Milieubeweging ontevreden; Schiphol en KLM steunen luchtvaartnota

DEN HAAG, 27 FEBR. De KLM en Schiphol zijn tevreden over de 'Perspectievennota', waarmee het kabinet gisteren een maatschappelijke discussie over de toekomst van de luchtvaart is begonnen.

Beide bedrijven vinden dat het grote belang van de luchtvaart voor de Nederlandse economie goed wordt beschreven in de nota, die de argumenten voor en tegen uitbreiding van het luchtverkeer op een rij zet.

De maatschappelijke discussie over de toekomst van de luchtvaart gaat vier maanden duren, waarna het kabinet besluit of de luchtvaart in Nederland wel of niet mag groeien. President-directeur P. Bouw van de KLM zei dat hij ingenomen is met de “voorspoedige aanpak” van het kabinet. Bouw heeft in het verleden gedreigd dat KLM Nederland de rug toekeert als de maatschappij onvoldoende groeimogelijkheden krijgt. Een voorwaarde voor de maatschappij is dat er ook in de toekomst een luchthaven beschikbaar blijft die op kwaliteit en kosten kan concurreren met andere luchthavens.

Voor Bouw is het een voorwaarde dat Schiphol bij alle uitbreidingsplannen het centrum blijft van de KLM-activiteiten. Een satelliet van Schiphol is denkbaar, maar de reistijd tot de hoofdterminal op Schiphol mag volgens hem niet meer dan acht tot tien minuten bedragen. Anders raken de soepele overstapmogelijkheden die de KLM haar passagiers wil bieden in het gedrang.

Ook de luchthaven Schiphol is ingenomen met de kabinetsnota. De directie van Schiphol heeft met instemming gelezen dat het behouden van goede continentale en intercontinentale verbindingen van groot belang is voor het op peil houden van de distributiefunctie van Nederland. Schiphol is ervan overtuigd dat het mogelijk is de economische bijdrage van de luchtvaart te verhogen en tegelijkertijd een leefbare omgeving te behouden.

De milieubeweging noemde de kabinetsnota gisteren eenzijdig omdat de milieugevolgen onderbelicht blijven. Tweede-Kamerlid Van Gijzel (PvdA) zei dat de nota “een smalle basis” voor een maatschappelijke discussie biedt. Van Gijzel mist eveneens een gedetailleerde uitwerking van de milieugevolgen van de groeiende luchtvaart. Ook vindt hij dat de nota niet alleen cijfers moet geven over de werkgelegenheid die de luchtvaart oplevert, maar ook over de mogelijke banengroei die alternatieve investeringen zou kunnen opleveren. Verder noemt Van Gijzel het “een punt van zorg” dat het kabinet al na vier maanden de maatschappelijke discussie over het nut en de noodzaak van het meedoen met het groeiend luchtverkeer wil afronden, terwijl belangrijke informatie, zoals van het Centraal Planbureau pas naderhand beschikbaar komt.

VVD, D66 en CDA vinden dat de nota voldoende materiaal bevat om de maatschappelijke dialoog te beginnen.