De jacht op een ligplaats

Het IJsselmeer en de Wadden vormen niet alleen het grootste aaneengesloten watersportgebied van Europa, het is ook het drukste. De jachthavens puilen 's zomers uit, maar het aantal ligplaatsen groeit onverminderd door. Waar ligt de grens?

Ongeveer 33.000 plezierjachten dobberen permanent in en rond het IJsselmeer. 's Zomers komen daar nog enkele tienduizenden passanten bij. In de drukte kan de stress hoog oplopen, vooral rond beruchte knelpunten als de sluizen bij Muiden en Enkhuizen. In het urenlange gedrang - wachttijden van vier uur zijn niet uitzonderlijk - is menig huwelijk ten onder gegaan aan de spanningen die het manoeuvreren in overvolle wateren oplevert.

Nergens is Nederland de afgelopen decennia meer veranderd dan op en aan het water. Vroeger meldde de watersporter zich bij een pijprokende havenmeester, meestal een oude zeebonk, die zelden de uitnodiging afsloeg om aan boord een borreltje te drinken. Tegenwoordig staan met walkie-talkies en computerpasjes gewapende werkstudenten klaar om de trossen aan te pakken.

“De huidige generatie watersporters is opgegroeid in luxe. De romantiek van de vaderlijke havenmeester zegt hun niets”, zegt Jos de Vries, directeur-eigenaar van de Marina Hindeloopen en de binnen- en buitendijkse jachthaven van Stavoren. Hij begon 25 jaar geleden in Hindeloopen, nu is hij met 1400 ligplaatsen de grootste jachthaven-exploitant in Nederland. De Vries introduceerde de 'totaal-haven', waar de gast niet alleen kan overnachten, maar ook terecht kan voor reparatie, winkels en horeca. “De stoere zeiler, de blauwe blazer, maar ook moeder en de kinderen moeten zich in de haven thuis voelen”, aldus De Vries. “Er moet voor iedereen wat te doen zijn, zonder dat het meteen een pretpark wordt.”

Nederland telt ongeveer 950 jachthavens, waarvan zeshonderd commerciële. Samen zijn ze goed voor een omzet van ongeveer zeshonderd miljoen gulden; meer dan tweeduizend mensen verdienen er hun brood. Omdat hoge milieu-investeringen en de aanleg van nieuwe steigers en sanitair moeilijk zijn op te brengen, zijn veel gemeente- en verenigingshavens geprivatiseerd.

De komst van de particuliere investeerder heeft de cultuur in de jachthavens ingrijpend veranderd. Nergens is dat beter zichtbaar dan in Seaport Marina IJmuiden. Deze zeejachthaven was een gezamenlijke investering van ruim dertig miljoen gulden van projectontwikkelaar René Coltof en de Amsterdamse computer-entrepreneur en investeerder Willem Smit. Vooral levensgenieter Smit drukte zijn onmiskenbare stempel op deze haven. Waar vroeger in de volkse tenten van het brede Kennemerstrand bier getapt en vis gefrituurd werd, is nu een sjieke 'yacht-club' waar alleen leden en passanten op vertoon van een computerpasje van het uitzicht over de Noordzee kunnen genieten. Van aanleg tot vertrek, in IJmuiden is alles verzorgd of te koop. Ook voor de eigenaar van een mega-jacht van hondervijftig voet.

Deze ontwikkeling naar full-service-havens is vanzelfsprekend, denkt Frits Grijpstra, directeur van Flevo Marina in Lelystad. “De schepen worden langer en hebben meer professionele dienstverlening nodig, voor de elektronica en de tuigage bijvoorbeeld. De gast stelt eisen: hij wil niet meer in de rij staan voor de douche, 's ochtends wil hij verse broodjes en 's avonds een hapje eten. Onze klanten hebben hoge maatschappelijke functies en verwachten dat alles tip-top in orde is.”

Als de groei van de afgelopen jaren zich voortzet, moeten er tussen nu en 2010 zo'n veertienduizend nieuwe ligplaatsen worden bijgebouwd, zo berekende de Stichting Waterrecreatie IJsselmeer en Randmeren. Of het dan nog leuk varen is, is een andere vraag. Volgens De Vries van Marina Hindeloopen loopt het echter niet zo'n vaart. “Iedereen wil nu al uitbreiden, maar het is moeilijk te schatten wat de markt doet. We moeten rustig blijven: in principe is er ruimte genoeg”, aldus De Vries. “In de zomer zijn er wel knelpunten, maar dat zie ik meer als een parkeerprobleem. Je kunt niet overal havens gaan bouwen, de waarde van het IJsselmeer moet in stand blijven.” Hoewel hij twaalf miljoen investeerde in de vorig jaar geopende buitenhaven van Stavoren, erkent De Vries dat grenzen zijn bereikt.

Op dit moment gaat het goed met jachthavens. De spectaculaire groei van de afgelopen jaren is eruit, maar met een bezettingsgraad van ruim 90 procent is de branche kerngezond. En dankzij de trend naar gemiddeld grotere schepen groeien de inkomsten uit liggelden de komende jaren nog behoorlijk. Toch twijfelt De Vries soms. “Alles kan hier nog zo mooi geregeld zijn, er is één groot nadeel. Tegen het weer in de Middellandse Zee of Florida kunnen we nooit op. Vroeger was de klant trouw. Maar tegenwoordig stappen ze net zo gemakkelijk in het vliegtuig om een jacht in de Caribbean te huren. Dat baart me wel eens zorgen.”