Israel voltooit omsingeling Oost-Jeruzalem

TEL AVIV, 27 FEBR. De bouw van de grote joodse woonwijk bij Har Homa is het logisch uitvloeisel van de politiek om Oost-Jeruzalem te omsingelen met joodse wijken. Deze als veiligheidsdoctrine gepresenteerde bouwpolitiek begon in 1967, toen Oost-Jeruzalem tijdens de Zesdaagse oorlog in Israelische handen viel en vervolgens werd geannexeerd. Premier Benjamin Netanyahu zet dus consequent de politiek voort van alle regeringen sedert 1967.

De Arbeidspartij van Shimon Peres, die vorig jaar in de oppositie werd gedrongen, heeft geen kritiek op de bouw bij Har Homa zelf geuit maar wel op het “ongelukkig gekozen” tijdstip. Dat Israel zich niet door Palestijnse of dreigementen uit welke hoek ook moet laten intimideren als het over Jeruzalem gaat, is een argument dat met evenveel kracht in de Arbeidspartij als in Likud klinkt. Over Jeruzalem bestaat in de Israelische samenleving een brede en diepe consensus waarop Netanyahu heeft kunnen bouwen, ook al zitten er aan zijn besluit van gisteren wellicht motieven - afleiding van het corruptieschandaal, paaien van de rechtervleugel in de regeringscoalitie - die niet zuiver op de graad zijn.

Netanyahu bouwt in Jeruzalem om zelfs ten tijde van het vredesproces met de Palestijnen nog eens een uitroepteken te plaatsen achter Israels vastbeslotenheid vast te houden aan Jeruzalem als de “ondeelbare, eeuwige hoofdstad” van het joodse land. Belangrijke uitbreiding van de gemeentelijke grenzen van Jeruzalem na 1967, naar het noorden, oosten en zuiden, heeft voor de verwezenlijking van de joodse urbanisatie van Jeruzalem ruimte geschapen.

Uiteindelijk zullen volgens de Israelische plannen bij Har Homa 6.500 appartementen voor 35.000 Israeliërs verrijzen. Deze nieuwe woonwijk, die met behulp van Palestijnse arbeid snel uit de grond zal worden gestampt, is een van de laatste schakels in de Israelische omsingelingsdoctrine van Jeruzalem. Als de rijen witte flats er staan, is een gat op de kaart tussen Zuid-Jeruzalem en Bethlehem gedicht. Vanuit het noordoosten is Oost-Jeruzalem dan van het Palestijnse achterland afgesloten door nieuwe wijken als Neve Ya'acov, Pisgat Ze'ev, Har Homa en Gilo. Als ook de plannen worden verwezenlijkt om Ras Al-Amud, vlak bij de oostelijke toegang tot Jeruzalem, te bouwen is de omsingeling tegen het 'Palestijnse demografisch gevaar', zoals nationalistische politici het uitdrukken, compleet.

Har Homa verrijst op Palestijns gebied dat door Israel na 1967 werd geannexeerd en waarvan een groot deel daarna in Israelische particuliere handen is overgegaan. Het grootste deel van het land waarop de joodse wijk bij Har Homa zal verrijzen, is van joodse landeigenaren onteigend; de rest van Palestijnen. Volgens David Mor, de grootste landeigenaar bij Har Homa, werd al in 1935 land door joden bij Har Homa gekocht. De grootste aankopen werden echter in 1970 gedaan van Palestijnse landeigenaren. De felste weerstand in Israel tegen de bouwplannen van de regering-Netanyahu komt van de zijde van de joodse landeigenaren die proberen door tussenkomst van het Hooggerechtshof deze onderneming op “hun grond” te torpederen. De joodse landeigenaren stellen dat er geen politieke problemen zouden zijn indien de regering de onteigening van het land ongedaan zou maken en de bouw bij Har Homa zou overlaten aan joodse en Palestijnse landeigenaren. Zonder inmenging van de politiek zouden die elkaar volgens David Mor wel hebben weten te vinden.

