Scholier krijgt meer grip op eigen lot

Het eindexamen wordt in de plannen van de commissie-Drenth vanaf het schooljaar 1999/2000 een cruciaal moment. Scholieren die hoge cijfers halen zijn verzekerd van een plaats bij studies met een studentenstop. De studenten en een Kamermeerderheid zijn vooralsnog tegen het voorstel.

DEN HAAG, 26 FEBR. De bommelding gisteren in de Tweede Kamer was ongetwijfeld het enige waarover minister Ritzen van Onderwijs geen controle had bij het tot stand komen van het advies over een ander lotingsysteem. Op het moment dat het rapport 'Gewogen loting gewogen' van de commissie-Drenth zou worden uitgereikt in perscentrum Nieuwspoort, was de Kamer al halsoverkop ontruimd. Maar bij de presentatie, even verderop aan het Lange Voorhout, zat Ritzen klaar om met verve het rapport te verdedigen. Het was duidelijk afgesproken werk: scholieren krijgen het lot meer in eigen hand, betoogden Drenth en Ritzen in een samenspraak voor twee heren.

Dat zwaartepunt had Ritzen de commissie al begin dit jaar voorgeschreven, zo blijkt uit de notulen van de negende vergadering van de commissie-Drenth op 4 februari. Na kritiek van commissielid Huisjes die rept over “een wat ongebruikelijke procedure” schrijft de notulist: “De heer Franssen (commissielid red.) heeft de minister laten weten bereid te zijn het voorliggende advies te verdedigen op basis van de lot in eigen hand gedachte. Die moet sterk verwoord worden, met name bij de keuze voor directe toelating van de hoogste cijfers. Die rechtstreekse toelating moet dan ook het zwaartepunt in het advies zijn.”

Het huidige lotingsysteem voor studies met een studentenstop moet worden afgeschaft, adviseert de commissie-Drenth. Nadat vijf procent van de beschikbare plaatsen is gereserveerd voor studenten-vluchtelingen en rijksgenoten, maken middelbare scholieren met de hoogste eindexamencijfers aanspraak op de helft van het resterende aantal plaatsen. Veertig procent moet vervolgens meedoen aan loting zonder weging. En ten slotte mogen de universiteiten zelf 10 procent van de aankomende studenten selecteren op grond van relevante werk- en/of onderzoekservaring. De discussie over de loting raakte in de zomer in een stroomversnellig toen Meike Vernooy, een gymnasiaste uit Maassluis, werd uitgeloot voor de studie geneeskunde met een gemiddelde van 9,6 op haar eindexamen. Zij was het slachtoffer van de gewogen loting. Want al hebben scholieren met hogere cijfers in dit systeem meer kans op inloten, nog steeds kan een kandidaat met extreem hoge cijfers worden uitgeloot.

Prof.dr. P.J.D. Drenth., die zich in zijn Duijker-lezing in NRC Handelsblad (30 maart 1995) nog voorstander betoont van het systeem van gewogen loting, gaf gistermiddag desgevraagd toe dat zijn commissie “een helder politiek signaal” van de minister had gekregen. Dat signaal is eenvoudig dat Ritzen van die gehate, gewogen loting afwil. Ritzen: “Het is een rotsyteem. Maar ook het beste rotsysteem dat we hadden.” Over geen onderwerp komen op het departement zoveel brieven binnen als over de loting, aldus Ritzen. Drenth voegde daar desgevraagd aan toe dat hij toch ook wel gevoelig was voor “heel schrijnende gevallen”. En: “Het zijn slechts imbecielen die nooit van mening veranderen.”

Ritzen wil er vaart achter zetten. Het benodigde wetsvoorstel wil hij na een discussie in het kabinet al in mei gereed hebben, zei hij gisteren. Dan zullen de volksvertegenwoordigers ook snel akkoord moeten gaan wil het nieuwe systeem kunnen ingaan in het studiejaar 1999/2000. En dan zal hij de gerezen kritiek van de studenten, universiteiten en Kamerleden op het voorstel ook snel moeten kunnen weerleggen.

De studenten zijn vooralsnog tegen het voorstel, omdat er te veel waarde wordt gehecht aan eindexamencijfers. Cijfers op de middelbare school zeggen weinig tot niets over de kans om te slagen als student, aldus de Landelijke Studenten Vakbond (LSvB). Liever zou de LSVb een systeem van zelfselectie hanteren. Dat er dan meer artsen worden opgeleid vindt de LSvB geen bezwaar “dat regelt zich vanzelf door de wet van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt”.

