Hoge Raad bekijkt grijze kentekens

DEN HAAG, 26 FEBR. De staat legt het vonnis van het Gerechtshof in Arnhem over de zogenoemde grijze kentekens voor aan de Hoge Raad. Dat maakte staatssecretaris Vermeend (Financiën) gisteren bekend in de Tweede Kamer.

Eerder deze maand bepaalde het hof in Arnhem dat alle autobezitters met een grijs kenteken van vóór 1 januari 1994 fiscaal gelijk moeten worden behandeld. Particulieren met een grijs kenteken houden daardoor dezelfde fiscale voordelen als bedrijven met meer dan honderd bestelauto's.

In 1994 heeft de Nederlandse fiscus maatregelen genomen om het rijden met een grijs kenteken tegen te gaan. Het grijze kenteken is bedoeld voor bedrijfswagens en kent een veel lager tarief voor de wegenbelasting dan het gele kenteken voor personenwagens. Het 'grijs rijden' was in de jaren tachtig erg populair geworden onder particulieren, waardoor steeds meer fabrikanten besteluitvoeringen van populaire personenwagens op de markt brachten.

De wetgever, die door het 'grijsrijden' veel wegenbelasting misliep, paste in 1988 de wetgeving aan. Vervolgens werden in 1994 door de toenmalige staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) de regels aangescherpt.

Particulieren die tussen 1988 en 1994 een auto op grijs kenteken hadden aangeschaft, moesten met ingang van 1 januari 1995 de hogere belasting voor personenauto's betalen. Voor bezitters die hun 'grijze' auto vóór 1988 hadden aangeschaft, veranderde er niets. Ook bedrijven met meer dan honderd bestelauto's mochten het lagere 'grijze' tarief blijven betalen.

De fiscale aanpassing schoot de werkgeversorganisatie MKB Nederland in het verkeerde keelgat. De belangenorganisatie tekende protest aan over de fiscale uitzondering voor grote bedrijven met meer dan honderd auto's. Samen met de 'Stichting belangen grijs kentekeneigenaren' stapte MKB Nederland naar de belastingkamer van het Hof in Arnhem. Van twee belastingplichtigen, een ondernemer met tien bestelauto's en een particulier met één bestelauto, heeft het Hof eerder in deze maand de naheffingsaanslagen van de wegenbelasting vernietigd. Volgens de rechter is er sprake van discriminatie in de zin van het internationale BUPO-Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

Vermeend legt de kwestie voor aan de Hoge Raad vanwege het principiële aspect. Volgens de staatssecretaris wordt het BUPO-verdrag te pas en te onpas gebruikt bij juridische geschillen; daarom wil hij een uitspraak van het hoogste rechtscollege in Nederland.