Geen parodie van Jiskefet

Ze kunnen gerust zijn bij het Groninger Museum: Andres Serrano heeft alweer ideeën voor een nieuwe tentoonstelling. Het daarbij behorende affiche zal ook de laatste taboes - welke zijn dat eigenlijk? - slechten, en nog grotere bezoekersstromen naar Groningen in gang zetten.

In VPRO's Laat op de avond sprak de kunstenaar met zijn vrouwelijke collega Marina Abramovic, ook wel 'de koningin van de performance' genoemd.

“Marina”, stelde Serrano voor, “zou jij niet voor mij willen poepen met je profiel naar de camera?”

Marina aarzelde, licht geamuseerd. “Ik zou liever de vloer schrobben, terwijl alles hangt”, zei ze, terwijl ze vaag op haar lichaam wees.

“Zou je een lekkere, lange drol kunnen produceren?” hield Serrano aan.

Marina dacht na. “Als ik maar genoeg pap eet. Welke kleur?”

“Een lekkere gele.”

“Van bietjes krijg je donkerrode poep”, informeerde Marina.

Als het een parodie was geweest van Jiskefet, zou je er hartelijk om hebben moeten lachen, maar het was ernst, bloedige ernst, want als kunstenaars als Serrano en Abramovic één eigenschap gemeen hebben, is het wel de ondoordringbare, zelfgenoegzame humorloosheid. “Mijn werk is persoonlijk, maar heeft ook een universele dimensie”, vond Serrano.

In het begin van de documentaire hadden we Serrano in actie gezien met zijn modellen tijdens de sessie voor de omstreden plasseksfoto. Het was in Edam en er stond aan de dijk een stevig briesje, toen het vrouwelijke model de vraag kreeg voorgelegd die in de kunsthistorie nog lang zal nagalmen: “Kun je goed richten?” Het meisje knikte verheugd en verrijkte vervolgens het universum met de dimensie van een hartverwarmend plasje in een dankbaar ontvangende mond.

“Bij Serrano heb ik de indruk dat hij de grenzen van het normale bestaan wil opzoeken, seks, dood, geweld, de elementaire feiten van het bestaan”, lichtte criticus Arnold Heumakers toe. Dat is waar, maar het is tegelijk een dooddoener, want die ambitie deelt Serrano niet alleen met zoveel andere kunstenaars, maar ook met autocoureurs, junks, hoeren, sommige journalisten en handelsreizigers zelfs. Het geeft nog geen antwoord op de vraag: is het overtuigende, belangwekkende kunst?

Dat mochten we van Heumakers niet vernemen, al is het hem misschien ook niet gevraagd. De enige die zich expliciet over die kwestie uitliet, was een Amerikaanse thrillerschrijver, Andrew Vachss. Hij ergerde zich hevig aan kunstenaars als Serrano. “Onzin, dat zijn geen echte mensen in een echte wereld.”

Marina Abramovic wekte de indruk dat ze nooit eerder over de functie van kunst had nagedacht. Verbaasd zei ze: “We worden ontroerd door fictie, maar niet door de werkelijkheid. De echte dood willen we niet zien.” Daarvoor had Heumakers eerder in de uitzending nou juist een aardige verklaring gegeven: “De kunst geeft je de mogelijkheid de dood te ervaren via een symbolische omweg die ook troost biedt.”

Wat had deze, enigszins chaotische, documentaire van Alexander Oey nog meer te bieden?

Er werd lustig op los gefilosofeerd, vooral over het ontbreken van de moraal in veel hedendaagse kunst, maar het was alleen Heumakers die daar interessante gedachten over had. Vachss verloor zich in rancuneus klinkend getier aan het adres van collega Bret Easton Ellis: hij noemde American Psycho 'een excuus voor folterporno'. Heumakers zei erover: “Het ontbreken van moraal in dit soort werk roept juist een morele reactie op bij het publiek. Daarom is het misschien effectiever dan wanneer je in het kunstwerk al die moraal verwoordt.”