Postmoderne teach-in

Hoe zal het land er over vier maanden uitzien? Het Nederlandse volk heeft dan de brede maatschappelijke discussie achter de rug over de vraag of het nuttig en nodig is dat Schiphol zal uitbreiden, en als dat zo mocht zijn, of dit dan in de Markerwaard of in zee of nog ergens anders moet gebeuren, en als men het over een locatie eens mocht worden, wat de omwonenden daarna nog te zeggen hebben.

Vier maanden waarin Distributieland en Mooi Nederland, de economen, vakbonden, natuurbeschermers, buurtverenigingen en een keur van profeten zich als partizanen zullen ingraven, bij ieder treffen opnieuw alle bekende projectielen op elkaar afschieten en dan, op de laatste dag van de vierde maand de vrede zullen tekenen. Zullen we dan meer weten, zal het volk er dan van overtuigd zijn dat uit de botsing der meningen het mirakel van de juiste keuze is geboren? Ja, als je erin gelooft. Maar als deze postmoderne volonté générale in haar collectieve wijsheid tot een soort conclusie zou zijn gekomen, zou misschien blijken dat het kabinet intussen een andere beslissing heeft genomen.

Wat is eigenlijk een brede maatschappelijke discussie? Het is een middel om parlement en kabinet meer zekerheid te geven als er een besluit moet worden genomen over grote projecten. Het is geen enquête waarin een representieve steekproef voor de vuist weg zonder verdere verplichtingen zijn mening geeft. Het is geen referendum dat tot de afgesproken verplichtigen voor het bestuur leidt. Het is geen voorbereiding tot de verkiezingen, want er is geen vernieuwing van het vertegenwoordigend en bestuurlijk mandaat aan de orde. Het meest lijkt het nog op een lange, van bovenaf georganiseerde teach-in. Daar hebben we dierbare herinneringen aan, maar meer aan die heksenketels zelf dan aan de 'bewustwordingen', oplossingen of resoluties die eruit tevoorschijn kwamen.

De openbare mening is al goed over de problematiek van Schiphol geïnformeerd en de media zetten zich schrap om het nog beter te doen. Als dit vrije spel van openbare meningsvorming nog eens officieel wordt gestimuleerd en begeleid, vloeien daaruit dan niet op een vage manier toch consequenties voort? Wat zal 'de politiek' bijvoorbeeld doen als de brede maatschappelijke discussie zich ontwikkelt in een richting die het kabinet niet welkom is? Komt het dan op zijn verborgen besluit terug, bekent het zijn vergissing en bevordert het Schiphol en de KLM tot provinciale, milieuvriendelijke status? Onwaarschijnlijk. Dan wordt de eventueel onwillige regeringspartij weer onder druk gezet, zodat het gewenste besluit alsnog kan worden aangenomen. Of krijgt de heer Bolkestein gelijk? Dan wordt in de verkiezingscampagne het conflict gewoon voortgezet. Het is niet uitgesloten dat daaruit toestanden ontstaan zoals bij de besluitvorming over de hogesnelheidslijn. PvdA en D66 hadden zich sterk gemaakt om het Groene Hart tegen 'doorsnijding' de verdedigen, tot ze vier dagen voor het debat van het tegendeel overtuigd raakten.

De politiek heeft er een opdracht bijgekregen. Het gaat allang niet meer alleen om inkomensverdeling, onderwijs, defensie en dergelijke traditionele zaken. Het land in zijn geheel en in het bijzonder de Randstad wordt opnieuw verkaveld. Uit het gebrek aan ruimte, het toenemen van de bevolking en de hoge eisen die ze aan het bestaansniveau stelt, is een nieuw macropolitiek vraagstuk ontstaan. Hoe zal de natie zich het best kunnen handhaven binnen een wereld waar de vrije markt voortdurend uitdaagt tot meer inspanning op alle fronten? Is er een blauwdruk denkbaar waarin bijvoorbeeld tegen de prijs van een zekere onthechting de bestendiging over verbetering van het milieu wordt verzekerd? Als dat zo is, hoe hoog zal deze prijs dan zijn? Wie wil die betalen, en hoe? Op welke manier zal zo'n onthechting dan ieders persoonlijk bestaan beïnvloeden? En in het tegenovergestelde geval: hoe moeten we ons het dagelijks leven voorstellen als we kiezen voor het maximale beantwoorden aan de uitdaging? En wat is dan het scala aan compromissen?

Het antwoord op de vragen is van directe invloed op ieders bestaan. Welk antwoord zal worden gegeven is de inzet van een machtsstrijd en daardoor een zaak van de politiek. Maar telkens als een onderdeel van dit vraagstuk aan de orde komt - Betuwelijn, HSL, Markerwaard, Schiphol - wordt het weer duidelijk dat de verschillen van mening de partijen intern verdeeld houden, of dat ze zich collectief aan een dilemma willen onttrekken, dat wil zeggen een schisma voorkomen door in referendum-achtige procedures te vluchten. De sluiting van de Limburgse mijnen, de uitvoering van het Deltaplan, het opgeven van Fokker als zelfstandige vliegtuigbouwer zijn historische politieke belissingen waarvoor sommige partijen en hun leiders aanwijsbaar verantwoordelijk zijn, en andere met overtuiging voor de last hebben bedankt. Of hij het er mee eens was of niet, dat heeft de kiezer duidelijkheid verschaft. De politiek vertoonde de moed van de overtuiging.

Met politiek gereedschap als het adviserend referendum en de brede maatschappelijke discussie ontstaat achter een schijn van voorbeeldige democratie de vaagheid. Zullen de partijen hun leiderschap overdragen aan de jaarmarkt van het volk? Dan komt het erop neer dat degenen met de grootste demagogische mond de slag winnen, en dan valt de verantwoordelijkheid niet meer te traceren. Of, andere mogelijkheid, zal een stads- of landsbestuur het vraagstuk oplossen door niets te doen omdat 'het draagvlak ontbreekt'. Of worden, terwijl het volk breed discussieert, achter de schermen de feiten al praktisch voldongen? In alle gevallen berooft de politiek zichzelf van zijn openbaar leiderschap. Daarbij wordt het de kiezers onmogelijk gemaakt datgene te doen waaraan ze hun naam ontlenen: te kiezen. Goed beschouwd horen adviserend referendum en brede maatschappelijke discussie tot dezelfde rommelige politieke cultuur die ook het gedogen heeft gebaard. Eenvoudig gezegd: het 'ja' heb je misschien nu, maar het 'nee' zul je straks krijgen.

In het geval van Schiphol, zoals ook bij de andere vraagstukken van de nieuwe nationale toekomst - de infrastructuur, de aard en intensiteit van de verbindingen met de rest van de wereld en de bouwprojecten en herverkavelingen die daarmee samenhangen - horen de politieke partijen de kiezers ruim van tevoren duidelijke alternatieven te bieden. Schiphol en de Maasvlakte horen met een goed omschreven ja of nee in de partijprogramma's. Daarmee wordt het diepe meningsverschil niet voorkomen, maar het geeft enigermate garantie tegen het risico van een catch-as-catch-can dat brede maatschappelijke discussie wordt genoemd. Het vermindert bovendien de kans dat de partij waarop men heeft gestemd straks het tegendeel doet van wat ze had beloofd. En het grote voordeel van zo'n procedure is dat er minder tijd mee verloren gaat.