Reservepot bij banken: ruimte voor expansie

AMSTERDAM/UTRECHT, 27 FEBR. Hoe groot zijn de stille reserves precies? “Vierendertigvijftig”, antwoordde Rabo-topman Wijffels, alsof een kruidenier de boodschappen afrekent. Niet 34,50, maar 3.450 miljoen gulden.

De banken onthullen dezer dagen bij de publicatie van hun resultaten over 1996 ook hun laatste financiële geheim, de omvang van de stille reserves. “Mag ik even stilte voor dit sacrale moment”, zei Wijffels gisterochtend schertsend.

Vanochtend werd de Rabobank overtroffen door ABN Amro, die in balanstotaal bijna twee keer zo groot is, maar in de pot met stille reserves maar eenzesde meer heeft dan de coöperatieve gigant: 4.015 miljoen gulden.

ABN Amro heeft besloten om met ingang van dit jaar de openbaar gemaakte stille reserves te splitsen: 2 miljard gaat naar het nieuwe zichtbare fonds voor calamiteiten, dat FAR heet. De bank zei vanochtend deze halvering voldoende de achten voor de FAR. Het resterende bedrag, iets meer dan 2 miljard gulden, heeft de bank aan de algemene reserve toegevoegd. Deze bijdrage werkt door in de intrinsieke waarde van de aandelen en daarmee op de koers.

De Rabobank, die zich als coöperatie niets gelegen hoeft te laten liggen aan beleggers op de beurs en de priemende ogen van financiële analisten, hevelt straks alle stille reserves over naar het zichtbare FAR-fonds. Vorige week meldde ook de Nationale Investeringsbank deze oplossing: zij stopt vrijwel de complete stille reserves (300 miljoen gulden) in het FAR-fonds en voegt de rest (14 miljoen) aan de algemene reserves toe.

Al deze overhevelingen verruimen tevens de expansieruimte van de banken. Zij mogen de openbaar gemaakte stille reserves optellen bij hun kernvermogen, dat volgens de regels van de internationale bankentoezichthouders minimaal 4 procent van de risicovolle kredietverlening moet zijn. De Nederlandse banken zaten al ruimschoots boven die norm en komen nu nog hoger uit. Daarbij spant de Rabobank de kroon: zij heeft als enige particuliere bank het superiere rapportcijfer triple A van de drie belangrijkste beoordelaars van de kredietwaardigheid, de zogeheten rating agencies.