Adviseurs; Wegwijzers in bos vol aftrekposten

Het beroep op belastingadviseurs zal voortduren zolang het fiscale systeem ingewikkeld is. Het poloshirt is aftrekbaar en ook het koffiegeld is terug.

IEDER VOORJAAR BEGINT het nationale spel: het zoeken naar aftrekposten om de afdracht aan de fiscus zo laag mogelijk te houden. Veel belastingplichtigen maken bij het invullen van het E-, P/B- of O/U-biljet gebruik van een specialist. Volgens de Consumentenbond is de invuller van een eenvoudige aangifte het beste af bij gratis adviesinstanties zoals rechtswinkels, vakbonden of de Belastingdienst zelf.

Particulieren die hulp zoeken bij het invullen van hun aangifte doen in de helft van de gevallen een beroep op vrienden en bekenden. Veertig procent raadpleegt professionals en tien procent doet een beroep op de Belastingdienst. Het voordeel van professionele belastingadviseurs is dat ze op de hoogte zijn van de actuele stand van zaken van wetgeving en jurisprudentie.

Een hoog inkomen, een groot vermogen, bijzondere kosten en werken in het buitenland zijn volgens belastingadviseur Frits Barnard van Arthur Anderson (tarief 180 tot 280 gulden per uur) vier redenen om een belastingadviseur in te huren. In deze gevallen is de toelichting van de Belastingdienst gecombineerd met de belastinggidsen niet toereikend.

Hij signaleert de laatste jaren een trend waarbij veel van de politieke besluiten worden teruggedraaid die waren genomen in het kader van de belastingoperatie-Oort. Deze hervorming had in 1989 tot doel de aangifte eenvoudiger te maken: aftrekposten werden geschrapt in ruil voor lagere tarieven. Maar geleidelijk sluipt de 'vervuiling van de aftrekposten' weer in de inkomstenbelasting. De Hoge Raad interpreteert de aftrekbaarheid van posten steeds ruimer.

“Ik adviseer mijn cliënten om hun aangiften van vóór 1989 er nog eens bij te pakken”, zegt Barnard. “Een sportleraar mag de aanschaf van poloshirts aftrekken, het koffiegeld is terug, de beroepskosten en de buitengewone lasten zijn fors verruimd.”

In dergelijke gevallen kan een belastingadviseur een meerwaarde hebben. Hij weet welke zaken op een uitspraak van de Hoge Raad wachten. Hij voert de aftrekpost op en als deze door de belastinginspecteur wordt afgewezen, maakt hij namens de cliënt bezwaar en stelt een deal voor. Het belastingbiljet wordt dan door de fiscus afgehandeld met de aantekening dat de belastingafdracht wordt gecorrigeerd als de Hoge Raad de aftrekpost erkent.

Ook voor minder gecompliceerde zaken kan het volgens fiscaal adviseur Ellen van Waaijen van Coopers & Lybrand (tarief 150 tot 500 gulden per uur, afhankelijk van de complexiteit) “voordelig zijn” een expert naar het belastingformulier te laten kijken. “Bij sommige cliënten lopen we één keer in de vijf jaar het formulier even door en halen de foutjes eruit”, aldus Van Waaijen. De belastingadviseur is dan een uurtje bezig. Maar voor sommige cliënten wordt een paar weken uitgetrokken, bijvoorbeeld wanneer iemand zijn onderneming heeft verkocht of veel vermogen heeft.

De belastingadviseurs van Coopers & Lybrand vullen per jaar ongeveer 35.000 belastingbiljetten in. Dat doen ze bijna allemaal per diskette die ze bij de Belastingdienst inleveren. Om pieken in de verwerking te voorkomen, zijn met de fiscus afspraken gemaakt over het tijdstip waarop.

Wie een huis heeft met een hypotheek, hoeft volgens Dirk Bonnet van Arenthals Chadron (tarief 70 tot 300 gulden per uur) niet naar een professioneel adviseur. “Aan de informatie van de Belastingdienst plus een belastinggids heb je genoeg”, meent hij. Hij raadt wel aan een belastingalmanak te raadplegen. “Ik vind de informatie van de Belastingdienst een beetje summier, niet alle relevante informatie - zoals over aftrekposten - wordt vermeld.”

