Doorbreking traditionele beeld; Scepsis in Duitsland en Nederland, enthousiasme in Frankrijk

ROTTERDAM, 26 FEBR. Hoe sceptisch het Nederlandse publiek geworden is over de Economische en Monetaire Unie (EMU) en zelfs over de Europese integratie als zodanig, blijkt uit een vergelijking van de resultaten van de enquête die het NIPO in opdracht van NRC Handelsblad hield, met eerdere peilingen in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Italië. De enquêtes doorbreken het traditionele beeld dat Fransen vrij argwanend staan ten opzichte van de Europese integratie terwijl Nederlanders en Duitsers daar juist warm voor lopen.

Vergelijking van de enquête van NRC Handelsblad met de peilingen die het onderzoeksbureau Gallup (in opdracht van Le Figaro, de Daily Telegraph, L'Espresso en het Handelsblatt) in de andere Europese landen hield, is goed mogelijk. Bij alle vijf de onderzoeken werd vrijwel dezelfde vragenlijst gebruikt. De onderzoeken in de andere lidstaten hadden recent (december 1996) plaats.

Klein is het percentage ondervraagden in van oudsher Euro-enthousiaste landen als Duitsland en Nederland dat zich uitspreekt voor 'een volledig geïntegreerd Europa waarin alle belangrijke beslissingen worden genomen door een Europese regering'. In Duitsland bedraagt dit 16 procent en in Nederland 12. Alleen in het Verenigd Koninkrijk ligt dat percentage lager (10 procent). In Frankrijk en Italië bedraagt het percentage 'federalisten' respectievelijk 17 en 25 procent. In die twee landen ligt het percentage voorstanders van een 'meer geïntegreerd Europa dan nu met een Europese munt en zonder grencontroles' ook hoger (42 procent in Italië, 39 in Frankrijk) dan in Duitsland (37 procent), Nederland (27 procent) en het Verenigd Koninkrijk (17 procent). Net als in Duitsland wil in Nederland ongeveer dertig procent (Duitsland: 31 procent, Nederland: 29 procent) de huidige status quo behouden.

In geen enkel land wordt er geloof gehecht aan de stelling dat invoering van de euro automatisch tot een Europese 'regering' leidt. Zelfs als de euro er komt, kunnen de landen van Europa onafhankelijk blijven, zeggen absolute meerderheden in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië. Alleen in het Verenigd Koninkrijk bedraagt dat percentage minder dan de helft (43 procent). Die 43 procent ligt overigens aanzienlijk hoger dan het percentage dat in een 'onvermijdelijk' federalisme als gevolg van invoering van de euro gelooft (33 procent).

In alle vijf de landen is een absolute meerderheid van de bevolking voorstander van een referendum over de euro. Bij zo'n referendum zou 36 procent van de Nederlandse bevolking tegenstemmen, zo blijkt uit de enquête van NRC Handelsblad. Alleen in het Verenigd Koninkrijk (56 procent) en Duitsland (44 procent) ligt dat percentage hoger. Het aantal voorstemmers is zowel in Nederland (34 procent), het Verenigd Koninkrijk (26 procent), als Duitsland (43 procent) kleiner dan het percentage tegenstanders. In Frankrijk en Italië daarentegen overtreft het aantal voorstemmers het aantal tegenstemmers. In Frankrijk zou 61 procent voor de euro stemmen, in Italië bedraagt dat percentage maar liefst 71 procent. Het percentage tegenstemmers bedraagt in Frankrijk 33 procent en in Italië 12 procent.

In Frankrijk (53 procent) en Italië (58 procent) gelooft een meerderheid van de respondenten dat hun land er over twintig jaar beter voor zal staan als het deelneemt aan de Economische en Monetaire Unie (EMU). In het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Duitsland daarentegen is het percentage dat denkt dat het land er bij deelname aan de EMU over twintig jaar slechter voorstaat, juist groter dan het percentage dat gelooft in een verbetering van de situatie. Het aantal respondenten dat gelooft dat deelname aan de EMU geen verschil uitmaakt, ligt in het Verenigd Koninkrijk op 16 procent, in Frankrijk op 20 procent, en in Duitsland op 38 procent.

In Frankrijk en Italië gelooft een meerderheid van de ondervraagden (respectievelijk 58 en 54 procent) dat de offers (in de vorm van onder andere bezuinigingen op de overheidsbegroting) die worden gevraagd voor deelname aan de EMU, de moeite waard zijn. In het Verenigd Koninkrijk en Duitsland is het percentage dat die offers niet de moeite waard acht (respectievelijk 59 en 44 procent) groter dan dat van de ondervraagden die het nut daarvan wel inzien (17 en 39 procent). In Nederland gelooft 32 procent van de ondervraagden dat die offers de moeite waard zijn, maar van een absolute meerderheid is geen sprake. Zesentwintig procent is niet overtuigd van het nut van de offers in Nederland, 41 procent weet het niet.

In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk is een absolute meerderheid (52 en 69 procent) tegenstander van overdracht van de monetaire bevoegdheden aan een Europese Centrale Bank. In Duitsland en Nederland is het percentage tegenstanders (50 en 45 procent) groter dan het aantal voorstanders. In Nederland ligt het percentage voorstanders van overdracht van de bevoegdheden lager (26 procent) dan in Duitsland (36 procent). Alleen in Italië is het percentage voorstanders van overdracht (46 procent) hoger dan dat van de tegenstanders (34 procent).

    • Bernard Bouwman