Teddy Kollek, de oud-burgemeester van Jeruzalem aan wiens liberale politiek de Arabieren in Jeruzalem overigens betrekkelijk weinig plezier hebben beleefd, sprak zich gisteren uit voor teruggave van het indertijd van de Palestijnen onteigende aan de Palestijnse eigenaren zodat zij bij Har Homa hun eigen wijk kunnen bouwen. Evenals Meron Benvenisti, loco-burgemeester van Jeruzalem onder Kollek, geeft de oud-burgemeester geen cent voor de belofte van premier Netanyahu om voor de Arabieren in Jeruzalem 3.000 woningen te bouwen in tien verschillende Arabische buurten. Beiden zeiden deze week dat het aanbod mooier klinkt dan het is omdat van de Arabieren, in tegenstelling tot de joden, wordt verwacht dat ze zelf de infrastructuur - wegen, riolering, elektriciteit etc. - financieren. “Daar hebben ze geen geld voor”, zei Kollek. Hij vroeg zich af waarom een afgerond plan om 8.000 woningen voor Arabieren, inclusief infrastructuur, in Shufat te bouwen niet nu uit de laden wordt gehaald.

De regering-Netanyahu heeft gisteren echter anders besloten en onder druk van Ehud Olmert, de burgemeester van Jeruzalem, afgezien van het bouwen van een joodse wijk naast een Arabische wijk bij Har Homa.

Tegen de massale bouw bij Har Homa worden van Israelische kant ook ernstige bezwaren aangevoerd van de zijde van de natuurbescherming. Een van de mooiste, nog ongerepte panorama's van Jeruzalem zal over enkele jaren alleen nog maar op prentbriefkaarten zijn te zien.

De Israelische regeringsverklaring van gisteren om met de bouw van de wijk bij Har Homa te beginnen zodra Eli Yishai, de minister van sociale zaken en welzijn, de nodige handtekeningen heeft gezet en de laatste juridische obstakels zijn genomen, ging gepaard met een waarschuwing aan het adres van de Palestijnse leider, Yasser Arafat, van geweld tegen het Israelische besluit af te zien. Mocht hij deze waarschuwing negeren dan komt de verdere overdracht van Palestijns land op 7 maart volgens het akkoord van Hebron in gevaar. Van de Amerikanen heeft Arafat kunnen vernemen dat Israel ter compensatie voor diens aanvaarding van Har Homa bereid is in de eerste van de drie fasen van ontruiming van bezet gebied zelfs tien procent van de Westelijke Jordaanoever (een groot gebied bij Halhul, bij Hebron) aan de Palestijnse bestuursautoriteit over te dragen.

Aangezien Arafat volgende week door president Bill Clinton op het Witte Huis zal worden ontvangen is het volgens Netanyahu aannemelijk dat hij wel krachtig tegen het Israelische besluit zal protesteren maar het daarbij zal laten om verdere groei van de 'Palestijnse staat' niet in gevaar te brengen. De logica is op Netanyahu's hand. Maar kan Arafat de Palestijnse emoties bedwingen?

Feisal Husseini, de Palestijnse leider in Oost-Jeruzalem, zei gisteren “een intifadah” te ruiken. In december 1987 werd de Palestijnse volksopstand, die naam maakte als de intifadah, in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever aan de PLO-leiding in Tunis opgedrongen. De aanwezigheid van een sterke Palestijnse politiemacht in delen van de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook geeft Arafat weliswaar meer controle over de Palestijnen. Maar zoals de incidenten in september, na het openen van een nieuwe toegangsdeur tot een archeologische tunnel, hebben aangetoond kan er snel bloed vloeien. De Palestijnse politie is gewapend en dat is in de Israelisch-Palestijnse verhouding een element waarmee beide partijen bij het nemen van beslissingen ernstig rekening moeten houden.

Met het gevaar van nieuwe Israelisch-Palestijnse onlusten in gedachten heeft Yoram Gaon, lid van de Jeruzalemse gemeenteraad en één van Israels populairste zangers, vrijdag in een goed beluisterd radioprogramma een warm pleidooi gehouden voor samenspraak met de Arabieren over de bouw in Jeruzalem. “Natuurlijk kunnen we met ons hoofd tegen de muur lopen door de joodse wijk bij Har Homa (berg-muur) te bouwen. Ik zeg dat omdat ik zo ontzettend verliefd ben op Jeruzalem. Die stad is van mij. Ik wil haar vreedzaam houden.”

Yoram Gaon hekelde het idee dat het bouwen van joodse woonwijken rond Jeruzalem effectief is tegen een Arabische inval in de stad. “Is het idee soms om een barrière tussen Jeruzalem en de Palestijnse autonomie op te werpen? Is het ooit bij iemand opgekomen dat we ons altijd op de volgende oorlog voorbereiden? We bouwen barrières omdat we de Arabieren niet vertrouwen. Waarom openen we ons hart niet voor hen? Het is geen kwestie van links of rechts. Het gaat om de menselijke natuur. Waarom bouwen we niet in overleg met de Arabieren?”