Ook zijn collega Wim Hogeweg, voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, vindt de toelichting van de Belastingdienst 'mager'. Maar hij erkent de paradoxale situatie waarin de Belastingdienst zich bevindt. Aan de ene kant moet de fiscus zoveel mogelijk geld incasseren, een opdracht die steeds moeilijker wordt wanneer de Belastingdienst met allemaal tips zou komen om de belastingafdracht te verminderen. Hogeweg, belastingadviseur bij Price Waterhouse (tarief 100 tot 400 gulden), vindt het gebruik van een belastinggids 'onvermijdelijk'.

Het belastingformulier wordt door adviseurs als redelijk helder en consumentvriendelijk getypeerd. Hogeweg: “Het formulier is de afgelopen jaren sterk verbeterd, maar de belastingheffing is vreselijk ingewikkeld.” De stroom aan fiscale wetswijzigingen en rechterlijke uitspraken maakt het invullen ingewikkeld.

Van Waaijen geeft een voorbeeld. Ondernemers met goed renderende bedrijven kunnen via fiscale constructies een loonstrookje construeren waarop ze geen fiscaal inkomen hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld afzien van het opnemen van salaris of dividend uit hun bedrijf; ook kunnen ze tegenover hun belastbare inkomen een even grote aftrekpost opvoeren, zoals rente op een lening. De politiek heeft haar onaanvaardbaar over deze situatie uitgesproken en de belastinginspecteur moet, wanneer hij een nul-inkomen heeft ontdekt, toch een belastingaanslag opleggen die uitgaat van een 'redelijk inkomen'.

“Maar wat is een redelijk inkomen”, vraagt Van Waaijen zich af. “Het is een begrip waarvan de invulling waarschijnlijk zal worden uitgevochten tot aan de Hoge Raad. Het maakt de fiscale wetgeving weer een stuk complexer.”

Ook Kees Gebuis van Moret Ernst & Young (tarief 200 tot 500 gulden) vindt dat staatssecretaris Vermeend (Financiën) de fiscale wetgeving ingewikkelder heeft gemaakt. “Hij heeft een paar maatregelen genomen waardoor de fiscale concurrentiepositie van Nederland is verbeterd. Dat is goed beleid.” Maar ook Gebuis wijst op de 'vervuiling' in het stelsel. “Het fiscale systeem dijt weer uit tot een woud van aftrekposten. En anderzijds maakt zelfs de beperking van sommige aftrekposten het systeem complexer.”

Als voorbeeld noemt Gebuis de beperking van de fiscale aftrek van consumptieve rente tot 5.000 gulden per belastingplichtige; voor gehuwden geldt een bedrag van 10.000 gulden. Wie zijn hypotheek verhoogt om bijvoorbeeld een boot te kopen, grijpt voor dat deel naast de rente-aftrek.

Sommigen hebben de bui zien aankomen en verhoogden vooruitlopend op de wetswijziging hun hypotheek. Toch vissen ook zij meestal naast het net. Alleen van het hypotheekbedrag dat op 1 januari 1995 uitstond, neemt de fiscus aan dat het in zijn geheel samenhing met de aankoop van het huis, wat resulteert in aftrekbare rente. Van alle verhogingen daarna zal de huizenbezitter duidelijk moeten maken dat het geleende geld is besteed aan zaken die tot een belaste opbrengst leiden.

Wie alert was heeft overigens vóór 1995 zijn hypotheek al verhoogd. Dat de aftrekbeperking er zou komen, stond immers in het regeerakkoord van PvdA, VVD en D66.

De ingewikkelde fiscale wetgeving is brood op de plank, zo erkennen de belastingadviseurs. Tegen deze achtergrond moet het pleidooi van het Tweede-Kamerlid R. van der Ploeg (PvdA) worden gezien die het belastingstelsel zo wil veranderen waardoor alle mensen “die afstuderen als fiscaal econoom of belastingadviseur gewoon een nuttige studie kunnen gaan doen”.

De voorzitter van de Orde van Belastingadviseurs hekelt de uitlating van Van der Ploeg. “Politici gebruiken de belastingheffing om het gedrag van burgers te beïnvloeden. De Nederlandse fiscale wetgeving met veel nuanceringen naar draagkracht is complex. Dat is een politieke keus, daar moet men niet de belastingadviseur de schuld van geven.”