Af en toe zijn we even een straatje om gegaan met de hond.” Ook zijn vriend en clubgenoot Paul Oudshoorn assisteert hem. “Maar misschien had ik er wel helemaal niets aan moeten doen. Want achteraf was mijn voorbereiding voor Ivoorkust ideaal.”

Zijn balans tegen Tzizjov is negatief. Hij speelde twaalf keer tegen de Rus, won één partij en verloor er twee. Zijn enige overwinning dateert uit 1989, bij een landentoernooi in Cannes. “Ik had het daar onwijs naar mijn zin. We hadden een leuk team en deden leuke dingen. Dat gevoel van toen probeer ik nu weer op te roepen.” Clerc heeft zijn strijdplan klaar. “Maar daar zeg ik niets over, want Tzizjov kan Nederlands lezen.”

Clerc is een voorzichtige speler. “Ik speel partijen op een Karpov-achtige manier. Ik probeer vanuit een licht voordeel toe te slaan.” Hij heeft voor achter de tafel geen speciale trucs in petto.

“Ik heb één keer iets geprobeerd, in die tweekamp tegen Gantwarg. Een sportpsycholoog adviseerde me mijn tegenstander strak aan te kijken, continu! Het was voor de elfde partij, ik stond al achter. Ik merkte dat Gantwarg zich er onbehaaglijk bij voelde. Maar ik voelde me zelf ook niet prettig. Ik won die partij ook niet. Het werd remise.”

Woensdag is de eerste partij tegen Tzizjov, pas maandag vertrekt Clerc naar Groningen. In het weekeinde doet hij nog mee aan het NK bridge voor gemengde paren. “Ik leer in een paar dagen toch niet beter dammen. Dus waarom zal ik dan niet proberen de tijd tot Groningen prettig te besteden?”

Rob Clerc is een doodnormale vent. “,De mensen denken dat je als topdammer of schaker heel intelligent moet zijn. Dat slaat nergens op. Oké, je moet een niet al te grote boerenlul zijn. Verder moet je er gewoon aanleg voor hebben.”