Afrika hecht, hoe dan ook, aan meer-partijenstelsel

Een speciale vorm van Afrikaanse democratie bestaat niet. Dat is de conclusie van een door het Gemenebest in Botswana georganiseerde conferentie. Het meer-partijensysteem is te verkiezen, ondanks de grote problemen die het tot dusverre heeft meegebracht.

GABORONE, 28 FEBR. Democratische principes zijn universeel, het meer-partijenstelsel is essentieel. Vrijwel unaniem kwamen vertegenwoordigers van Afrikaanse oppositie- en regeringspartijen tot deze conclusie op een conferentie georganiseerd door het Gemenebest in Gaborone (Botswana). Het unieke Oegandese politieke bestel van een geen-partijendemocratie werd afgewezen. “Sinds de herintroductie van het meer-partijenstelsel in Afrika worden onze landen geplaagd door grote politieke problemen”, aldus een deelnemer aan de conferentie. “Niettemin is geen enkele Afrikaanse politicus bereid het nieuwingevoerde systeem op te geven.”

Vrijwel direct na de onafhankelijkheid in de jaren zestig schaften de Afrikaanse leiders het meerpartijenstelsel af. Ontwikkeling van het arme continent was alleen mogelijk onder aanvoering van één partij waarin alle tribale en regionale belangengroepen vertegenwoordigd zijn, was de gedachte toen. In de meeste staten leidde dit vrij snel tot autoritair bestuur en onderdrukking van oppositie. Militaire staatsgrepen volgden. Politieke instabiliteit nam chronische vormen aan en economische groei stagneerde.

Een nieuwe generatie politici zag eind jaren tachtig als enige oplossing voor het inmiddels als “verloren continent” bestempelde Afrika de herintroductie van het meer-partijenstelsel. Nadat in 1991 de Britten en Fransen als voorwaarde voor voortgaande hulp aan hun voormalige koloniën de invoering van dit politieke stelsel waren gaan eisen, gaven de Afrikaanse alleenheersers hun verzet op.

De euforie duurde kort. “De tweede bevrijding”, zoals de democratisering in de volksmond ging heten, kreeg een bittere smaak toen de democratisch gekozen heersers al even arrogant met de macht gingen omspringen. “Na vele meer-partijenverkiezingen hebben we nog steeds geen democratie en behoorlijk bestuur”, stelt de Zambiaanse oppositieleider en advocaat Roger Chongwe vast. “Integendeel, de gewoonten en mentaliteit van de een-partijstaat leven voort.” Verkiezingen op basis van een meer-partijenstelsel of eisen daarvoor in Rwanda en Burundi droegen bij tot tribale slachtpartijen in deze landen. Diep teleurgestelde kiezers keren zich in vele andere staten af van de politici, de opkomst bij verkiezingen ligt steeds lager. Een al even ontnuchterde Franse president Chirac leek de mening van menige Westerse diplomaat in Afrika weer te geven toen hij onlangs verklaarde dat Afrika nog niet rijp is voor een meer-partijendemocratie.

Waarom liep het fout? Paul Muite is een prominent politicus van de Keniase oppositie. De “structuren voor een democratie bestaan nog steeds niet in Kenia”, argumenteert hij. “De grondwet bij voorbeeld moet worden herschreven om eerlijke competitie met de regeringspartij mogelijk te maken”. Volgens Muite lopen de spanningen in Kenia als gevolg van het vastgelopen democratiseringsproces gevaarlijk hoog op. “Wij politici worden irrelevant. Als de aanstaande verkiezingen opnieuw oneerlijk zijn, dan verliezen de Kenianen hun hoop om op democratische wijze veranderingen door te voeren. Dit is onze laatste kans.”

Zambia vervulde een pioniersfunctie toen het als een van de eerste landen de een-partijstaat afschafte. Maar de arrogantie van de macht keerde terug na de verkiezingszege van de Beweging voor Meer-Partijendemocratie (MMD) geleid door president Chiluba. De grote en ongecontroleerde macht van het Zambiaanse staatshoofd bleef onbeperkt, de staatsmedia vervullen nog steeds de rol van propagandamachine en bij verkiezingen staat de oppositie buitenspel. Dezelfde Westerse donorlanden die Zambia in 1991 de hemel inprezen wegens de baanbrekende functie die het land speelde in het Afrikaanse democratiseringsproces, onthouden het nu hun hulp wegens het ondemocratische gehalte van het regime-Chiluba.

Roger Chongwe wijt het Zambiaanse debacle aan de lage kwaliteit van de leiders. “Onze politieke leiders verrijken zich op illegale wijze”, meent hij. “Ze zijn betrokken bij drugshandel en corruptie. Om berechting te voorkomen, moeten ze dus verkiezingen winnen en aan de macht blijven. Ze zijn bereid daar alles voor te doen. Daarom is het democratische experiment in Zambia mislukt. Maar je mag daaruit niet concluderen dat meer-partijendemocratie een Westers concept is dat niet toe te passen is op Afrika.”

