Bewind Albanië wankelt in piramidecrisis

TIRANA, 28 FEBR. Bijna iedere Albanees heeft zijn geld in frauduleuze piramidefondsen geïnvesteerd, maar er is niemand die een oplossing voor handen heeft nu de fondsen over de kop gaan. President Berisha, die zijn gezag en zijn internationale reputatie dagelijks ziet afnemen, zwalkt zichtbaar in zijn poging de crisis het hoofd te bieden.

Aanvankelijk sprak hij nog over “totale compensatie”, later zwakte hij dat af tot “extra banen en speciale kredieten voor kleine bedrijven”. In de stad Lushnjë beloofde hij de bevolking twee jaar vrijstelling van belasting. Vlorë en Elbasan beloofde hij de status van 'vrijhaven' te verlenen.

Er is geen Albanees die van deze toezeggingen onder de indruk raakt. “Wij willen ons geld terug” en “Berisha: dief!” roepen ze, als de president weer eens zwaaiend uit zijn helikopter stapt. De spanning is inmiddels zo hoog opgelopen dat premier Aleksander Meksi in het Duitse weekblad Der Spiegel toegaf “een burgeroorlog niet langer uit te sluiten”.

Tritan Shehu, voorzitter van de regerende Democratische Partij, minister van buitenlandse zaken en vice-premier, raakte gewond toen gedupeerde spaarders hem in Lushnjë met stokken op het hoofd sloegen. “Ik wist dat de bevolking van plan was het politiebureau te bestormen. Ik ben erheen gegaan in een poging een bloedbad te voorkomen”, zegt Shehu twee weken na het gebeurde, gezeten achter zijn met zeven telefoons uitgeruste bureau. Hij werd zes uur lang door een woedende menigte gegijzeld, alvorens hij kon ontsnappen.

Shehu noemt het “tekenend voor de sfeer in het land” dat hij niet bedreigd werd uit woede over de fondsen, maar omdat de betogers de onmiddellijke vrijlating eisten van de familie Xhaferri. De eigenaren van het gelijknamige piramidefonds zitten gevangen, nadat de tegoeden van hun fonds in beslag waren genomen - voor zover ze niet reeds waren besteed aan de door Xhaferri gesponsorde Miss-Europa-verkiezingen en de aanschaf van Nigeriaanse en Braziliaanse voetballers voor de plaatselijke club.

Volgens schattingen hebben de Albanezen twee miljard dollar in de piramidefondsen gestoken, maar volgens minister Shehu heeft zijn regering geen zicht op de exacte omvang van de ingelegde bedragen. “We hebben tweehonderd mensen ingezet om alles te onderzoeken.” Hij beschuldigt de oppositie van betrokkenheid bij de fondsen Populli en Xhaferri en vindt dat, ook al heeft president Berisha zijn excuses aangeboden, de regering “geen directe schuld” mag worden verweten.

Zeker, zijn partij liet zich tijdens de parlementsverkiezingen op grote schaal door het Vefa-fonds ondersteunen - alleen al de afdeling Tirana van zijn partij vroeg en kreeg 50.000 dollar van Vefa - maar daarmee was volgens Shehu niets mis. “Niet alleen Vefa, maar 85 procent van het Albanese bedrijfsleven steunt de Democratische Partij.” Dat mag dan zo zijn, buiten Albanië lijkt de regering steeds meer krediet te verspelen. De EU liet donderdag doorschemeren dat ze zal aandringen op nieuwe parlementsverkiezingen in Albanië. Die van vorig jaar gingen volgens waarnemers met grootscheepse fraude gepaard. Shehu: “Wij verwerpen de kritiek van Europa volledig. Niets is in Albanië hetzelfde als bij u, dus kleine onregelmatigheden tijdens verkiezingen zijn een normale zaak.”

