Breuklijn door alle partijen

De euro is een breuklijn die dwars door het electoraat van alle politieke partijen heenloopt. Kiezers op de VVD ontpoppen zich als de meest argwanende ten opzichte van de Economische en Monetaire Unie (EMU), gevolgd door PvdA en CDA. D66-kiezers zijn het best te spreken over de euro.

Dit blijkt uit een uitsplitsing van de resultaten van de NIPO-opiniepeiling naar politieke voorkeur van de respondenten. Van alle kiezers op die vier partijen vindt een meerderheid van tussen 52 procent (D66) en 56 procent (VVD) dat Nederland met een besluit tot EMU-toetreding moet wachten tot volgend jaar. Van de kiezers op Groen Links vindt 58 procent dat.

Hoewel VVD-fractieleider Bolkestein het idee voor een referendum over de euro onlangs publiekelijk afkeurde, is juist van de VVD (61 procent) het grootste aantal stemmers daar juist voorstander van. Alle andere partijen hebben een meerderheid onder hun kiezers die voor een referendum is, behalve het CDA. Daar is 41 procent van de kiezers vóór. Van de kiezers op Groen Links zouden er in het geval er een referendum wordt gehouden meer (37 procent) tegen de euro stemmen dan vóór (31 procent). D66 kent de voor de euro gunstigste verhouding tussen voor- en tegenstemmers (49 tegen 29 procent), gevolgd door de PvdA (42 tegen 32 procent). Bij het CDA is het verschil kleiner (36 tegen 30 procent) en bij de VVD houden voor - en tegenstanders elkaar goeddeels in evenwicht (41 tegen 40 procent). In de rest van de politieke partijen is het percentage tegenstemmers met 50 procent in de meerderheid. Het aantal kiezers dat denkt dat Nederland eerder slechter dan beter af is na invoering van de euro is bij alle grote politieke partijen in de meerderheid ten opzichte van degenen die die denken dat het beter zal gaan. Met name in de PvdA is het wantrouwen op dat punt het grootst. Als andere landen zich niet strikt aan de toetredingseisen tot de EMU houden, vindt van alle kiezers een meerderheid dat Nederland niet aan de muntunie moet meedoen, behalve een minderheid (49 procent) onder de kiezers van D66. De VVD kent het grootste aantal tegenstanders van deelname onder die voorwaarden (68 procent).

Alweer D66 is uitzondering waar het de vraag betreft of een onafhankelijke Europese Centrale Bank de macht over het monetaire beleid moet krijgen. Onder de kiezers op deze partij zijn er meer voorstanders (39 procent) dan tegenstanders (37 procent). Bij de andere partijen zijn er meer tegenstanders van machtsoverdracht aan de ECB dan voorstanders, met het CDA (44 procent tegen, 30 procent voor) als uitschieter. Van de kiezers op alle vier de grote partijen zijn er de afgelopen zes maanden meer tegenstander geworden dan voorstander.