Amerikaanse trekjes in strijd tegen voorkennis

AMSTERDAM, 28 FEBR. De aanpak van het openbaar ministerie van de aandelenhandel met misbruik van voorwetenschap begint steeds meer Amerikaanse trekken te vertonen: hard, met hoge straffen, en tot in het hart van de financiële wereld. Afgelopen week sneuvelde - from hero to zero - ook de loopbaan van een gerespecteerde bestuurder bij een gerespecteerde bank, de ABN Amro.

Daar nam mr. L.D. de Bièvre eergisteren ontslag nadat hij in opspraak was gekomen door misbruik van voorwetenschap op de beurs, waaraan zijn vrouw zich schuldig heeft gemaakt. Met haar is het OM een schikking overeengekomen.

De schikking met de echtgenote van De Bièvre heeft veel weg van de behandeling van de befaamde Wall Street-rommelaars met een bekentenis, een forse geldboete en een min of meer afgedwongen vertrek bij de bank. Vorig jaar schrikte het OM het financiële establishment op door de president-commissaris van verenfabrikant Weweler van zijn bed te lichten en een directeur van drank- en voedingsmiddelenconcern BolsWessanen te arresteren. Onmiskenbaar waait bij het parket van Amsterdam een nieuwe wind sinds mr. H. de Graaff en mr. M.J. van Zwieteren er in 1995 aantraden als officier van justitie, belast met fraudezaken. Hun voorganger J. Wortel, die in het verleden grote drugszaken had aangebracht, had zich als fraude-officier minder ambitieus getoond. Het gehele OM kampte toen nog met de naweeën van de pijnlijke nederlaag in de HCS-zaak, die als waarschuwing had moeten dienen voor alle knoeiende beleggers.

De Graaff en Van Zwieteren hebben nu gekozen voor de aanval. Ze hebben het stof geblazen van het dossier-Weweler, dat Wortel al had afgelegd. De officieren wisten in deze zaak - voor het eerst sinds het vergrijp in 1989 strafbaar werd - een belegger gestraft te krijgen voor misbruik van voorwetenschap. Nog dit jaar willen ze de zaak-BolsWessanen voor de rechter krijgen. De zaak-De Bièvre, die al liep vanaf 1993, blijkt in alle stilte vorige maand te zijn afgehandeld. De advocaten van verdachten hebben zich de laatste tijd kritisch uitgelaten over de agressieve aanpak van de nieuwe officieren. Verdachten van hun bed lichten en op het politiebureau verhoren is een novum in de Nederlandse voorkennisgeschiedenis.

Enkele raadslieden, niet zelden specialisten op het terrein van misbruik van voorwetenschap, verbazen zich over de wijze waarop justitie de zaak-De Bièvre heeft afgehandeld. Een advocaat spreekt van klassejustitie. Anderen noemen het “een merkwaardige schikking”, niet alleen wegens de ongekend hoge boete, maar ook omdat meneer De Bièvre, formeel niet verdacht, wèl onderdeel uitmaakt van de schikking. Hij moest immers, conform de afspraak met justitie, de affaire rond zijn vrouw bij zijn werkgever melden.

Pagina 14: Advocaat bekritiseert schikking

Dat laatste is inmiddels gebeurd. En heel Nederland weet nu dat mevrouw De Bièvre met vertrouwelijke informatie die zij uit een telefoongesprek van haar man opving flink wat geld heeft verdiend op de Amsterdamse beurs. Dankzij voorkennis incasseerde zij eind 1992 naar schatting een half miljoen gulden met handel in aandelen Breevast.

Haar winst zou ze volgens het dagblad De Telegraaf hebben geparkeerd op de rekening van een Zwitserse bank, die vermoedelijk ook in haar opdracht de aankopen heeft gedaan.

Een team van het OM zou zijn afgereisd naar Zwitserland om de identiteit van de cliënt te achterhalen bij de bank, die haar vervolgens inlichtte over de naspeuringen. De vrouw meldde zich daarop bij de officier van justitie.

Haar medewerking heeft ongetwijfeld een rol gespeeld bij de beslissing van het OM om te schikken. De vrouw betaalt Justitie een miljoen gulden, bestaande uit boete en de winst die ze met haar omstreden aandelentransacties had gerealiseerd. Justitie hield daarbij naar eigen zeggen rekening met het feit dat haar echtgenoot zijn vooraanstaande maatschappelijke positie zou kunnen verliezen door deze affaire.

De schikking lijkt sterk op de administratieve afhandeling die in de Verenigde Staten veel wordt toegepast, met dien verstande dat in VS de schikking altijd openbaar wordt gemaakt.

De advocaat van mevrouw De Bièvre, prof.mr. P. van Schilfgaarde, beklemtoont dat meneer de Bièvre van meet af aan zijn werkgever, ABN Amro, buiten de publiciteit heeft willen houden. Van Schilfgaarde drong dan ook aan op een schikking toen hij Justitie anderhalf jaar geleden meldde dat mevrouw De Bièvre met voorkennis had gehandeld.

“De officier en ik waren het er snel over eens dat een strafrechtelijke vervolging van mevrouw enorme repercussies zou hebben voor ABN Amro. De bank zou immers, telkens als de zaak zou opspelen, negatief in de publiciteit komen. Terwijl de bank helemaal niets met de voorkenniszaak te maken had.”

