Groei economie naar 2,8 procent

DEN HAAG, 27 FEBR. De Nederlandse economie is in het vierde kwartaal van 1996 gegroeid met 2,8 procent. Het bruto binnenlands produkt, de maatstaf voor economische groei, steeg afgelopen jaar met 2,7 procent. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen bekendgemaakt.

De groei in 1996 is een versnelling ten opzichte van 1995 toen het bruto binnenlands produkt (bbp) met 2,1 procent groeide. In vergelijking met andere Europese landen is de Nederlandse prestatie volgens het CBS “opmerkelijk”. In Duitsland steeg het bbp bijvoorbeeld met 1,4 procent en in Frankrijk met 1,3 procent. Alleen Groot-Brittannië benadert met 2,4 procent de economische ontwikkeling in Nederland. In veel Europese landen leefde de economie in de tweede helft van 1996 op. Nederland en Groot-Brittannië hebben daarvan al eerder geprofiteerd.

De economische groei in Nederland heeft vooral in de tweede helft van het afgelopen jaar een brede basis gekregen. De particuliere consumptie groeide gestaag; de investeringen stegen flink en de buitenlandse handel liet een opleving zien. De consumentenbestedingen zijn in 1996 toegenomen met drie procent. De relatief gunstige conjuncturele ontwikkeling heeft consumenten er toe gebracht 5 procent meer duurzame consumptiegoederen te kopen. De investeringen lagen 5 procent boven het niveau van 1995. De investeringen in woningen zijn licht gedaald. Personen- en vrachtauto's staan in de belangstelling, terwijl er beduidend minder geïnvesteerd is in vliegtuigen. Investeringen in machines namen met 10 procent toe.

Deze groei is volgens het CBS “geflatteerd” door enige grote investeringsprojecten die in 1996 zijn opgeleverd en grotendeels tot de machines gerekend zijn. Invoer en uitvoer van goederen en diensten zijn in 1996 circa 4 procent gegroeid. De stijging in de eerste helft van het jaar viel wat tegen, maar in de tweede helft is de groei versneld. Het CPB voorspelt dit jaar een groei van 2,75 tot 3 procent.