Puberteit

Het zijn vrolijke tijden in de Nederlandse cultuur. Alles bruist en procedeert, en het lijkt warempel alsof het land zich in een soort puberteit bevindt, op weg naar een nieuwe levensfase.

“Met hedendaagse kunst trek je geen mensen”, verklaart Wim van Krimpen, directeur van de Kunsthal, in een vraaggesprek in deze krant. Goed, u en ik wisten dat al, maar dat is niets: dat hij, die kort geleden nog zelf een hedendaagse-kunstbons was, zoiets zegt is grappig. Het komt doordat hij nu met het tentoonstellen geld moet verdienen; dus laat hij Lancia's zien, en meubels van Jan des Bouvrie. Naar verluidt staat in de Kunsthal voor 1998 een smurfen-tentoonstelling op het programma.

Ophef en publiek worden in de kunst steeds belangrijker. Maar ook heel andere factoren steken de kop op. Zo was er vorige week ook het amusante bericht, dat de overheid het Koninklijk Concertgebouworkest wil opleggen om een zeker percentage van zijn tijd aan Nederlandse muziek te wijden. In Den Haag dromen ze misschien al van verdere culturele quoteringen. Een verplicht aantal Nederlandse films in de bioscopen bijvoorbeeld, of Nederlandse gerechten in restaurants. Of Nederlandse kunst in musea.

Toch is zo'n idee, dat Frans aandoet in zijn chauvinisme, actueler dan je zou denken. Sprak niet Rudi Fuchs, 's lands fijnste neus als het gaat om de hoek waaruit de culturele wind gaat waaien, juist een paar weken eerder vol warmte over de kunst der Lage Landen? Die zucht namelijk al een eeuw onder Franse overheersing. Het is, aldus F., hoog tijd voor een nieuw, regionaal zelfrespect. (Menigeen die dit hoorde vond dat Fuchs, als hij er zo over dacht, de Nederlandse kunst in zijn eerdere loopbaan wel wat beter had kunnen behandelen - maar ja, een mens heeft nu eenmaal niet voor het kiezen wanneer de goede inzichten komen.)

Nu, Nederland had vorige week in elk geval de triomf met de plasseks. Daarmee werd echt wel een artistiek grensje verlegd; niet alleen op de tentoonstelling van Serrano in het Groninger Museum, maar meteen in alle media. Het museum zelf heeft er een paar dagen topdrukte aan overgehouden, iets waar het kennelijk aan toe was. En de hele provincie profiteert mee, want ze gaan, heel idealistisch, de veelbesproken plasseks-foto nu op scholen en in bejaardenhuizen verspreiden. Dat die foto net zo'n gladde uitstraling heeft als een reclamefoto voor een reinigingsvloeistof in spuitflacon, komt daarbij misschien nog goed van pas.

Wat je je alleen even afvraagt is, of wij in de Lage Landen zelf niemand hadden om deze grens te verleggen. Goed, de Amerikaan Serrano had Nederlandse modellen gebruikt - maar was er nu werkelijk geen uit de klei getrokken kunstenaar geweest voor het eigenlijke werk?

Natuurlijk was die er. En het is nog niet te laat, want de grenzen zijn nog lang niet op. Hier ligt misschien een kans voor de nationale wonderboy Rob Scholte, die (zo bleek ook al in deze vrolijke week) juist met een probleempje zit. De wandschilderingen in de Japanse kopie van Huis ten Bosch, onder zijn leiding vervaardigd, moeten misschien worden vernietigd. Een reclame-ontwerper verklaarde in de Volkskrant dat Scholte een door hem gemaakte advertentie voor een bank, met een frappante foto van een reeks bruggen over het water van de Leliegracht, eenvoudig heeft gepikt. Uitvergroot en vermenigvuldigd zit hij in Nagasaki op de muur, met Scholtes handtekening eronder. Een jurist zei desgevraagd dat het stelen van andermans plaatjes inderdaad verboden is; daar zijn wetten tegen. En de uiterste sanctie is vernietiging van het werk in kwestie.

De kunstliefhebber die weet dat 'citeren' de essentie van Scholtes werk is, wacht met spanning de ontwikkelingen af. Of hij zich nu helemaal moet omscholen, of dat alleen de koepel van Huis ten Bosch hier en daar moet worden overgespoten, met Serrano's succes in gedachten is veel moois te bedenken, zeker voor een man van de wereld als Scholte. En dat onze Euregionale cultuur bij dat alles wel zal varen, staat als een paal boven water.