Bernhard Jagoda, voorzitter van het Duitse arbeidsbureau; 'Laten we toch vooral rustig blijven'

Jagoda, de landelijke voorzitter van de Duitse arbeidsbureaus vindt dat 'we moeten ophouden Standort Deutschland kapot te praten'. Hij is zorgelijk over de Duitse werkgelegenheid, dat wel, maar kan ook beredeneren dat kanselier Kohls doelstelling van een halvering van de werkloosheid in 2000, haalbaar is.

'Achter het kille cijfer van 4,7 miljoen werklozen gaan 4,7 miljoen drama's schuil. Te weinig mensen realiseren zich dat. Ik wil de situatie niet dramatiseren. Maar misschien dringt nu eindelijk het besef door dat er in Duitsland iets moet gebeuren.''

Bernhard Jagoda (56) heeft elke maand een slechte boodschap. Sinds hij in 1993 voorzitter werd van de Bundesanstalt für Arbeit in Neurenberg is de werkloosheid alleen maar gestegen. Telde Duitsland in 1990 nog 1,9 miljoen mensen zonder baan, begin deze maand kwam Jagoda met de onheilsboodschap van 4,7 miljoen. Worden hierbij de mensen opgeteld die aan omscholingsprojecten deelnemen, met vervroegd pensioen zijn gestuurd of een ABM-baan hebben (de Duitse variant op de zogeheten 'Melkert'-baan), dan zijn het er 6 miljoen.

Er ging een schok door Duitsland toen Jagoda zijn cijfers bekendmaakte. “Schrikbarend en alarmerend”, noemde hij het grote aantal mensen zonder werk, “de hoogte van de werkloosheid overstijgt de meest pessimistische ramingen, ook die van mijzelf”. Bondskanselier Helmut Kohl sprak van de “zwartste cijfers” uit zijn hele ambtsperiode. Hij nodigde prompt de oppositionele SPD uit deze week over de grootscheepse belastingverlaging te praten, zodat de werkgelegenheid een stimulans krijgt. Sinds 1933 heeft de Bondsrepubliek niet meer zoveel werklozen gehad. Bij alle vlaggenschepen van de Duitse industrie staat het licht op rood.

Het elektroconcern Siemens maakte deze maand bekend dat het de werkgelegenheid in Duitsland verder vermindert; bijna 50.000 banen verdwenen de laatste jaren. In het buitenland schiep het concern vorig jaar 14.000 banen.

Bij Daimler-Benz ruimt topman Jürgen Schrempp op. De komende maanden kunnen 500 'witte boorden' een ontslagbrief verwachten. Leaner and meaner is het motto van de grootste onderneming in het land. Ook bij Lufthansa is de positie van chefs en managers niet langer veilig. Een tiende van de duizend leidinggevende krachten moet zijn bureau opruimen.

Bij Brau und Brunnen, het grootste drankenconcern, is het organisatiebureau McKinsey langsgeweest; tal van regionale brouwerijen gaan dicht. Honderden werknemers zijn overbodig geworden. In de mijnbouw, eens de grootste werkgever in het Roergebied, gingen 200.000 kompels de straat op in de hoop dat de subsidie uit Bonn blijft gehandhaafd. Vermindert de regering de staatssteun - elke ton kolen is met 200 mark gesubsidieerd -, dan dreigt voor duizenden de bedelstaf.

En in Dresden protesteerden vorige week duizenden bouwvakkers tegen het besluit van de overheid het 'slecht-weer-geld' af te schaffen. De staat hoopte geld te besparen en de werkgevers te dwingen hun personeel tijdens de winter in dienst te houden. Het werkte averechts. De bouwondernemers, die met hoge kosten te kampen hebben, bleken veel personeel te ontslaan. Dit verklaart de extra snelle stijging van de werkloosheid in januari. Een dure grap voor de staat, want de kosten van de werkloosheidsuitkering zijn een veelvoud van het slecht-weer-geld.

