Meer kans op uitkering schade asbestslachtoffers

ROTTERDAM, 26 FEBR. Kosten van ziekten die het gevolg zijn van blootstelling aan gevaarlijke stoffen tijdens het werk kunnen voortaan met veel kans op succes op de werkgever worden verhaald als die de gevaren had kunnen weten en geen beschermingsmaatregelen nam. Dat de gevaarlijke blootstelling in zijn bedrijfstak de normale gang van zaken is doet daar niets aan af.

Dat is de waarschijnlijke consequentie van de uitspraak die het Haagse gerechtshof gisteren deed in een procedure die de weduwe van een asbestslachtoffer tegen scheepswerf De Schelde aanspande. Het gerechtshof veroordeelde de werf tot een schadevergoeding maar sprak zich nog niet uit over de hoogte daarvan.

De uitspraak is in de eerste plaats van belang voor de vele duizenden bestaande en verwachte asbestslachtoffers in Nederland, zoals bouwvakkers en werknemers van scheepswerven en de Nederlandse Spoorwegen die veel asbest als isolatiemateriaal verwerkten. De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor werknemers die aan andere gevaarlijke stoffen zijn blootgesteld. Daarbij valt te denken aan schilders en drukkers die veel organische oplosmiddelen inademden of werknemers in champignonbedrijven die veel sporen binnenkregen

De Rechtskundige Dienst van de FNV, die het proces voor de nabestaanden van het asbestslachtoffer begeleidde, spreekt van een enorme doorbraak. De werkgeversorganisaties FME-CWM en MKB Nederland willen aan het arrest uitdrukkelijk geen algemene conclusies verbieden. De FME (waarbinnen de meeste scheepswerven zijn verenigd) vindt dat nog steeds per individueel geval het verband tussen ziekte en blootstelling aan asbest door de patiënt bewezen zal moeten worden. MKB waarschuwt tegen Amerikaanse toestanden met torenhoge schadeclaims, zoals die in de VS al tot faillisementen leidden. De werkgeversorganisatie VNO/NCW bestudeert het arrest nog.

De uitspraak van het Haagse gerechtshof is de afsluiting van een civiele procedure die een werknemer van De Schelde in 1988 tegen de Vlissingse scheepswerf begon en die na zijn dood in 1989 door zijn weduwe werd voortgezet. De werknemer was van 1949 tot 1967 in dienst van De Schelde waar in die jaren volop met asbestisolatie werd gewerkt. In 1988 ontwikkelde hij longklachten (mesothelioom) die zijn internist aan asbest toeschreef. De kantonrechter in Middelburg veroordeelde De Schelde tot een schadevergoeding, maar eind oktober 1991 vernietigde de rechtbank in Middelburg dit vonnis.

De rechtbank oordeelde dat de weduwe van de Schelde-werknemer behoorde aan te tonen dat zijn ziekte het gevolg was van een gevaarlijke blootstelling aan asbest en bovendien dat De Schelde onvoldoende beschermingsmaatregelen had getroffen. Maar in een opvallend arrest van de Hoge Raad (juli 1993) is deze bewijslast omgedraaid. (Een jaar eerder was dat in een andere asbestzaak al eerder gebeurd). De Hoge Raad sprak uit dat De Schelde moest aantonen dat zij niet had kunnen weten dat asbest gevaarlijk was en dat zij voldoende beschermingsmaatregelen had genomen vanaf het moment dat zij dat wel had kunnen weten. De Hoge Raad wees de zaak vervolgens terug naar het gerechtshof in Den Haag die gisteren uitspraak deed.

Onderzoek van de Industriebond FNV in samenwerking met het Nederlands Veiligheidsinstituut (een vakgroep van de TU Delft) toonde betrekkelijk snel aan aan dat werkgevers als De Schelde al sinds 1949 voldoende bekend hadden kunnen zijn met de gevaren van blootstelling aan asbest. Vanaf die tijd had de werf dus beschermingsmaatregelen moeten treffen.

In de loop van de tijd is ook steeds meer helderheid gekomen in het causale verband tussen ziekteverschijnselen en blootstelling aan asbeststof. Twee van de drie ziekten die uit de omgang met asbest kunnen ontstaan (longkanker, asbestose en mesothelioom) kunnen eenduidig aan asbest worden toegeschreven. Alleen bij longkanker ligt dat veel moeilijker.

Hoewel het gerechtshof zich nog niet over de hoogte van de schadevergoeding heeft uitgelaten schat het FNV dat de totaal uit te keren schadevergoeding voor de huidige en komende asbestslachtoffers kan oplopen tot een bedrag van 1 à 1,5 miljard gulden. In november is een commissie onder voorzitterschap van ex-minister prof. mr. J. de Ruiter geïnstalleerd die onderzoekt of er reden is een speciaal Asbestfonds op te richten waaruit asbestslachtoffers steun kunnen krijgen.