De grimmige verzorgingsstaat

Het leek wel afgesproken werk, zozeer vulden twee programma's van de KRO en de BBC elkaar gisteravond aan. Beide gingen over 'de andere kant van de verzorgingsstaat', zoals presentatrice Gerdy Nijman het noemde in een belangwekkende aflevering van Ongelooflijke verhalen.

Die 'andere kant' bleek neer te komen op de aantasting en verwording van de verzorgingsstaat. De KRO-programmamakers zochten de oorzaak bij de forse bezuinigingen en het gebrek aan sociale betrokkenheid, de BBC richtte zich op het misbruik van de sociale voorzieningen.

Een alleenwonende, oude man, zwaar sukkelend met een heup, krijgt geen thuiszorg meer. De voorzitter van de bewonerscommissie van zijn flat ontfermt zich over hem en bindt de strijd aan met de instanties. Er komt publiciteit en dán pas hulp. “Ik voel me in de steek gelaten, je telt niet mee”, zei de man.

“Er wordt bezuinigd, mensen van de thuiszorg kunnen niet langer dan een half uurtje bij iemand blijven”, zei een ingewijde. Als ze al kómen.

Jaarlijks worden in Nederland tientallen mensen pas na dagen of zelfs weken dood aangetroffen in hun huis. Men liet een woning in Zwijndrecht zien, waar de afgelopen zomer zo'n drama gebeurd is: een rijtjeshuis in een dichtbevolkte buurt.

Burgemeester Corporaal van Zwijndrecht heeft dit nu zó vaak moeten meemaken, dat hij een schriftelijk appel aan zijn burgers heeft gericht: let op elkaar. “Mensen denken dat je de sociale controle terugwil, maar daar gaat het niet om”, zei hij. “Als we ons niet meer om elkaar bekommeren, is er iets fundamenteel mis (...) Dit is een van die onderwerpen die jarenlang taboe zijn, men zegt: het valt wel mee met die eenzaamheid. Maar de gevallen in deze uitzending zijn het topje van de ijsberg.”

Hier echter trappen we op een adder onder het gras. Want is het eigenlijk wel waar dat mensen zo weinig op elkaar letten? Of zien ze elkaars misère wel, maar trekken ze zich er niets van aan? Een politieman uit Zwijndrecht vond de verbijstering over de buurman-in-staat-van-ontbinding maar hypocriet. “Ze weten ons wél te vinden als er kinderen op hun fietsje rond hun nieuwe auto spelen.”

Aan die uitspraak moest ik voortdurend denken bij de BBC-documentaire in Inside story over de bestrijding van sociale fraude. Uit die reportage bleek juist dat de mensen bereid zijn elkaar massaal te bespioneren. Om de sociale fraude te bestrijden, heeft men in Groot-Brittannië een Benefit Fraud Hotline opgericht waaraan je anonieme tips over frauderende medeburgers kunt doorgeven.

De nationale kliklijn is een groot succes: er bellen dagelijks duizend mensen. Die tips worden uiterst serieus genomen. De bellers wordt gevraagd naar een duidelijk signalement van de betrokkene en naar allerlei bijzondere omstandigheden. Vervolgens zoekt een team van sociale rechercheurs de zaak uit.

Het gaat er daarbij zeer grimmig toe. Dat lijkt me het verschil met Nederland, waar tegenwoordig ook wel anonieme tips worden nagetrokken, maar minder verbeten en systematisch. De Britse tips betreffen vooral uitkeringstrekkers die erbij werken en/of ten onrechte beweren dat ze alleenstaand zijn.

We kregen uiterst pijnlijke gesprekken te zien met alleenstaande (?) vrouwen. De rechercheur stelt de intiemste vragen: wie is uw vriend, hoeveel nachten per week blijft hij? Drie nachten? Dat is te veel. Eén zo'n dialoogje:

De vrouw, verbitterd: “Dit is al de zesde keer dat jullie me opzoeken.”

De rechercheur: “Waarom denkt u dat de mensen blijven klagen?”

De vrouw: “Het kan een persoonlijke vendetta zijn.” Dan, cynisch: “Jullie moeten maar de hele dag op me gaan letten.”

De rechercheur: “Die mogelijkheid is er nog altijd voor ons.”

Is de moderne verzorgingsstaat een samenleving geworden waarin de mensen elkaar liever aangeven of bedonderen dan helpen? Ik was graag met een minder onbehaaglijke vraag naar bed gegaan.