Van Schilfgaarde trekt de vergelijking met de HCS-voorkenniszaak waarbij het bedrijf Begemann publicitaire schade opliep als gevolg van het feit dat zijn toenmalige topman Joep van Nieuwenhuyzen jaren achtereen in het verdachtenbankje zat. En dat terwijl Begemann helemaal niets met de voorkenniszaak had te maken. Het bedrijf claimt nu 900 miljoen gulden schadevergoeding van het Openbaar Ministerie.

Van Schilfgaarde en de Officier van Justitie waren het dus snel eens over een schikking, buiten de publiciteit om. Dat het daarna toch nog anderhalf jaar heeft geduurd voordat de schikking rond was, heeft volgens de raadsman alles te maken met de trage ambtelijke molens en het feit dat “een hoop feitelijke gegevens” nog boven water moesten komen.

Dat de schikking uiteindelijk toch nog in de publiciteit is terechtgekomen is het gevolg van de speurzin van enkele Telegraaf-journalisten. Want als het aan De Bièvre en Justitie had gelegen was de zaak nooit naar buiten gekomen, aldus Van Schilfgaarde.

De transactiewinst van een half miljoen gulden die mevrouw De Bièvre heeft gemaakt is naar Nederlandse begrippen kolossaal, zeker in vergelijking tot andere Nederlandse voorkenniszaken.

In de affaire Weweler, de enige voorkenniszaak die tot nog toe tot een gerechtelijke uitspraak leidde, had de verdachte amper 32.000 gulden verdiend aan zijn voorwetenschap. En de winsten in de zaak-BolsWessanen beliepen niet meer dan enkele tienduizenden guldens, met als grote uitschieter de 2,5 ton die een Amsterdamse optiehandelaar aan zijn omstreden transacties overhield.

“Het wekt verbazing dat in deze zaak waar de verdachte heeft bekend grote bedragen te hebben verdiend aan handel met voorkennis wordt geschikt, terwijl in de BolsWessanen-zaak, waar het om peanuts-bedragen gaat en waar de verdachten zeggen onschuldig te zijn, Justitie het op een strafzaak laat aankomen”, zegt mr. D. Doorenbos, raadsman van één van de BolsWessanen-verdachten.

Mr. P.C. Römer, de advocaat van de bestuurder van BolsWessanen die verdacht wordt van betrokkenheid bij de handel met voorkennis, spreekt van'klassejustitie': “De Bièvre heeft kennelijk koersgevoelige informatie gelekt. Mijn cliënt wordt door het Openbaar Ministerie van hetzelfde verdacht. Maar meneer De Bièvre komt er zonder enige strafrechtelijke sanctie vanaf, terwijl mijn cliënt wordt opgepakt en achter tralies wordt gezet. Mijn cliënt is verontwaardigd.”

De grootste onduidelijkheid bestaat over de betrokkenheid bij de schikking van De Bièvre zelf, die door het OM nadrukkelijk niet als verdachte is aangemerkt, maar van wie Justitie wel verwachtte dat deze zijn werkgever over de zaak zou inlichten.

Volgens de interne huisregels is bankier De Bièvre in de fout gegaan door niet te voorkomen dat zijn vrouw met voorkennis handelde, maar de vraag is wat het OM als handhaver van het strafrecht met die huisregels te maken heeft.

Volgens Doorenbos “past het justitie niet om in de schikking voorwaarden op te nemen voor meneer De Bièvre”. Door hem te verplichten de schikking te melden aan zijn werkgever “bemoeit Justitie zich, strikt genomen, met dingen die haar helemaal niet aangaan”.

Volgens advocaat mr. C. van Bavel, ook bij diverse voorkenniszaken betrokken, heeft justitie wettelijk helemaal geen mogelijkheid om een dergelijke eis te stellen. “Indien mevrouw De Bièvre zèlf met het voorstel is gekomen, liggen de kaarten natuurlijk anders”, aldus de redenering van Van Bavel: “Dan is het geen eis van Justitie, maar een voorstel van de verdachte.”

Persofficier mr. N. Schaar kan niet geheel klaarheid in de zaak brengen: “Het is niet zo dat wij hebben geëist dat De Bièvre het zou melden. Wij wilden het zelf melden aan ABN Amro, maar toen kwam hij met het voorstel het zelf te doen. Daarvoor heeft hij zijn tijd genomen.”

De Bièvre meldde het bestuursvoorzitter J. Kalff uiteindelijk afgelopen dinsdag, een maand na totstandkoming van de schikking, en nam nog dezelfde middag ontslag onder druk van de raad van bestuur.

Doorenbos, die geregeld bedrijven adviseert in voorkenniszaken, noemt de beslissing van ABN Amro “overtrokken” in het licht van de feiten zoals die nu bekend zijn: “De man heeft niet zelf gehandeld. Hij heeft wèl verzuimd zijn werkgever in te lichten. Maar ik vind het erg ver gaan om iemand daarvoor meteen de laan uit te sturen. ABN Amro heeft willen laten zien de regels scherper te hanteren dan waar ook en betoont zich daarbij Roomser dan de paus.”