Met baby in de armen op erepodium in Nagano

HEERENVEEN, 26 FEBR. Ontspannen rijdt Falko Zandstra op het ijs van Thialf zijn rondjes, tussen de jongens en meisjes uit de gewestelijke teams van Sijtje van der Lende. Het seizoen van de oud-wereldkampioen zit er op. Maandag kreeg hij van de schaatsbond te horen dat hij komend weekeinde niet mag deelnemen aan de wereldbekerwedstrijden in Inzell.

De 25-jarige Fries mist daardoor de WK afstanden die over anderhalve week in Warschau worden gehouden en waar hij op ten minste één afstand aan de start had willen verschijnen. De KNSB geeft voor Inzell op de 1.500 meter de voorkeur aan kernploeglid Gianni Romme.

Wie verwacht in Heerenveen een trieste Falko Zandstra te treffen, heeft het mis. Anderhalve week na zijn teleurstellende optreden op het WK allround in Nagano, waar hij veertiende werd, maakt hij een opgewekte indruk. Want met uitzondering van het WK ziet hij terug op een geslaagd seizoen, het eerste waarin hij op eigen benen stond. “Ik ben zeer tevreden. Tweede op het NK, derde op het EK, één keer zesde op de 1.500 meter tijdens een worldcupwedstrijd. Dat zijn redelijke prestaties als je een jaar helemaal niet hebt gereden.”

Nog geen jaar geleden werd Zandstra verwijderd uit de kernploeg allround van bondscoach Henk Gemser, na een verloren seizoen dat in het teken stond van ziekte en tegenvallende prestaties. Zandstra zat vorig seizoen in een diep dal. “En dat is best wel eens een keer goed”, zegt hij nu. “Dan kan je je ook voorstellen wat andere toppers meemaken wanneer ze bergafwaarts gaan, in een heel diep dal zitten en daar weer uit proberen te komen. Zo'n Krajicek bijvoorbeeld. Die heeft ook een paar jaar heel slecht gepresteerd maar is daar toch weer bovenop gekomen. Je ziet het ook bij voetballers van Ajax. Als je weer uit dat dal komt, ben je een echte topper.”

De beslissing van de KNSB om hem te passeren voor Inzell verraste Zandstra. “Ik heb dit seizoen toch goeie 1.500 meters gereden, met uitzondering van die ene op het WK in Nagano. Maar ik vind dat je niet naar één wedstrijd kan kijken, sowieso niet naar Nagano. Het WK had voor mij een week later moeten komen. Dan had ik beter gepresteerd. Door griep heb ik in januari twee weken niet geschaatst, niet getraind, niks. Toen restte me voor het WK nog maar drie weken voorbereiding. En dan zit de reis van Japan er nog bij. Ik heb te weinig arbeid verricht om mezelf weer optimaal te krijgen.”

Maar was ook Ids Postma, die in Nagano wereldkampioen werd, rond diezelfde periode niet door griep geveld? “Hij was alweer beter toen ik net griep kreeg. Bovendien was hij drie dagen ziek, ik vier. Mijn weerstand was sinds het begin van het seizoen ook niet optimaal. In de zomer begon ik op nul, want de hele winter ervoor had ik niks gedaan. Dus je loopt al een beetje op je tenen. En als je dan wat krijgt, zak je gelijk een heel eind terug. En om daar weer bovenop te komen, heb je wat meer tijd dan een ander nodig.”

Zandstra had op “een beetje krediet” van de bond gerekend, maar mede door harde woorden begin dit seizoen aan het adres van bondscoach Henk Gemser was dat tot nul gereduceerd. “Ik zal het misschien wel verprutst hebben, maar ik dacht dat ik het met de KNSB goed uitgesproken had, met Gemser erbij. We zouden het daar bij laten. Maar Henk zegt nu ook weer stomme dingen over mij en daar baal ik gewoon van. Ik heb altijd heel vriendelijk gedaan. Ik kan, nou ja, ik kon goed met Henk opschieten. Maar als hij de oude verhalen oprakelt, zoals hij na het EK heeft gedaan... De afspraak was dat we dat niet zouden doen.”

Zandstra kijkt terug op een “raar” seizoen. “Bijna elke wedstrijd stond in het teken van kwalificatie voor een andere wedstrijd. Het betekent dat je voortdurend moet pieken en dat kan gewoon niet. Dat kan niemand.” Van zijn veertiende plaats op de WK “baalt” Zandstra. Zijn eerste drie afstanden waren zo slecht dat hij niet eens mocht starten op de afsluitende tien kilometer.

“Ik had gehoopt een goeie WK neer te zetten of een paar goeie tijden te rijden waardoor ik hoog in het klassement zou komen. Want dat had toch gekund. Ik had hier in Thialf ook heel goed gereden en ik had verwacht dat het daar ook goed zou gaan. Maar helaas, je gaat naar Collalbo om voor het WK te trainen en daar word je vijf weken voor het WK ziek. Dan kun je vervolgens twee weken niks doen en dat zijn wel de weken waarin je je basis opkietelt.”

Zandstra probeert de klapschaats uit, “en dat gaat redelijk goed”. Aanstaande maandag rijdt hij in Thialf buiten mededinging baanwedstrijden op de 1.500 en de 5.000 meter en besluit hij het seizoen met de ijsgala's in Heerenveen en Erfurt, op de thuisbaan van Gunda Niemann. “Ik ga vervolgens drie tot vier weken rust nemen en dan om de twee dagen een beetje fietsen, om mijn conditie vast te houden. Ik ga sowieso meer fietsen, zodat ik een grotere longinhoud krijg. Als ik dan ziek word, herstel ik sneller. Dit seizoen begon ik op nul, volgend seizoen op zeventig procent. Met Sjoerd (de Boer, Zandstra's coach, red.) fiets ik de Elfstedentocht. Misschien gaat Ids ook mee. De Elfmerentocht is nog niet zeker, omdat ik ook met mijn vrouw zit. Over twee maanden moet ze bevallen.”

De Olympische Spelen in Nagano, “daar ga ik voor”, zegt Zandstra. In het M-Wave-stadion wil hij uitkomen op de 1.500, 5.000 en 10.000 meter. De constatering dat er voorafgaand aan de Spelen een moordende concurrentie tussen de Nederlanders zal zijn, begroet de Fries met een montere bevestiging. Op elke afstand mogen maximaal drie schaatsers van dezelfde nationaliteit meedoen. Op de mijl, zijn favoriete afstand, moet Zandstra de strijd aanbinden met Postma, Straathof en Ritsma. “Dat wordt knokken.”

Wellicht biedt het vaderschap Zandstra sportief voordeel. “Als je een kleine krijgt, verandert er wel wat. Niet dat ik minder ga trainen of zo, want voor een olympisch jaar wil ik alles doen. Je ziet heel vaak dat toppers die gezinsuitbreiding krijgen extra gemotiveerd raken. Misschien ga ik volgend jaar extra snel en kan ik hetzelfde doen als wat Dan Jansen gedaan heeft. Toen hij olympisch goud won, haalde hij de kleine er even bij. Dat zie ik al helemaal voor me.”

    • Ward op den Brouw