Turks kabinet wint vertrouwensstemming

ANKARA, 26 FEBR. De door de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij geleide coalitieregering in Turkije heeft gisteren met een meerderheid van 281 tegen 246 stemmen een motie van wantrouwen overleefd van de sociaal-democratische oppositiepartijen.

De motie was een reactie op vergaande voorstellen van de Welvaartspartij als het opheffen van het verbod op het dragen van de islamitische hoofddoek in overheidsdienst en op universiteiten en het bouwen van moskeeën in de moderne stadscentra van Istanbul en Ankara. Het Turkse leger zond eerder deze maand tanks door de straten van een deelgemeente van Ankara waar de militante islam sterk in opkomst is. Op een bijeenkomst in deze wijk werd openlijk steun beleden aan radicale islamitische bewegingen.

“Het is er ons niet slechts om te doen om de regering ten val te brengen”, aldus Deniz Baykal van de Republikeinse Volkpartij (CHP), “maar het democratische en wereldlijke karakter van de Turkse republiek is in gevaar”. Tansu Çiller, leider van de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP), de coalitiepartner van de Welvaartspartij, ontkende dat gisteren ten stelligste. “Onze aanwezigheid in de regering is juist een garantie van het Turkse secularisme”, herhaalde ze.

Woordvoerders van de conservatief-liberale Moederlandpartij vroegen zich af waarom de Welvaartspartij de islam zo onderstreept. “Het feit dat er 65.000 moskeeën zijn in Turkije, geeft al aan dat iedereen in staat is om te bidden”, aldus Agah Oktay Güner. Hij zei het een foute houding te vinden dat de Welvaartspartij zichzelf afschildert als de enige verdediger van de islam. Premier Necmettin Erbakan waarschuwde gisteren dat niet de staat, maar het volk de dienst uitmaakt in een democratische samenleving.

In seculiere kringen, de meerderheid in Turkije, groeit de onrust over de groeiende machtspositie van de politieke islam. In de media wordt druk gespeculeerd over een mogelijke interventie van het leger, dat in de afgelopen decennia drie keer ingreep in het land. De legerstaf meent dat het vooralsnog aan de politiek is om het seculiere karakter van Turkije de waarborgen.

Vanuit de bevolking wordt de roep steeds sterker dat Turkije noch gebaat is bij de invoering van het islamitische recht, noch bij een nieuwe militaire coup.