Ook het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) is tegen de voorstellen. Het ISO vindt dat er een nieuwe commissie moet worden ingesteld die met een acceptabeler advies komt. Het ISO was in de commissie-Drenth vertegenwoordigd in de persoon van de studente L. Hanekamp. In de voorstellen van Drenth c.s. ziet zij helemaal niet gebeuren dat de studenten “het eigen lot meer in handen krijgen”. Hanekamp heeft als enige van de commissie een minderheidsstandpunt in het rapport laten opnemen.

Ook de universiteiten, verenigd in de VSNU, vinden het voorstel om scholieren met hoge cijfers op hun eindexamen rechtstreeks toe te laten te ver gaan,. Voorzitter R. Meijerink vindt het voorgestelde percentage van 50 te hoog. Een percentage rond de 25 ligt volgens hem meer voor de hand. “Dan blijft er nog een grote groep over die kan loten.”

Ronduit ontstemd over het advies is de actiegroep Lotgenoten met voornamelijk moeders die zich keren “tegen de grillen van het lot”. “Wij zijn absoluut niet blij”, reageert woordvoerder S. van Wijk. “Wij zijn tegen iedere vorm van loten, dus ook tegen het verloten van 40 procent van alle plekken. Want de gokkers, de mazzelaars die blijven.”

De actiegroep had “beter verwacht” van de commissie, temeer daar ze Drenth cum suis hun stem hebben laten horen. Op een hoorzitting op 22 oktober hebben ze twee alternatieven voorgelegd, vertelt Van Wijk. Òf alle gegadigden beginnen aan hun studie en worden tijdens hun eerstejaar streng geselecteeerd òf er wordt gewerkt met wachtlijsten zodat de aanhouder altijd wint. Van Wijk: “We staan absoluut niet achter dit voorstel. Mijn zoon, hij was zeventien toen hij klaar was. Is door het gymnasium gevlogen, scoorde op zijn eindlijst een 6,5 gemiddeld. Zo'n jongen mist de boot. 't Is werkelijk een schande.”

En Meike Vernooy, hoe staat zij tegenover de plannen? In haar ouderlijk huis rinkelt onafgebroken de telefoon. Het is Meike dit, Meike dat, maar Meike woont hier niet meer, zegt haar moeder. Meike wil rust, ook op haar studentenkamer in Rotterdam. Want Meike heeft genoeg in de kranten gestaan. Een diepe zucht klinkt door de telefoon. “Maar neemt u van mij aan”, zegt haar moeder “Meike is hier vast hartstikke blij mee.”

Een meerderheid van D66, PvdA en CDA in de Tweede Kamer verzet zich tegen het advies van de commissie-Drenth om scholieren met een hoog gemiddeld examencijfer een plek te garanderen voor studies met een studentenstop.

D66 is “niet positief” over de voorstellen, aldus Tweede-Kamerlid J. Jorritsma. Haar grootste bewaar is dat er “de nadruk wordt gelegd op slechts één talent: het halen van hoge cijfers voor het eindexamen. Het punt van sociale vaardigheden en motivatie is voor mij minstens zo belangrijk.” Ook Kamerlid W. van Gelder (PvdA) heeft problemen met “de grote nadruk op examencijfers”. Van Gelder: “Nergens is aangetoond dat iemand met hoge cijfers ook een goede, gemotiveerde student wordt. Of het voorstel van Drenth een eerlijke selectie tot gevolg heeft, moeten we dus nog bekijken. We moeten niet doorschieten naar een even star systeem als we nu hebben.”

Bij het CDA overheersen “gemengde gevoelens”, aldus Lansink (CDA). Hij is beducht voor “prestatiedwang in het VWO” en hij beschouwt de voorstellen als “een belemmering voor laatbloeiers”. “Het is niet de grootste wijsheid”, aldus Lansink.

Alleen M. de Vries (VVD) vindt het prima dat scholieren met goede cijfers sowieso kunnen beginnen met hun studie. Maar zij is tegen het voorstel zo'n 300 studenten (tien procent) toe te laten op grond van relevante werkervaring. De Vries: “Wat is relevante werkervaring? Iemand die een EHBO-diploma heeft? Iemand die jaren lid is van het Jeugd- Rode Kruis? Om nog maar niet te spreken van scholieren die via hun vader die dokter is, makkelijk aan werkervaring kunnen komen.”