Brendel meester in kortebaandraverij

Concert: Alfred Brendel, piano. Werken van F. Schubert. Gehoord: 23/2, Concertgebouw Amsterdam.

Franz Schubert was de schepper van 'hoogst dramatische sonates', schreef pianist Alfred Brendel eens.

Brendel (66) werpt zich als weinig anderen op als ambassadeur van deze muziek, speelde de sonates wereldwijd en legde ze meermaals op geluidsdragers vast. Zondag speelde de meesterpianist in het Concertgebouw in Amsterdam opnieuw een programma dat gewijd was aan de tweehonderd jaar geleden geboren componist.

Brendels voorliefde voor de Schubert-sonates beperkt zich tot de voltooide composities. Alle sonates die Schubert tot ongeveer 1817, in zijn worsteling met de materie, onvoltooid liet, schuift Brendel als onvolgroeid terzijde.

Voor de rest houdt hij telkens weer vurige muzikale pleitredes. Dat deed hij ook zondag in een programma van doeltreffende eenvoud met een suggestieve ontwikkelingslijn. Op de eerste voltooide Sonate in a-klein volgden de vier Impromptu's opus 142, en Schuberts laatste Sonate in Bes-groot, waarna het recital werd besloten met de Impromptu opus 90 nr. 3 als toegift.

De Sonate in a wijst in haar thematiek al vooruit naar de late Sonate in A.

Door sterk te leunen op de dissonante samenklanken die een harmonische scharnierfunctie hebben, onderstreepte Brendel in zijn vertolking nog eens extra de moderniteit van deze compositie. Van de vier Impromptu's op. 142 - de eerste lastig door het veelvuldig handenkruisen, de tweede delicaat en zangerig, de derde een reeks van variaties - was de laatste veruit het indrukwekkendste. In deze Impromptu in f-klein betoonde Brendel zich een meester in de kortebaandraverij, die hier met dubbele tertsen in de rechterhand in een stevig tempo moet worden gerealiseerd.

De vertolking van de Sonate in Bes tenslotte was monumentaal in vormgeving, dramatisch in de haast onthechte emotie, en ongenaakbaar in de soms aanvechtbare keuzes die Brendel maakte. Zo sloeg hij wederom de voorgeschreven herhaling in het eerste deel in de wind - herhalingen keren zich vaak tegen Schuberts composities meent hij nog altijd.

Losgewerkte noten speelt Brendel vaak gebonden, arpeggio's niet zelden als een massief akkoord. Je kunt daarover lang en breed soebatten.

Maar zijn interpretaties met al die natuurlijk vloeiende rubati, die fascinerende fraseringen en die zeldzaam mooie toonvorming zijn zó eerlijk en zonder ook maar een zweempje ijdelheid, dat je ook de aspecten waarover je met Brendel misschien van mening verschilt, met liefde op de koop toeneemt.