PvdA en VVD: referendum over euro is zinloos

DEN HAAG, 27 FEBR. De enige manier om angsten van burgers over de invoering van een Europese munt (euro) het hoofd te bieden, is vasthouden aan strikte naleving van de criteria die gelden voor de invoering van de euro. Een referendum over de kwestie is geen realistische optie, omdat Nederland zich met de invoering van het verdrag van Maastricht al aan de invoering van de euro heeft verbonden.

Dat is de reactie van de Tweede-Kamerfracties van PvdA en VVD op de enquête die in opdracht van NRC Handelsblad onder twaalfhonderd Nederlanders werd gehouden, over de invoering van de euro.

Daaruit blijkt dat meer Nederlanders denken dat hun land slechter wordt van invoering van de gemeenschappelijke Europese munt, dan beter. D66 en CDA willen vooral betere voorlichting over de implicaties van de invoering van de euro voor concrete zaken als hypotheken en pensioenen, om de vrees voor de invoering van de euro het hoofd te bieden.

J. Wallage, fractievoorzitter van de PvdA, is niet verbaasd over de uitkomst van de enquête, omdat het opgeven van de nationale munt “de ruggegraad van de natie” betreft. Volgens hem brengt het dezelfde onrustgevoelens met zich mee als het prijsgeven van andere nationale symbolen, zoals het volkslied, zou doen. Bovendien vindt Wallage het gevoel verklaarbaar dat Nederland met zijn harde munt alleen maar te verliezen heeft bij de invoering van de euro.

Toch acht hij de monetaire risico's niet groot als de criteria die voor de invoering gelden, strikt worden nageleefd. “Wat dit betreft zit er geen verschil tussen PvdA en VVD.” Wel verwijt hij de liberalen “teveel te surfen op de golven van de publieke opinie en te weinig leiding te geven aan diezelfde publieke opinie.”

Verder, zegt PvdA-fractieleider Wallage, is het risico van een monetaire terugval gering “als een klein clubje landen met de invoering van de Euro begint. De bandbreedte met de andere valuta is dan niet zo groot”.

PvdA en VVD zijn wat betreft handhaving van de criteria voor invoering van de euro zuiver op de graad, D66 en het CDA niet. Dat zegt H. Hoogervorst, financieel specialist van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, in een reactie op de enquête. “Over D66 heb ik weinig illusies wat betreft het vasthouden aan de criteria”, aldus Hoogervorst. “Die wekken nog teveel de indruk invoering van de Euro ook best te vinden als de grote landen de criteria niet precies halen. Ook het CDA leunt teveel achterover en wil de besluitvorming teveel aan de grote Europese lidstaten overlaten”, aldus Hoogervorst.

G. Ybema, financieel specialist van de D66-Kamerfractie, wijst er in een reactie op dat het Verdrag van Maastricht zekere marges toestaat bij de handhaving van de criteria. Hij verwijt de VVD “in te spelen op onzekerheid over veranderingen voor politiek gewin, zoals Bolkestein doet. Dat is buitengewoon kwalijk.”

Europarlementariër voor D66, L. Brinkhorst sluit zich hierbij aan. “De enquête toont aan dat er gebrek is aan politieke discussie over het belang van de EMU in verband met de interne markt en de toekomst van Nederland in de Europese integratie. Verschillende politici, zoals Bolkestein, voeren een politiek van bangmakerij en voeden de angst in plaats van dat ze een positief perspectief bieden op het Europese project. Mensen worden in verwarring gebracht door enerzijds Bolkestein die zegt dat de EMU niet strak genoeg is en anderzijds door zeventig economen die zeggen dat de EMU te strak is. Politieke partijen moeten een open en eerlijk debat voeren.”

Oud-minister en europarlementariër voor het CDA, H. Maij bepleit ook eerlijkheid. “Hieruit blijkt weer dat eerlijke voorlichting over de voor- en nadelen hoognodig is. Daar ligt een belangrijke taak voor het kabinet”, aldus europarlementariër Maij.