Excuses Kim imponeren Zuidkoreanen niet

SEOUL, 27 FEBR. Honderden oude mannen houden zich dagelijks op in het Pagoda Park in het centrum van Seoul, het verlopen van de dagen brengt voor hen niets nieuws onder de zon. “De oppositie schreeuwt dat de president corrupt is, maar de oppositie is zelf net zo corrupt als de regering.”, reageert een 81-jarige man op de openbare verontschuldigingen die president Kim Young-Sam deze week het Zuidkoreaanse volk in een televisietoespraak heeft aangeboden voor het Hanbo-schandaal waarbij leden van de regering voor corruptie zijn aangeklaagd.

De oude man praat op hoge toon, alsof hij met de jaren de waarheid in pacht heeft gekregen. “Het enige dat de oppositie interesseert is de president een beentje te lichten, maar als de oppositieleider aan de macht zou komen zijn we niets beter af.” Een ander meent dat Kim Young-Sam eerlijk was vóór dat hij president werd: “Met het verkrijgen van de macht heeft hij zijn eerlijkheid verloren.”

De mannen in het park zijn geboren tijdens de Japanse bezetting, hebben de Amerikaanse militaire bezetting meegemaakt en in de jaren vijftig de Koreaanse Oorlog met het communistische noorden, en vervolgens hebben ze jaren van militaire dictatuur over zich heen zien komen. Het heeft hen getekend want als op afspraak wil geen van de mannen een naam opgeven. “De geheime dienst houdt die buitenlandse kranten in de gaten en als ze m'n naam zien, krijg ik daar last mee”, zegt iemand.

Maar ook in Zuid-Korea zijn de tijden veranderd. Vier jaar geleden nam een burgerregering onder leiding van president Kim de macht van de militairen in het land over. Anders dan de oudere generatie hebben veel jongeren er tegenwoordig geen enkele moeite mee hun naam te verbinden aan openlijke kritiek op de regering. “Kim Young-Sam is niet competent en zijn excuses zijn slechts woorden. Ik geloof alleen in daden”, oordeelt bijvoorbeeld Choi Young-Il, een 25-jarige student medicijnen. Choi meent overigens dat de oppositieleiders net zo min competent zijn. Hij heeft zijn hoop gevestigd op een toekomstige generatie politici om de regering van het land in zuiverder vaarwater te leiden.

Het schandaal dat Zuid-Korea in zijn greep houdt, gaat om het staalconcern Hanbo. Hanbo zou politici van de regerende New Korea Party vier jaar geleden geld hebben geschonken voor de financiering van verkiezingscampagnes. In ruil daarvoor zou Hanbo de afgelopen jaren ruimschoots kredieten van banken hebben gekregen. De leningen bleken echter teveel van het goede want het bedrijf is met een schuld van zes miljard dollar failliet gegaan. Ook literatuurstudent Kim Jong-Soo meent dat de handen van de president zelf niet schoon zijn. “Er zijn zulke enorme bedragen mee gemoeid dat hij er van geweten moet hebben”, zegt de 27-jarige Kim op de campus van de Universiteit van Korea.

Ook hij stelt dat de houding van president Kim is veranderd sinds het verkrijgen van de regeringsmacht vier jaar geleden. “Zijn beleid, sterk gericht op de belangen van het bedrijfsleven, komt niet overeen met zijn oude beloften.” President Kim zelf heeft corruptie de “Koreaanse Ziekte” genoemd. Bij zijn aantreden beloofde hij deze ziekte uit te bannen. Maar zoals zoveel Zuidkoreanen meent student Kim dat de president bij het Hanbo-schandaal betrokken moet zijn geweest.

Corruptie wordt in de hand gewerkt door de sterke greep die de Zuidkoreaanse overheid vanouds op het bedrijfsleven heeft. Dat is een erfenis uit de dagen van president Park Chung-Hee, die in de jaren zestig de hoge economische groei aanzwengelde. Het resultaat is dat bedrijven hun zakelijke belangen gesteund zien, in ruil voor bijdragen aan verkiezingskassen van politici. Die behartiging van ondernemersbelangen door de politiek leidde eerder dit jaar tot felle protesten tegen een wet die een versoepeling van ontslagrecht biedt zonder daar vakbondsvrijheid tegenover te stellen. Het parlement discussieert thans over aanpassingen, maar als daarover deze week geen besluit valt, treedt de omstreden wet op 1 maart alsnog in werking. De vakbonden hebben daarom voor morgen nieuwe stakingen aangekondigd.

“De eis voor vakbondsvrijheid betreft een fundamenteel recht dat wettelijk moet worden gewaarborgd”, zegt de 42-jarige Lee Mi-Ryung gedecideerd in een koffiehuis naast de Myongdong-kathedraal in het centrum van Seoul. Zij is werkzaam op het secretariaat van de katholieke kerk, die in januari de stakingsleiders een vluchthaven bood toen justitie arrestatiebevelen tegen hen uitvaardigde.

Ook Lee Mi-Ryung constateert alleen een verschil aan de buitenkant tussen de oude, militaire regimes en de huidige regering. Maar haar gesprekspartner is het niet met haar eens. “Hebben we het nu niet beter dan vroeger?”, zegt Lee Ki-Hoon, een 50-jarige zakenman. Volgens Lee kosten veranderingen nu eenmaal tijd. “Het is onmogelijk om rieten sandalen ineens in te wisselen voor luxe leren schoenen. Het is beter eerst over te stappen op rubberen schoenen”, zegt hij met een verwijzing naar het goedkope en sterke rubberen schoeiseldat algemeen verspreid was toen de Zuidkoreanen nog niet de huidige welvaart hadden bereikt.

    • Hans van der Lugt