In Afrika bestaat geen inheemse traditie van loyale oppositie. “In het oude Afrika regeerde het stamhoofd als in een een-partijstaat”, betoogt Abel Muzorewa, voormalig regeringsleider van Zimbabwe en nu in de oppositie. Eenzaam zit hij op de stoep van het conferentiecentrum in Gaborone: hij mag er niet in, want hij kreeg geen uitnodiging. “Winner takes all”, lijkt de regel van het Afrikaanse machtsspel te zijn. Muzorewa raakte in de vergetelheid. “Er is en was niet zoiets als Afrikaanse democratie. De stamhoofden regeren op autocratische wijze”, zegt hij. “De meeste Afrikaanse presidenten hebben de mentaliteit van een stamhoofd. Ze streven ernaar hun hele leven president te blijven en zullen daarom iedere oppositie verbrijzelen.”

Verkiezingsuitslagen zijn vaak een exacte weerspiegeling van de stamverhoudingen in de samenleving. In het goeddeels rurale Afrika laten kiezers zich gemakkelijk verleiden om te stemmen voor persoonlijkheden of vertegenwoordigers van clans of stammen. Ideologie of partijprogramma's spelen geen rol bij het maken van een keuze. Meer-partijendemocratie blijkt vooral een ideaal van de midden- en hogere klasse. Wat heeft het voor zin om op die basis verkiezingen te houden als het zo'n elitaire aangelegenheid is?

Margareth Dongo is een van de slechts twee oppositieleden in het Zimbabwaanse parlement. “We moeten keihard werken aan voorlichting over democratie op het traditioneel ingestelde platteland. Regeringen zouden daarvoor geld moeten vrijmaken.” De Ghanese oppositieleider John Kufuor ziet de negatieve invloed van tribalisme op de democratie als een tijdelijk probleem. “Stap voor stap lossen we dit probleem op, door modernisering komt het individu en niet de stam centraal te staan. Bovendien, wat is het alternatief? Het een-partijsysteem bleek een voorwendsel voor dictators. Intussen zullen we door middel van een federaal systeem de rechten van tribale minderheden moeten verzekeren.”

Het meer-partijenstelsel is de enige weg voorwaarts voor Afrika, hebben de deelnemers aan de Gemenebestconferentie in Gaborone geconcludeerd. Een unieke Afrikaanse vorm van democratie bestaat niet. Of, zoals oppositieleider Paul Chow van de Seychellen het uitdrukt: “De opkomende generatie politici in Afrika heeft gezien hoe het idee van een typisch Afrikaanse democratie werd misbruikt door onze onafhankelijkheidsleiders. Daarom gooien we het concept van een Afrikaanse democratie nu het raam uit.”

Eenzame uitzondering vormt Oeganda. Politieke partijen in Europa ontstonden pas ná de vorming van een sterke middenklasse. In Afrika ontbreken die voorwaarden en het meer-partijenstelsel leidde in Oeganda tot verdeeldheid en tribale slachtpartijen. De Oegandese president Museveni, die deze theorie uitdraagt, voerde daarom het geen-partijsysteem in. Er bestaan in Oeganda grote vrijheden, maar niet de mogelijkheid een politieke partij op te richten. Politici nemen aan verkiezingen deel op individuele basis, lokale regeringsinstanties kregen beduidend meer bevoegdheden.

In zijn eerste regeringen na 1986 nam Museveni leden van voormalige oppositiepartijen op. De verkiezingen vorig jaar leidden echter tot aanscherping van de politieke tegenstellingen en veel opposanten van Museveni keerden niet terug in zijn regering. Museveni's bewind heeft ontegenzeglijk een radicale ommekeer bewerkstelligd in Oeganda's recente gewelddadige geschiedenis. Er heerst nu politieke stabiliteit en de economische groeicijfers vallen hoger uit dan waar ook op het continent. Oeganda staat bekend als een succesverhaal.

“We hebben Afrika veel te leren. Ons typisch democratische model werkt!”, verkondigt een lid van de Oegandese regeringsdelegatie in Gaborone. “Het Westen gebruikt ons altijd als proefkonijn, voor economische modellen en nu weer voor het meer-partijensysteem. Maar Afrika is anders.”

Zijn woorden zijn niet aangeslagen bij zijn Afrikaanse collega-politici op de conferentie in Gaborone. “Ze weigeren de bijzondere omstandigheden van Afrika te zien. Wacht maar af, ze zullen daar in de toekomst van terugkomen”, aldus de Oegandees.