'Alleen kon het wel, maar samen niet'; Regisseur Peter de Baan over het conflict bij het RO Theater

Tussen Peter de Baan en Koos Terpstra, artistiek leiders van het RO Theater, is een 'onherstelbare breuk' opgetreden. Voor het bestuur was dit reden ze uit hun functie te ontheffen. “Je moet duidelijk maken waar je ambities liggen”, aldus De Baan.

ROTTERDAM, 27 FEBR. Peter de Baan, kersvers gewezen artistiek leider van het RO Theater, verkeert naar eigen zeggen op de toppen van zijn zenuwen. Gisteren werd bekend dat het bestuur van het RO Theater de beide artistiek leiders van het gezelschap, Peter de Baan en Koos Terpstra, uit hun functie heeft ontheven. De Baan heeft zich nog niet kunnen beraden, maar zijn eerste spontane reactie is zich daar niet bij neer te leggen. Hij is bovendien druk bezig met de voltooiing van zijn enscenering van Georg Büchners Woyzeck, die op 8 maart in de Rotterdamse Schouwburg in première gaat. Op 26 maart gaat Koos Terpstra's regie van Elektra van Sophokles met Loes Luca in première. Ook het volgende seizoen blijven beide regisseurs nog voorstellingen maken voor het RO Theater; De Baan regisseert Krankheit der Jugend van Bruckner en John Gabriel Borkmann van Ibsen - dat wil zeggen: het bestuur moet hem officieel nog vragen te blijven regisseren, maar daarop gaat hij zeker ja zeggen.

“Dat is het beste voor het RO en mij”, aldus De Baan (50) die, hoewel 'dodelijk vermoeid', bereid is via de telefoon het conflict toe te lichten. “Ik wilde die stukken nu eenmaal graag doen en dat blijft onveranderd.” Ze maakten deel uit van het repertoire dat hij, samen met Terpstra en de zojuist aangetreden zakelijk directeur Martin Berendse, onlangs in een plan voor het komende seizoen hadden vastgelegd. Dat plan, waarin tevens de koers was uitgezet die het gezelschap volgens de drie directeuren en geraadpleegde spelers moest varen, bleek het breekpunt in een “de laatste jaren steeds moeizamere verhouding.”

“Koos Terpstra trok zijn handen op het laatste moment van dat plan af - waarom weet ik niet. Het bood de mogelijkheid om onze werkwijzen te combineren. Ik moet zomin mogelijk voor Terpstra spreken, maar hij wilde een stevig, vast ensemble dat het repertoire grotendeels zou invullen. Ik verwacht daar weinig heil van. Acteurs zijn steeds minder te binden aan één gezelschap, de trend is dat ze zoveel mogelijk opties open willen laten. Niet alleen wilde ik daar rekening mee houden, ik vind die ontwikkeling ook goed.

“Mijn streven was om een vrij kleine vaste groep van ongeveer acht auteurs met mensen als Geert de Jong en Joop Keesmaat per produktie aan te vullen met spelers met wie je vaker werkt, maar die niet vast verbonden zijn aan het RO Theater. In one night stands zie ik ook niets, maar er is een brede groep artistieke bondgenoten, zoals Peter Tuinman en Victor Löw, die ook nog elders werken. Ik ervaar het niet als overspel als die weleens bij Het Nationale Toneel spelen. Zij vallen in de categorie vaste gasten, die het gezelschap even goed herkenbaar kunnen maken zonder in vaste dienst te zijn.

“Ik vind dat het RO Theater op zo intelligent mogelijke wijze voor een zo breed mogelijk publiek voorstellingen moet maken waarin acteurs niet alleen een belangrijke plaats innemen, maar waarin je ook acteurs zet die gezien worden. Maar een gezelschap dat soms wel tien produkties per jaar uitbrengt, is gebaat bij flexibiliteit. Ik weet wel dat Het Zuidelijk Toneel en het Noord Nederlands Toneel af willen van hun status van toneelvoorziening. Zij willen juist geen kleine produktiekern zijn, maar een echt ensemble. Maar die gezelschappen brengen veel minder produkties uit. Dan kun je zoals Ivo van Hove bij Het Zuidelijk Toneel een veel duidelijker, persoonlijk stempel drukken op je gezelschap en daarbij horen vaste acteurs. Dat ligt voor het RO Theater naar mijn overtuiging anders, wij hebben ook gastacteurs nodig.”

Dat ene stempel lijkt ook niet de ambitie van het bestuur te zijn, dat bij monde van voorzitter M. van Rossen liet weten dat het RO theater zijn identiteit als 'pluriform stadsgezelschap' dient te behouden. “Ja”, zegt De Baan, “maar tegelijkertijd moet duidelijk zijn dat 'pluriform' niets betekent. Je moet wel richting geven en duidelijk maken waar je ambities liggen. Terpstra en ik hadden dat wellicht wel alleen gekund maar samen niet, zo heb ik tot mijn grote spijt moeten constateren.”