De Democratische Partij en de oppositie hebben elkaar herhaaldelijk opgeroepen tot het houden van een Ronde Tafel-conferentie. Daar is het nog niet van gekomen, omdat de Democratische Partij weigert in te gaan op de eis van de oppositie dat eerst de regering-Meksi aftreedt. De door de Socialistische Partij gedomineerde oppositie, verenigd in het Forum voor Democratie, eist voorts dat Berisha uit de Democratische Partij stapt, zodat hij “een president voor alle Albanezen” kan zijn.

Ex-premier Ylli Bufi, een van de leiders van de Socialistische Partij, houdt de Democratische Partij verantwoordelijk voor de crisis. “Berisha maakte propaganda voor een populistisch kapitalisme. Tijdens de verkiezingscampagne zei hij dat met zijn partij iedere Albanees snel rijk kon worden.” Bufi verwerpt de beschuldiging dat de oppositie probeert van de crisis te profiteren. “Wij steunen de demonstraties. Maar dat wij voor het geweld verantwoordelijk zijn is een absurde bewering.”

Bufi geeft toe dat ook de zijn partij niet tegen de piramidefondsen heeft gewaarschuwd. “Berisha stelde dat de fondsen zouden instorten als wij de verkiezingen zouden winnen. Om tactische redenen hebben we dus gezwegen. Achteraf bezien was dat een grote fout.” Een oplossing voor de verdwenen spaartegoeden heeft ook hij niet. In zijn kantoor tegenover de Centrale Bank - met foto's van president Clinton en van bebloede, door de politie mishandelde aanhangers van zijn partij aan de muur - oreert hij lang maar vaag over het via ingewikkelde constructies gedeeltelijk terugbetalen van het ingelegde geld. “Ik geef toe dat dit alles moeilijk aan onze achterban valt uit te leggen. Die wil gewoon zijn geld terug.”

Sabri Godo, voorzitter van de kleine Republikeinse Partij, stelt voor dat Albanië al zijn publieke bezit - van de waterkrachtcentrales tot het voormalige Enver Hoxha-museum - bij opbod verkoopt om de opbrengst onder het volk te verdelen. Albanië ontving sinds 1991 meer dan 500 miljoen dollar aan Europese hulp, het hoogste bedrag per hoofd van de bevolking in Oost-Europa. Volgens Godo moet Europa daarbij veel strengere voorwaarden stellen. “Het grootste deel van al dat geld is opgegaan aan seminars en congressen. Weggegooid geld.”

Van de eisen van de oppositie zal president Berisha wellicht niet wakker liggen, evenmin als van de in brand gestoken stadhuizen, rechtbanken en partijkantoren. De grootste bedreiging voor zijn positie lijkt van binnenuit te komen. Twaalf parlementsleden en twee politici van de Democratische Partij ondertekenden vorige week een memorandum waarin ze eisen dat premier Meksi aftreedt, Berisha de Democratische Partij verlaat en een regering van nationale eenheid wordt gevormd.

Een van de ondertekenaars is Bashkim Kopliku, voorzitter van de parlementscommissie voor financiën en economie. Hij noemt premier Meksi “totaal incapabel en alleen in staat om zichzelf te besturen”. Op 1 maart vorig jaar nam het parlement een bankwet aan, die de piramidefondsen illegaal maakte. “In het parlement heb ik dat niet gezegd, maar geschreeuwd. Meksi deed niets.” De premier is volgens hem “op een schandalige wijze” benoemd. “Formeel was de stemming geheim, maar wie tegen was, diende op te staan om dat in een ander vertrek kenbaar te maken. Het was een communistische show in oude stijl.”

Kopliku meent dat “sommigen binnen de Democratische Partij nog altijd een dictatoriaal communistische mentaliteit” vertonen. Hij zegt teleurgesteld te zijn in Berisha. “Ik geloofde in hem. In het begin stelde hij zich nog democratisch op, maar vooral het laatste jaar is hij veranderd. Wie te lang de macht heeft, glijdt af.” Toch wil hij de partij niet verlaten. “Er is geen alternatief.” Volgens Kopliku moet Albanië zijn internationale reputatie snel herstellen. “Na de omwenteling dacht ik dat alles snel zou veranderen. Maar 45 jaar stalinisme poets je nu eenmaal niet zo maar weg.”