DSM-topman tevreden ondanks duikeling winst

ROTTERDAM, 26 FEBR. De winstontwikkeling van het Limburgse chemie-concern DSM tussen 1993 en vorig jaar was te mooi om in dezelfde lijn door te gaan en dus was bestuursvoorzitter ir. S. de Bree gisteren dik tevreden ondanks een duikeling van 32,7 procent. Er is vorig jaar immers nog altijd 720 miljoen gulden 'schoon aan de haak geslagen'.

In '93 maakte het bedrijf nog een verlies van 118 miljoen, het jaar daarop schoot de winst naar 532 miljoen en in '95 zat alles zozeer mee dat de magische grens van één miljard ruim werd overschreden. Toen De Bree dat cijfer een jaar geleden bekendmaakte wees hij er al op dat de winstontwikkeling naar mocht worden verwacht toch eerder de baan van een kogel dan die van een raket zou gaan volgen. Chemie-bedrijven hebben nu eenmaal te maken met cycliciteit en dus met een wetmatigheid als die van eb en vloed.

Het is daarom volgens De Bree beter te kijken naar het rendement op het geïnvesteerd vermogen en dat bedroeg vorig jaar 14,6 procent. Dat laat zich nauwelijks vergelijken met de 24,1 procent die in '95 werd behaald, maar past wel beter bij de nuchterheid waarmee DSM gezond wil zijn en blijven. En in die nuchterheid wordt een streefpercentage van 15 gehanteerd.

Mopperen is hoe dan ook ongepast, meent De Bree. DSM heeft zijn winst behaald in Europa - zijn belangrijkste regio - dat vorig jaar een economische groei doormaakte van 1,6 procent, terwijl de groei van de produktie van de chemische industrie 2,5 procent bedroeg. De netto-omzet van DSM steeg vorig jaar ten opzichte van het topjaar '95 met 4,5 procent tot 10,3 miljard gulden. Hoe de winst bij een hogere afzet toch lager kan uitpakken dan het jaar daarvoor heeft te maken met de marges, die sterk fluctueren op de markt van chemische bulk en halffabrikaten.

DSM probeert dan ook een beetje weg te komen van die 'wilde' markt en beschutting te zoeken in sectoren die stabieler zijn. Bestaand leiderschap op het gebied van polymeren (waaruit autobumpers, verpakkingen en onderdelen voor elektrische en elektronische apparaten worden gemaakt), industriële chemie, hoogwaardige materialen, fijnchemie en kunststofverwerking moet dus worden gehandhaafd of uitgebouwd. Weg van de bulk en richting toegevoegde waarde. Daarnaast moet er aan 'risico-spreiding' worden gedaan met de omzet door die beter te verdelen over de regio's. “Aan het begin van de volgende eeuw zal ongeveer 20 procent van de concernomzet moeten komen uit Noord-Amerika en 20 procent uit Azië”, aldus De Bree. Het deinende beeld dat de financiële resultaten over een reeks van jaren laten zien moet dan tot rust zijn gekomen.

Het marktaandeel van DSM voor polypropeen in West-Europa bedraagt ongeveer vijf procent. Eind november is in Geleen een derde fabriek opgestart met een capaciteit van 150.000 ton per jaar, waarmee DSM zijn positie verder wil uitbreiden.

De Bree kondigde vorig jaar aan flink te willen inzetten op fijnchemie en daarin is DSM geslaagd. Het bedrijf nam Chemie Linz in Oostenrijk over en kort daarop Deretil in Spanje. Daarmee werd de omzet op het terrein van de fijnchemie op slag verdubbeld tot 1,2 miljard gulden.

De strategie van DSM manifesteert zich vooral in het uitbreiden van fabrieken en het aankopen van bedrijven. Met trots meldde de Bree gisteren dat in '96 voor 1,637 miljard gulden werd geïnvesteerd. Per lid van de vierkoppige raad van bestuur komt dat volgens De Bree neer op 'meer dan een miljoen per dag'. In 1995 was dat nog niet de helft.

Bij het opschuiven naar meer 'toegevoegde waarde' behoort ook een aanzienlijke inspanning op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (R&D). Daaraan werd vorig jaar 390 miljoen gulden uitgegeven, 45 miljoen gulden meer dan in '95. Het is vooral de fijnchemie, die veel geld vergt voor onderzoek. Dat zal nog meer worden naarmate DSM verder tendeert in de richting van het produceren van farmaceutische (half)preparaten. Met een aantal farmaceutische ondernemingen heeft DSM strategische allianties om tussenprodukten te gaan maken voor medicijnen tegen hart- en vaatziekten, antibiotica en aids. Het strikt farmaceutische deel van de chemische industrie laat doorgaans fraaie financiële resultaten zien, maar in die sector is een besteding van zo'n vijftien procent van de winst aan R&D wel absolute noodzaak om te kunnen overleven.