Intussen staat het veel geprezen Duitse leerlingenstelsel, waarbij bedrijven jonge vakarbeiders opleiden, onder druk. Naarmate het met de bedrijven slechter gaat, neemt de bereidheid extra geld in opleidingen te steken af. Gevreesd wordt dat het tekort aan leerlingenbanen dit jaar zal stijgen tot 100.000. De vakbeweging spreekt van een 'noodsituatie'.

Stimmung im Keller, schrijft het toonaangevende Wirtschaftswoche in het laatste nummer. Duitsland snakt naar een Wende op de arbeidsmarkt.

Bernard Jagoda, voorzitter van de overkoepelende arbeidsbureaus, zucht: “Een ommekeer is dringend noodzakelijk. Alleen zie ik de afbouw van werkgelegenheid voorlopig niet afnemen. Sinds 1992 is Duitsland 1,2 miljoen banen kwijtgeraakt. Dit proces is nog niet tot stilstand gekomen.”

Wat moet er gebeuren?

“In Duitsland wordt het doemdenken gecultiveerd. Maar we moeten ophouden onze vestigingsplaats, Standort Deutschland, kapot te praten. Zo slecht is de toestand nou ook weer niet, in werkelijkheid gaat het beter dan de stemming onder de bevolking doet vermoeden. Bij ons in Duitsland kan heel goed succesvol worden geproduceerd. Laten we toch vooral rustig blijven, laat iedereen eens ophouden te klagen.

“Natuurlijk, ik geef toe dat Duitsland minder aantrekkelijk is geworden voor investeerders. Daar moet iets aan worden gedaan. Maar ik verzet me ertegen de hoge kosten als enige oorzaak voor de werkloosheid aan te wijzen. Het is één oorzaak, zeker niet de enige.

“De structurele verandering van de economie is doorslaggevend. Duitsland is niet meer het Powerhouse van de industrie. We worden een dienstenmaatschappij. Hierin ligt ook een oorzaak van het tekort aan leerlingenbanen. Het midden- en kleinbedrijf leidt jongeren op. De dienstensector - hotels, reisbureaus, multimedia en andere bedrijven in deze branche - doet niet genoeg. Deze Strukturwandel heeft enorme gevolgen voor de werkgelegenheid. Opvallend genoeg is het aantal arbeidsplaatsen gestegen, in vergelijking met de jaren vijftig en zestig. Het tempo waarin de banen momenteel verloren gaan, is echter veel hoger dan dat waarin er nieuwe banen bijkomen. Tegelijkertijd gaan de bedrijven door met het 'normale' proces van rationalisatie, met het vernieuwen van produktietechnieken. Ook dat kost werk.”

Vorig jaar hebben Duitse ondernemingen in het buitenland wel vele nieuwe banen geschapen; in Duitsland zelf is er nauwelijks werk bijgekomen.

“Het is niet zo dat Duitse bedrijven nu pas in het buitenland investeren. In 1990 gebeurde dat ook al en niemand wond zich daarover op.”

Toen waren er veel minder werklozen.

“Dat klopt. Ik heb ook liever dat ondernemingen hun geld investeren in vernieuwing van de economische structuur dan dat ze het ergens op een rekening in Zwitserland deponeren. Ik heb er geen moeite mee dat bedrijven zich in het buitenland vestigen. Als de economie verandert en globaliseert, moeten ook Duitse bedrijven daarheen trekken waar de markten zijn. Maar we moeten ons Standort aantrekkelijker maken, zodat Duitsland voor investeerders weer interessanter wordt.”

Bondskanselier Helmut Kohl houdt vol dat halvering van de werkloosheid tot het jaar 2000 mogelijk is. Vindt u dat een realistisch uitgangspunt?

“Ruim een jaar geleden, op 23 januari, zaten vertegenwoordigers van de vakbeweging, de werkgevers en de overheid voor het laatst samen aan tafel. Alle deelnemers wilden de werkloosheid, die toen vier miljoen bedroeg, in de komende vier jaar halveren. Niet alleen de bondskanselier was daarvan overtuigd.

