Club discussieert over republiek

DEN HAAG, 26 FEBR. Een kleine groep vooraanstaande ondernemers, bestuurders en publicisten verenigt zich sinds vorig jaar in het Republikeins Genootschap. Voorzitter van het genootschap is prof. dr. P.J. Vinken, voormalig topman van het uitgeversconcern Elsevier. Over de status van de club - serieus of ontspanning - verschillen de deelnemers van mening.

Het Genootschap zou als doel hebben om een discussie los te maken over de republiek als staatsvorm. Volgens M. van Amerongen, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, overweegt de groep een brochure uit te brengen. Andere leden, zoals dr. J. Kremers, oud-directeur van de Robeco-groep, nemen de status van de club veel minder serieus. Kremers laat desgevraagd via zijn secretaresse weten dat “het geen serieus initiatief” is.

Verschillende deelnemers bagatelliseren het karakter van het Genootschap dat voornamelijk is samengesteld uit vrienden en bekenden van Vinken. Volgens de medicus prof. dr. A.J. Dunning “is het tot nu toe gebleven bij een eenmalig samenzijn dat voornamelijk werd gevuld met flauwe grappen”. Dunning zegt geen republikein te zijn. Voormalig hoofdredacteur van NRC Handelsblad, dr. B. Knapen, spreekt van 'studentikoze geuzerij'. “Vrolijk het land dat zich hier druk over maakt”, aldus de directeur interne en externe communicatie van Philips.

L. Koopmans, voorzitter van de stichting TBI-fonds, een conglomeraat bedrijven: “We hebben een gezellige eetclub en praten over vele zaken. Ik koester het koningshuis. Als onze eetclub een republikeinse actiegroep zou worden, stap ik direct op.” M. van Amerongen weerspreekt dat er alleen sprake zou zijn van een vriendenclub. Volgens hem is er sprake van “een serieus initiatief dat is geboren uit irritatie over het feit dat er in Nederland niet meer op een rationele manier valt te discussiëren over het laatste taboe, het koningshuis”.

De eerste en tot nu toe enige bijeenkomst was historisch gekozen: in het Prinsenhof in Delft. Voor een tweede bijeenkomst later dit jaar werd aan het vroegere paleis Het Loo in Apeldoorn gedacht. “Maar dat vonden sommige deelnemers al weer te ver weg”, aldus Dunning.