Een burcht met spectaculaire luchtbruggen

Gebouw: Haagse Hogeschool. Architecten: Atelier PRO (Hans van Beek en Leon Thier). Opdrachtgever: Bestuurscommissie Haagse Hogeschool. Ontwerp: 1990-92. Voltooiing: 1996. Bouwkosten: 144 miljoen gulden.

Het is een vreemde paradox: terwijl experts nu al jarenlang voorspellen dat thuisarbeid en -studie op de computer kantoren en scholen zo niet overbodig dan toch zeker kleiner zullen maken, verrijzen er de laatste tijd juist steeds meer kolossale gebouwen in Nederland. Zo werd onlangs op de Kop van Zuid in Rotterdam het Wilhelminahof opgeleverd, een door Rob Ligtvoet en Cees Dam ontworpen reusachtig gerechtsgebouw annex belastingkantoor. En morgen opent premier Kok in Den Haag de nieuwe Haagse Hogeschool, een gebouw dat zo groot is als de bouwkosten van 144 miljoen gulden doen vermoeden.

De Haagse Hogeschool is het resultaat van de fusie van maar liefst een stuk of vijftig Haagse hogere beroepsopleidingen in 1987. Verschillende van deze opleidingen waren slecht gehuisvest en bij de fusie nam het hogeschoolbestuur het besluit ze allemaal onder één dak te brengen. De gemeente Den Haag stelde een groot terrein ter beschikking in het Laakhavenkwartier, pal achter het station Hollands Spoor. Hiermee hoopte de stad dit in onbruik geraakte industrieterrein van een nieuwe impuls te voorzien.

Atelier PRO won in 1990 de meervoudige opdracht die het Hogeschoolbestuur voor de nieuwbouw aan vier architectenbureaus had verstrekt. Atelier PRO had zich niet beperkt tot het ontwerpen van een groot nieuw gebouw, maar had ook een stedenbouwkundig plan voor de hele omgeving gemaakt: station Hollands Spoor moest een uitgang krijgen aan het Laakhavenkwartier, zodat een einde kwam aan de geïsoleerde, 'aan-de-andere-kant-van-het-spoor-gelegen' positie van dit gebied. Ook bepaalde Atelier Pro de positionering van de toekomstige nabijgelegen kantoren.

Grootste probleem bij het ontwerp van de Haagse Hogeschool was de kolossale omvang. De nieuwe hogeschool is bedoeld voor 12.000 studenten en meer dan 1.000 docenten en stafleden en is dus vergelijkbaar met een kleine stad. Ook wat functies betreft, doet de school denken aan een stadje. Niet alleen leslokalen en kantoren verlangde het hogeschoolbestuur, maar ook sportzalen, een bibliotheek, een fitnessruimte, kantines, winkels en een café.

Hans van Beek en Leon Thier hebben de onderwijsstad klein gemaakt door het in drie stukken te breken. Een grote ovaal met een glazen dak vormt het hart van het gebouw: hier is de hoofdingang gelegen, van waaruit studenten de twee andere delen kunnen bereiken. Via luchtbruggen, die sprekend lijken op die van de beroemde Van Nellefabriek in Rotterdam, naar de 'slinger', een langgerekt, iets kronkelend bouwvolume van donker baksteen. En via talloze trappen naar de 'strip', een rechthoekig, lichtgekleurd bouwdeel langs het water van de Laakhaven.

Door de hoofdingang alleen in het 'ovaal' te situeren heeft het gebouw iets afwerends gekregen. Wie uit Hollands Spoor komt en langs het al voltooide kantoorgebouw van Kees Christiaane en de toekomstige vijver loopt, heeft daar geen last van: die loopt over een 's zomers waarschijnlijk aangenaam plein direct naar de wat iel uitgevallen luifel die de ingang markeert. Maar van andere kanten benaderd doet de hogeschool zich voornamelijk voor als een grote onderwijsburcht. De lange, hoge wanden van de 'strip' en 'slinger' lijken vooral bedoeld om mensen buiten te houden.

Zo geeft het gebouw wel meer aanleiding tot tweeslachtige gevoelens. De driedeling in 'ovaal', 'slinger' en 'strip' is bijvoorbeeld buitengewoon helder, maar hieraan wordt afbreuk gedaan door ruimtes die er blijkbaar niet in pasten. Zoals de sportzaal die tegen het 'ovaal' aan is geplakt.

Wie het 'ovaal' binnengaat, raakt onder de indruk van het grote, hoge atrium onder het glazen dak, maar moet toch ook even denken aan de koepelgevangenissen in Haarlem of Breda. Het glazen dak zelf is ook imponerend door de omvang, maar de dikke stalen balken maken de constructie wel erg zwaar en lomp. Vaak zijn de details verrassend, zoals de dunne houten omlijstingen van de deuren, maar daarachter blijken dan helaas volkomen inwisselbare kale standaardkantoren schuil te gaan.

Dapper is de poging van de architecten de monotonie van de grote bouwvolumes te doorbreken. Soms zijn ze hierin geslaagd. Zo zorgen de talloze trappen niet in alleen het atrium maar ook in de slinger voor onverwachte wendingen en verbindingen in de school. En de ruimtes rondom het atrium zijn door bijvoorbeeld zwevende tussenvloeren verrassend ingevuld. Soms hebben de architecten hun toevlucht genomen tot modieuze middelen. De 'slinger' zelf, maar ook het vooroverhangende uiteinde van dit volume, de uitstulpende bovenzijde van het 'ovaal' en de spectaculaire luchtbruggen zijn afkomstig uit de architectuurmodecatalogus van de jaren negentig. Maar het aantal mode-artikelen is beperkt gebleven: Atelier Pro heeft zich zeker niet overgegeven aan gemakzucht.

Toch is het Van Hees en Thier niet helemaal gelukt het gebouw klein te maken. De Haagse Hogeschool kent een overmaat aan eendere gangen en ruimtes, die het vinden van de weg in het gebouw uiteindelijk toch moeilijk maken. Maar het is de vraag of in dit geval Atelier PRO veel valt te verwijten. Misschien moet architecten eigenlijk niet worden gevraagd dergelijke giganten te ontwerpen.

Ter gelegenheid van de officiële opening wordt morgen een symposium gehouden over het gebouw, aanvang 9.30 uur in de Haagse Hogeschool. Dan wordt ook het boek over de school gepresenteerd (NAi-uitgevers, prijs ƒ 49,50). Vrijdag opent in het NAi een tentoonstelling over het werk van Atelier PRO.