Nieuw modemuseum in Parijs; Meer dan een uitstalling van mooie kleren

Musée de la Mode et du Textile, Palais du Louvre, Rue de Rivoli 107. Di t/m vr 11-18u, wo tot 22u, za en zo 10-18u. Inl 00-33144555750. Het documentatiecentrum is nu nog alleen open op donderdag, enop afspraak; de definitieve opening is gepland voor september 1997. Inl 00331-44555857.

Het is nauwelijks verbazingwekkend dat Parijs een van de drie belangrijkste mode- en textielcollecties ter wereld bezit, naast die van het Metropolitan Museum van New York en het Victoria and Albert Museum van Londen. Veel opmerkelijker is het dat er nooit een geschikte ruimte was om deze collectie tentoon te stellen. Nu is het eindelijk zover.

Eind januari installeerde het nieuwe Musée de la Mode et du Textile zich in de Aile de Rohan van het Louvre. De ruimte beslaat drieduizend vierkante meter: een heel wat betere behuizing dan het Pavillon Marsan van het Louvre, waar de collectie van 1986 tot 1995 was onderbracht. Van de drie etages in de Aile de Rohan zijn er twee bestemd voor het exposeren van een keuze uit de eigen collectie en dient de derde als uitgebreid documentatiecentrum, toegankelijk voor zowel specialisten als liefhebbers.

De collectie bestaat uit 16.000 kostuums van de zeventiende eeuw tot nu, 35.000 accessoires, 30.000 stukken textiel en archieven, voor een deel afkomstig uit belangrijke schenkingen van couturiers die in Parijs werkten. Zo schonk Madeleine Vionnet 150 jurken en haar hele archief, Elsa Schiaparelli 88 modellen, Balenciaga 74 en Poiret 32 uitrustingen. Ook particulieren droegen aan de collectie bij. Het nageslacht van Gustave Eiffel bijvoorbeeld, gaf maar liefst 900 modellen van vermaarde couturiers van het begin van de eeuw, waaronder les soeurs Callot, Lanvin en Coco Chanel. Deze schat wordt bewaard in een indrukwekkende ruimte gesitueerd onder de Jardins des Tuileries: een waar laboratorium, voorzien van de meest geavanceerde technische snufjes om de juiste temperatuur en luchtvochtigheid te bewaren.

“We stallen niet alleen maar uit,” zegt een van de museummedewerksters. “We willen aan de hand van de mode laten zien hoe mannen en vrouwen in de loop der tijd dachten en leefden.” Het gaat er hier niet om de 'geschiedenis van de mode' te laten zien, maar om het illustreren van een thema. De eerste opstelling, die is samengesteld uit slechts één procent van de collectie, heeft als thema 'geometrie'. De geometrie van het lichaam, van de snit en van het dessin. Je ziet er bijvoorbeeld de ingeregen vormen van de achttiende en de negentiende eeuw, de soepele lijnen van het begin van de twintigste eeuw, de ballon- en trapezejurk, de pagodemouw, de Art Deco motieven. Hierna komt het thema 'exotisme' aan bod, en zo zal er elke zes maanden een nieuwe keuze te zien zijn. “Niet alleen om het publiek geregeld terug te laten komen, maar vooral om de modellen niet te lang aan licht en spanning bloot te stellen”, aldus een wetenschappelijk conservator.

Het parcours verloopt in een omgekeerde chronologie, vanaf de huidige jaren 90 terug tot diep in de achttiende eeuw, en is van uitstekende toelichtingen voorzien. Het idee is om vooral bij jongere generaties via de herkenbare kleding van nu, interesse te wekken en inzicht te bieden in de dracht van vroegere tijden. De ruime vitrines tonen veelal tijdsbeelden die vaak worden ondersteund door dia's en films met beelden uit de betreffende periode.

Geslaagd is de vitrine van de periode 1920-'30. Aan de hand van modellen van Paquin, Chanel en Sonia Delaunay is te zien hoe door de ontwikkeling van de sport en de vrijetijdsbesteding in de open lucht, de mode praktischer en comfortabeler wordt. De mannengarderobe is inspiratiebron; broek en shorts doen hun intrede in de vrouwenmode. In de vitrine gewijd aan de jaren '80 staat, naast modellen van Jean Paul Gaultier, Azzedine Alaïa en Christian Lacroix, ook het pak met Nehru-kraag van Thierry Mughler. Hierin baarde de ex-minister van Culturele Zaken Jack Lang in 1985 veel opzien in de Chambre des Députés; het was de eerste keer dat een man zich zonder das vertoonde in de volksvertegenwoordiging. Het modemuseum presenteert dit als het begin van een nieuwe periode in de mannenmode, die vanaf dan fantasierijker en minder conventioneel mocht zijn.

Hoewel het afkraken van nieuwe culturele instellingen in Parijs à la mode is, kreeg dit nieuwe museum een goede pers. Behalve in Le Monde. De krant verwijt het museum vooral dat er geen enkel kledingstuk van Yves Saint Laurent te zien is, op één jurk uit 1958 na, toen Saint Laurent nog bij Dior werkte. Ook het modehuis Yves Saint Laurent was woedend en verscheen niet op het openingsdiner. Le Monde vergat echter te melden dat het museum maar twintig modellen van deze couturier bezit (en bijvoorbeeld 200 van Dior en 140 van Chanel).

Dat komt niet alleen omdat de Yves Saint Laurent-kleding zó tijdloos is dat de gelukkige bezitsters daar voorlopig geen afstand van doen, maar vooral omdat het modehuis alle modellen voor zijn eigen privé-museum bewaart. Gezien het feit dat de collectie van dit nationale modemuseum voor 90 procent uit schenkingen bestaat, zou men kunnen denken dat het modehuis Yves Saint Laurent best eens een gulle geste had kunnen doen.

De grote hal van de Aile Marsan wordt vanaf 1999 gezamenlijk gebruikt door het Musée des Arts Décoratifs, het Musée de la Publicité en het Musée de la Mode voor grote internationale tentoonstellingen. Het Musée de la Mode heeft een retrospectief van de mannenmode op het programma staan, en een hommage aan Balenciaga, waarvoor het zal samenwerken met het modemuseum van de gemeente Parijs, het Palais Galliera.

Mode in musea

In Museum Swaensteyn in Voorburg is nog t/m 13 apr La Vie en Rose te zien, een expositie over Jean Louzac, 'de zingende couturier' die al 45 jaar mode ontwerpt voor een voornamelijk Haagse cliëntèle. Inl 070-3861673.

In het Textielmuseum in Tilburg is van 1 mrt t/m 25 mei de tentoonstelling Bodyfashion, 'vernieuwing op de huid gezeten' te zien. Inl 013-5367475

In het Londense Victoria & Albert Museum wordt van 6 mrt t/m 27 juli een tentoonstelling gehouden over 50 jaar Britse mode, onder de titel The Cutting Edge. Inl. 0044-171-9388500.

Lingerie van Marlies Dekkers is van 22 mrt t/m 18 mei te zien in de KunstHal in Rotterdam. Inl. 010-4400300

Werk van de Belgische ontwerper Martin Margiela is van 12 juni t/m 3 aug te zien in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Inl. 010-4419400.

Het Drents Museum in Assen besteedt van 10 aug t/m 12 okt aandacht aan de nu dertigjarige couture-loopbaan van Frans Molenaar, Dertig jaar design. Inl. 0592-312741