Politie Kroaten schuldig aan incident in Mostar

SARAJEVO, 26 FEBR. De politie van de Bosnische Kroaten is verantwoordelijk voor het geweld dat op 10 februari in Mostar is gebruikt tegen een groep moslims. Dat heeft een internationaal onderzoek naar het incident - het ernstigste in Mostar sinds de ondertekening van het vredesakkoord van Dayton, eind 1995 - uitgewezen.

Op 10 februari trok een groep moslims vanuit het oostelijke deel van de stad - het getto waarin ze al jaren opgesloten zitten - naar het westelijke, door de Kroaten beheerste deel met het doel de islamitische Liška-begraafplaats te bezoeken. In westelijk Mostar stuitten ze op een optocht van Kroatische carnavalvierders. Bij die confrontatie werd op de moslims geschoten en er werden klappen uitgedeeld. Een moslim kwam om het leven en meer dan twintig anderen liepen verwondingen op.

Een onafhankelijk onderzoeksteam, samengesteld door de internationale vredesmacht SFOR en de Verenigde Naties, concludeert in zijn gisteren gepubliceerde bevindingen dat de politie van de Bosnische Kroaten verantwoordelijk is voor het incident. De groep moslims werd, op weg naar de begraafplaats, onderschept door vijftien Kroatische politiemannen, deels in uniform, deels in burger. Zij begonnen op de moslims in te slaan. Toen die omkeerden om naar hun stadsdeel terug te gaan, werd er door de Kroatische agenten op hen geschoten. Het rapport noemt drie Kroatische politiemannen met name. Het onderzoeksteam bestempelt hun optreden als misdadig. Het geweld was “onnodig, excessief, buiten proportie en dodelijk”, aldus het team.

Na het incident, aldus het onderzoeksteam, heeft de politie van West-Mostar “vanaf het hoogste niveau een gecoördineerde poging gedaan om de feiten rond de confrontatie te verhullen”. In het rapport eist Michael Steiner, de plaatsvervanger van Carl Bildt als vredescoördinator in Bosnië, de bestraffing en het ontslag van alle betrokken politiemannen en de vervanging van de politiechefs in beide delen van Mostar.

Steiner beklaagde zich gisteren over de weigering van Krešimir Zubak, de leider van de Bosnische Kroaten en namens hen lid van het staatspresidium van Bosnië, om gevolg te geven aan die eisen. Zubak wil eerst het resultaat afwachten van een ander onderzoek, naar de gebeurtenissen voor en na 10 februari. “Dat is onaanvaardbaar. Geen enkel democratisch land kan voorwaarden stellen aan een noodzakelijke arrestatie”, aldus Steiner.

Overigens is volgens de internationale instanties in Mostar de samenwerking met de politie van de Bosnische Kroaten na het incident verbeterd. Na 10 februari hebben de Kroaten opnieuw een aantal moslim-inwoners van het westerse - Kroatische - deel van de stad uit hun huizen en het stadsdeel gezet. Vorige week prezen die internationale instanties de medewerking van de politie bij de pogingen die 'etnische zuivering' ongedaan te maken. (AP)