21 Overige inkomsten; Controle; Pikzwart heeft altijd voorrang

De meeste aangiftebiljetten ondergaan bij de Belastingdienst slechts een standaardcontrole. Maar iedereen wordt ooit doorgelicht.

VOOR STEEDS MEER mensen is het belastingformulier geld waard. “Meer dan de helft van de aangifteplichtigen krijgt inmiddels geld terug”, zegt mr. J.T.H. Duijghuisen, hoofd van de eenheid Particulieren van de Belastingdienst in Den Haag. “Dat was vroeger minder.” Het zijn vooral de belastingbetalers met aftrekposten zoals hypotheekrente die een formulier krijgen. De blauwe envelop kan dus een bron van vreugde zijn.

De Haagse eenheid verwerkt per jaar ongeveer 160.000 aangiften. De 85 procent hiervan die niet op diskette binnenkomt, wordt met de hand door de medewerkers in de computer ingevoerd, waarin de gegevens worden vergeleken met eerdere aangiften en de cijfers die bekend zijn, zoals de loongegevens die via de werkgevers binnenkomen.

Voor zeventig procent van de aangiften is de controle hiermee afgelopen. Het aantal relevante aftrekposten is immers beperkt en voor een groot deel gelden standaardbedragen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de beroepskosten. De vaste aftrek hiervoor is sinds 1991 gestegen van 1.036 tot 2.507 gulden. Iedereen mag dit bedrag klakkeloos opvoeren. Maar als de gemaakte kosten hoger zijn, geldt uiteraard een hogere aftrek. Dit moet echter wel met bonnetjes en berekeningen worden aangetoond - een heel karwei waar de meeste mensen voor het gemak van afzien, zeker sinds het vaste bedrag zo sterk gestegen is dat de werkelijke kosten er waarschijnlijk toch niet bovenuit komen.

Ieder jaar besteedt de Belastingdienst speciale aandacht aan één post in de aangifte, omdat het fysiek onmogelijk is steeds álles te controleren. Zo werden in het belastingjaar 1994 de buitengewone lasten bekeken en in 1995 de post 'overige onroerende zaken'. De beroepskosten zijn nu aan de beurt.

De aangiften die na de geautomatiseerde controle niet in orde blijken, dertig procent van alle biljetten, worden over de ambtenaren verdeeld. Zij bekijken de biljetten, inclusief modellen en specificaties, en schrijven in geval van twijfel een brief aan de belastingbetaler met een verzoek om bewijsmateriaal, zoals bonnetjes. Duijghuisen: “De huisregel is dat we vooraf contact opnemen. We zullen nooit zomaar corrigeren.” Dit jaar kunnen bijvoorbeeld veel free-lancewerkers post verwachten, omdat juist zij veel beroepskosten maken en meer dan 2.507 gulden willen aftrekken.

Als de dienst een bedrag aanpast, heeft de belastingbetaler dus een fout gemaakt - hetzij bewust, hetzij onbewust. Bij bewuste fouten, fraude, komt pas in allerlaatste instantie de officier van justitie in actie. Meestal kan de dienst fraude afdoen door gewoonweg een post in de aangifte te corrigeren. Hiertegen kan de particulier bezwaar aantekenen bij de belastinginspecteur. Daarna kan hij in beroep kan gaan bij de rechter. Maar wanneer de fraude de 12.000 gulden te boven gaat, wordt altijd aangifte bij justitie gedaan. Ook als de fraudeur bijvoorbeeld recidivist is, kan dat een reden zijn voor aangifte.

Iedereen die in Nederland verblijft, kan ervan uitgaan dat de Belastingdienst hem of haar ooit doorlicht. Zo bekijkt hij waarom iemand bijvoorbeeld noch inkomen, noch vermogen heeft. “Steekproefsgewijs controleren we iedereen”, zegt Duijghuisen. “En dan kom je soms heel verrassende gevallen tegen. Zoals oudere mannen zonder enig inkomen die nog bij moeders wonen en door haar worden onderhouden.” Ook daklozen kunnen in de steekproef terechtkomen. Maar omdat zij vaak geen inkomen hebben dat boven het belastingvrije bedrag uitkomt (zo'n 7.000 gulden), hoeven ze meestal geen aanslag te verwachten. Ook niet als ze een inkomen hebben door het verkopen van speciale daklozenkranten. “Daar doen we niets mee.”

Een zwart neveninkomen is betrekkelijk makkelijk te verzwijgen zonder dat de fiscus er ooit achterkomt. De loodgieter die na zijn reguliere, witte arbeid er 's avonds nog wat klussen bijdoet, valt in de bestanden van de dienst niet zonder meer op. Want op papier is alles in orde: een gewoon inkomen, een gewoon huis en een gewone auto. “Maar wat zouden we moeten doen”, vraagt Duijghuisen zich af. Daadwerkelijk in de avonduren alle gangen van alle loodgieters nagaan is wat hem betreft niet aan de orde. “Nog afgezien van de maatschappelijke acceptatie daarvan, moet je ook naar het rendement kijken.” De kosten van surveillance zijn hoger dan de verwachte opbrengst.

“Onze prioriteit is dat pikzwart voorgaat. De grote omzetten dus.” En die zijn niet te vinden bij de loodgieter die wat rommelt in de huizen van kennissen en vrienden. De grote fraudeurs zijn doorgaans ondernemers voor bedrijven. “De 'ondernemende' particulier en de zwarte of bijklussende werknemer kunnen (...) alleen worden opgespoord door controles bij bedrijven door de eenheden (Grote) Ondernemingen”, schrijft staatssecretaris Vermeend van Belastingzaken in een vorig jaar verschenen nota over fraude.

Maar ook de burger meldt fraudeurs aan. Net als de sociale diensten krijgt de fiscus klikbrieven. Hoeveel wil Duijghuisen niet zeggen. “Maar we gaan er serieus mee om. Als er reden voor is, stellen we een onderzoek in. Daarna sturen we een aangiftebiljet.”