Rabo, de reus van Nederland

De slogan van Rabobank You'll never walk alone blijkt er in de praktijk op neer te komen dat de bank haast elke Nederlander met enig spaargeld als een schaduw volgt. Rabobank is niet alleen de grootste bank en een van de grootste werkgevers in Nederland, maar ook de belangrijkste financiële draaischijf in de samenleving. Bij woninghypotheken, betaalrekeningen, bedrijfsfinanciering, beleggingen en straks ook meer en meer bij de pensioenen.

De alomtegenwoordigheid van Rabobank kwam gisteren, bij de presentatie van de resultaten over 1996 door bestuursvoorzitter Herman Wijffels, nog eens scherp aan het licht. Ongeveer 8 miljoen mensen, de helft van de Nederlandse bevolking, zijn klant bij Rabobank en hetzelfde geldt voor meer dan de helft van de Nederlandse ondernemingen. Op een zeer concurrerende markt wist Rabobank het aantal betaalrekeningen met 200.000 te vergroten tot 5,6 miljoen.

De beleggers van Robeco, 's lands tweede particuliere vermogensbeheerder, werden eergisteren definitief ingelijfd. Wijffels schat dat Rabo/Robeco nu bij de beleggingsfondsen een marktaandeel heeft van boven de 50 procent. De bank betaalt ruim 1 miljard gulden als overnamesom en telt nog eens 1,5 miljard neer om Robeco internationaal acquisities te laten verrichten.

In het licht van deze miljardendeal is het opmerkelijk dat Wijffels gisteren beweerde dat Rabobank, die ongeveer een derde van de Nederlandse markt beheerst, “geen agressieve strategie volgt om marktaandeel te winnen, maar wacht op wat de klant aangeeft”. Het is temeer opmerkelijk omdat Rabobank op dit moment ook nog onderhandelt met de grote pensioenfondsbeheerder PVF over een samenwerking, waarbij ook Rabo's verzekeringsdochter Interpolis is betrokken.

Wijffels, van origine hereboer en nog altijd prominent lid van het CDA, is zich in feite goed bewust van de maatschappelijke banden van zijn financiële instelling. “De maatschappelijke tendensen vind ik terug in de beide kanten van onze balans. Aan de ene kant zie ik dat het spaarzame Nederlandse volk blijft doorsparen. Aan de andere kant zie ik dat mensen meer lenen”, vertelde hij na afloop. De toevertrouwde middelen groeiden vorig jaar van 163 miljard tot 176 miljard gulden, de kredietverlening van 190 miljard tot 216 miljard.

De januskop van de lenende en sparende Nederlander zit nu vooral - in de traditie van Janus - aan de voordeur van de eigen woning. De prijzen op de huizenmarkt zijn de laatste vier jaar explosief gestegen, mede onder invloed van de lage rente, die lenen goedkoop maakt. De FGH Hypotheekbank schetste vorige week een mogelijke ineenstorting van de huizenmarkt als de rente weer oploopt en eind deze eeuw in één keer veel nieuwbouwwoningen op de markt komen.

De Rabobank, de grootste hypotheekverstrekker van Nederland, is niet bang voor een huizenkrach. “Het is niet de rente alleen”, zei Wijffels en echode daarmee de titel van het partijprogram “Niet bij brood alleen” dat verscheen bij de oprichting van het CDA.

“De rente is eerder ook laag geweest en toen was de aankoop van woningen toch niet zo overweldigend. Over de gehele linie is er een verschuiving van huurwoningen naar koopwoningen.”

Wijffels ziet in de doorzonwoning de “voltooiing van de emancipatie van de massa”, die in de jaren zestig goed op gang kwam. “Het eigen huis is niet alleen binnen het financiële, maar ook binnen het mentale bereik van veel mensen gekomen. Een huis wordt niet alleen meer gekocht met het idee 'ik moet ergens wonen', maar ook met de gedachte een begin te kunnen maken met vermogensvorming voor later. Wie huurt betaalt 800 gulden per maand, wie koopt lost af en heeft aan het einde van de rit wat over. Het is zo ook een psychologisch proces.”

De Rabo zag het aantal hypotheken stijgen van 135.000 tot 165.000, terwijl daarbovenop nog eens 25.000 tweede hypotheekleningen werden opgenomen. Dit extra geld wordt gebruikt voor consumptief krediet, verbouwingen aan het huis en voor financiering van pensioenprodukten. Het is duidelijk dat de traditionele Rabobank-spaarder nog wat voorzichtig is met beleggingen op de aandelenbeurs, die record na record breekt. Weliswaar werden per saldo ongeveer 1 miljard gulden op de beurs belegd, maar tegen het einde van het jaar hadden veel beleggers hun koerswinsten al weer verzilverd.

Op de pensioenmarkt hoopt Rabo de vleugels uit te kunnen slaan met de samenwerking met PVF, die zo'n slordige 40 miljard gulden aan pensioen- en vutgelden beheert. Interpolis-voorzitter Jan Vullings zei vorige week te verwachten dat een akkoord binnen vier weken gesloten zou kunnen worden. “Dat is wat optimistisch. Wij en zij hebben tijd nodig om zaken af te stemmen met onze achterban. Bij de gesprekken komen steeds dingen op tafel waar we nog even naar willen kijken. Dat het wat langer duurt is geen reden om uit te wijken naar een holder-de-bolder-scenario”, zei Wijffels.

Hoe de activiteiten binnen de straks zeer wijdvertakte Rabo-groep worden verdeeld gaf Wijffels slechts in grove lijnen aan. “Robeco is met zijn Rodamco een expert in vastgoed, dus het ligt voor de hand om daar de leiding van het vastgoed neer te leggen. PVF heeft een uitstekend pensioenadministratiesysteem en Interpolis is er voor de aanvullende verzekeringen. Het gaat om een allocatie van expertise”, zei Wijffels.

De activiteiten van Rabo in het buitenland, waar inmiddels 2.700 mensen werken, groeien jaarlijks met 15 tot 20 procent. Dat is hoger dan de gemiddelde groei in Nederland, die tussen de 7 en 8 procent ligt, en Rabo houdt dat groeitempo graag vast.

De bank blijft echter vooral een reus in Nederland. Vorig jaar bereikte Rabo de mijlpaal van 40.000 werknemers en verstevigde daarmee zijn positie onder de andere grote werkgevers zoals KPN, Philips en Vendex. Van de 2.000 banen die er in Nederland bijkwamen zijn er naar schatting van lokale Rabo-directeuren in een enquête zo'n 500 het gevolg van de 36-urige werkweek.

Arbeidstijdsverkorting is een typisch element van het huidige economische beleid in Nederland, dat op dit moment internationaal zo bewonderd wordt. Wijffels gelooft echter niet in een 'poldermodel' als banenmachine en motor van groei: “Er is geen typisch Nederlands economisch model. Er is alleen een maatschappelijk model.”