“We hebben het Instituut voor Arbeidsmarkt- en Beroepsonderzoek gevraagd wat er in de economie moet veranderen om dit doel te bereiken. Of is het niet haalbaar en blijkt de halvering van de werkloosheid een hersenschim te zijn? Na grondige studie kwam het instituut tot de conclusie dat het heel wel mogelijk is de werkloosheid te halveren. Dan moest er vanaf 1996 wel wat veranderen.

“De lonen zouden vier jaar lang moeten worden bevroren. Van de 1,8 miljoen overuren zouden de werkgevers veertig procent in banen moeten omzetten. Het aantal mensen dat in deeltijd werkt moet minstens met vijf procentpunten stijgen. Nog geen 20 procent van de werknemers heeft een deeltijdbaan. Op dit gebied kunnen we veel leren van Nederland dat veel meer deeltijdbanen kent. Ik blijf voor dit idee werven. Er is hier ook wel iets gebeurd. De laatste tien jaar is het aantal mensen dat in deeltijd werkt met één miljoen gestegen tot drie miljoen. Maar het moeten er beduidend meer worden.”

Deze maatregelen zijn genoeg om twee miljoen extra banen te scheppen?

“Vermindering van de bruto loonkosten is noodzakelijk, wil Standort Deutschland ooit weer aantrekkelijk worden. De zogenaamde Lohnnebenkosten, waaronder de werkgeversbijdragen aan de hoge sociale premies, moeten de komende jaren met minstens twee procentpunten dalen. Het probleem is dat de hereniging van de beide Duitslanden voor een deel is gefinancierd via de bijdragen aan de sociale verzekeringsfondsen. De premies voor ziektekosten, AOW en werkloosheid zijn verhoogd om de uitkeringen in het oosten te kunnen betalen. Daardoor is de werknemer uiteindelijk veel duurder geworden.

“Daarnaast hebben de arbeidsvoorwaarden die werknemers en werkgevers collectief met elkaar hebben afgesproken, zoals de veertiende maand, de kosten verder opgedreven. De Lohnnebenkosten bedragen daardoor momenteel 42 procent van het salaris in plaats van de gewenste minder dan 40 procent. Dat maakt arbeid in dit land eenvoudig te duur.

“Iedereen scheldt op de werkgevers- en werknemersorganisaties die de afgelopen tijd veel te dure CAO's zouden hebben afgesloten. Vroeger zouden veel verstandiger CAO's zijn afgesloten, met langere looptijden en lage loonstijgingen. Dat is overdreven. Al horen de vakbonden niet tot de fanclub van bondskanselier Kohl, ze kennen hun verantwoordelijkheid. IG Metall heeft voorgesteld in sommige moeilijke situaties CAO-voordelen op te geven. In het oosten waar veel bedrijven in de problemen zitten, gebeurt dat al. Dat is een begin. Maar de CAO-partijen moeten met rust worden gelaten, niet iedereen moet zich met de onderhandelingen willen bemoeien.

“Ten slotte zullen de overheidsfinanciën zo moeten worden omgebogen dat er meer voor investeringen wordt uitgetrokken en minder aan sociale voorzieningen. Als al deze maatregelen worden genomen, is het haalbaar dat er de komende jaren twee miljoen extra mensen aan een baan worden geholpen, en tot het jaar 2005 nog eens 500.000. Er is wel haast geboden, want intussen is alweer een jaar verstreken.”

Schiet de arbeidsmarktpolitiek van de overheid tekort?

“Het is een misvatting te geloven dat een actieve arbeidsmarktpolitiek de tekorten in de economie kan corrigeren. Belangrijker is dat de overheid voorwaarden schept zodat er in Duitsland wordt geproduceerd en werk wordt geschapen.

“Er wordt het nodige gedaan aan om- en bijscholing, zodat mensen die door de Strukturwandel hun baan kwijtraken, elders in nieuwe sectoren aan de slag kunnen. Vorig jaar is een vierde van de langdurig werklozen aan het werk gekomen. Dat is alleen niet genoeg.”

