Kaap is paradijs drugshandel

KAAPSTAD, 25 FEBR. Om de hoek van Campbell en Rochester in de Kaapse wijk Observatory woont Rudy. Hij handelt in mandrax, crack, cocaïne, LSD, XTC, wat dan ook. Hij laat 'buttons' mandrax en kristallen crack zien en vraagt wat het mag wezen. Zoals Rudy zijn er honderden handelaren in Kaapstad, het centrum van drugshandel- en drugsgebruik in Zuid-Afrika.

Volgens nieuwe cijfers van het Zuidafrikaanse bureau voor narcotica (Sanab) vindt meer dan zestig procent van de drugs die het land binnenkomt zijn eindbestemming in de Kaap.

Een deel van de drugs is inheems. Zuid-Afrika kent een lange traditie van het gebruik van dagga, een lichte uitvoering van hasjiesj en een tamelijk onschuldige softdrug. Mandrax, XTC en crack (op basis van cocaïne) worden in clandestiene fabrieken gemaakt.

Dat alleen zwarten en kleurlingen drugs zouden gebruiken, is een misvatting, zo blijkt uit de Sanab-gegevens, hooguit tekent zich een marktdifferentiatie af. Onder blanke yuppies is het gebruik van dure cocaïne populair, onder de armere zwarten en kleurlingen is het goedkopere mandrax meer in trek. LSD, XTC en crack vormen een tussensegment.

Sanab heeft in Zuid-Afrika 136 drugssyndicaten gesignaleerd, die behalve Kaapstad de steden Johannesburg en Durban als uitvalsbases gebruiken. De handel loopt in de honderden miljoenen guldens. Zuid-Afrika is de sprinkplank geworden voor een verdere verspreiding van drugs in Zuidelijk Afrika en van verscheping naar Europa en Amerika. Internationale drugskartels maken dankbaar gebruik van de slechte grenscontroles in Zuid-Afrika.

De statistieken over 1995 en 1996 laten een sterke stijging van de smokkel van cocaïne zien. Alleen in de provincie Westkaap, met als hoofdstad Kaapstad, confisceerde de politie in 1996 35.000 gram cocaïne, in 1995 was dat ruim 5.000 gram.