Nieuwe tijdschriften

Omdat de kloof tussen praktijk en wetenschap, tussen managers en de universiteiten steeds groter is geworden, ontstonden bladen die een brugfunctie wilden vervullen. De Harvard Business Review bijvoorbeeld werd een succes. Net zoals de MBA-opleiding van Harvard, probeert het blad het beste - dat wat praktisch toepasbaar is - uit wetenschappelijk onderzoek te destilleren.

Wetenschappelijk staat de uitgave dan ook niet hoog aangeschreven. De Nederlandse universiteiten kennen het blad een C-status toe. Desondanks zijn de lezers enthousiast. Meer dan 220.000 exemplaren verschijnen er inmiddels van het maandblad, volgeschreven door wetenschappers en adviseurs. Het blad kent een staf van meer dan twintig redacteuren en is veruit het populairste bedrijfskundige vakblad van de wereld. Andere internationale uitgaven hebben vaak niet meer dan een paar duizend abonnees.

Succes inspireert en zo verscheen vijftien jaar geleden de Harvard Holland Review, gevuld met artikelen die veelal vertalingen waren uit het Amerikaanse blad. Inmiddels verschijnt het blad los van Harvard Business School en is het eigendom van uitgeverij Elsevier, en heet het Holland Management Review - het enige echte MBA-achtige blad in Nederland. Maar de uitgave van Elsevier wordt inmiddels uitgedaagd door de Nijenrode Management Review, een blad dat bijna identiek van opzet is.

Dit is niet geheel vreemd. De hoofdredacteur van de Nijenrode Management Review werkte namelijk eerder voor de Holland Management Review van Elsevier en vertrok met ruzie. Tot nu toe hebben vooral de lezers last van de twee concurrenten. Zij moeten zich op twee bladen abonneren, willen ze een overzicht krijgen van 'nieuwe' ideeën over management: wetenschappers en adviseurs dreigen zich in twee kampen te verdelen, waarbij persoonlijke rancune niet altijd losstaat van een inhoudelijke discussie over de bladen.

De twee Nederlandse journals richten zich op een paar duizend (potentiële) lezers. De bladen zijn desondanks interessant voor uitgevers, omdat de abonnees veel geld voor een abonnement overhebben. De bladen kosten rond de veertig gulden. De (semi-)wetenschappelijke artikelen krijgen de uitgevers daarbij gratis aangeleverd. Op de universiteiten moet nu eenmaal zoveel mogelijk gepubliceerd worden en adviseurs vinden het belangrijk zich zo nu en dan te profileren in de vakbladen.

Naast de twee journals die zich richten op het algemeen management, zijn de afgelopen maanden ook drie bladen verschenen over deelgebieden van het management. 'Internationaal Ondernemen' richt zich op managers van exporterende bedrijven. 'Tijdschrift voor Corporate Finance' is voor de financieel directeur en de afdelingen strategie mogen zich aangesproken voelen door het blad 'Strategie'.

Professionalisering van het vak, noemen de uitgevers als reden voor het uitkomen van het blad. Om het aantal abonnees te garanderen, hebben ze contact gezocht met brancheverenigingen, de Fenedex voor de exporterende bedrijven en de Vereniging voor Strategische Beleidsvorming (VSB) voor het blad Strategie. Hiermee lijkt het bestaansrecht in ieder geval financieel gegarandeerd. 800 abonnees zijn namelijk meestal al genoeg om te overleven en hiervoor zorgen de verenigingen.

Strategie, Internationaal Ondernemen en het Tijdschrift voor Corporate Finance kennen dezelfde opbouw als de management journals. Een deel van de artikelen wordt geselecteerd uit bladen die internationaal verschijnen. Een aantal artikelen zijn geschreven door Nederlanders. Deze formule is nodig, omdat het Nederlandse taalgebied te weinig goede auteurs kent om een blad geheel te vullen met artikelen.