Op een ander instrument dreigt te worden bezuinigd. De 'Arbeitsbeschaffungs-Massnahmen' voor werklozen (ABM, een soort 'Melkert-banen') staan onder druk. Zijn deze kunstbanen overbodig geworden?

“Er is veel kritiek op dit soort werkgelegenheidsmaatregelen, omdat hiervan vooral in het oosten veel gebruik wordt gemaakt. In totaal hebben 240.000 mensen een ABM-baan, driekwart van hen woont in de nieuwe deelstaten. Ik vind de kritiek niet gerechtvaardigd.

“In het oosten ontbreekt een gezonde arbeidsmarktstructuur. Wij proberen mensen een nieuwe kans te geven. Een ABM-baan is een brug naar een echte baan. Die zijn er helaas niet genoeg.

“Ik houd vol dat deeltijdwerk hier een belangrijke rol kan spelen. Het autoconcern BMW laat met zijn fabriek in Regensburg zien dat het kan. Daar is een intelligent model uitgedacht waarbij overuren in banen zijn omgezet. Iemand moet er gewoon mee beginnen, dan ziet de rest dat het kan.”

Acht u sociaal-economische hervormingen binnen het veel geprezen 'Rijnlandse model' mogelijk, of gaat het systeem op de helling?

“De sociale markteconomie is goed uitgerust om de problemen op te lossen. Je moet alleen weten welke instrumenten je hebt en welke resultaten je ermee kunt bereiken. Als je de economische ontwikkeling van de Verenigde Staten met die van Duitsland vergelijkt, hebben beide landen de afgelopen jaren ongeveer eenzelfde economische groei gehad.

“Begin jaren zeventig was de werkloosheid in Amerika een veelvoud van die in Duitsland. Wij hebben de produktiviteitsstijging in het bedrijfsleven doorgegeven in lonen. Amerika is een andere weg gegaan en heeft meer mensen aan werk geholpen. Ieder land heeft zijn eigen methode problemen op te lossen.

“Duitsland moet optimaal gebruik maken van de mogelijkheden die er zijn. Er is meer innovatie nodig. Het aandeel van hightech-produkten in onze export is met 14 procent onderontwikkeld. In Amerika is dat 40 procent. We stonden altijd bovenaan op het gebied van de techniek. Nu blijkt uit enquêtes dat 17 procent van de Duitsers technische vooruitgang Teufelszeug vindt. Dit is niet het klimaat waarin pionierende ondernemingen ontstaan.

“Er kan veel meer worden gedaan om nieuwe bedrijven te scheppen. Er zijn genoeg jonge mensen met goede ideeën die geholpen moeten worden aan risicokapitaal. Dat is het probleem: het kapitaal is er, maar het wordt vrijwel uitsluitend risicomijdend belegd. En de banken werpen veel te veel obstakels op om aan geld te komen.

“Beslissend is of Duitsland aansluiting vindt bij de twee revoluties die momenteel gaande zijn op het gebied van de informatie- en de biotechnologie. Deze revoluties zullen de arbeidsmarkt grondig veranderen.

“Eén ding is zeker: in de volgende eeuw zal Duitsland zich bijzonder moeten inspannen om nog een leidende rol in de export te kunnen spelen.

“Wanneer reuzen als China, India en Brazilië zich tot èchte markteconomieën ontwikkelen, wordt de concurrentie zeer groot. Duitsland mag daarom beslist niet zwakker worden. Want de rest wordt in elk geval sterker. Dat zullen we nog meemaken.”

Jagoda biografisch

Bernhard (Bernie) Jagoda is voorzitter van de Bundesanstalt für Arbeit in Neurenberg. Bij deze zelfstandige, overkoepelende instelling zijn alle 184 arbeidsbureaus in Duitsland aangesloten. Er werken 90.000 mensen. Het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken oefent toezicht uit. In het bestuur van de Bundesanstalt zitten vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties en de overheid.

Jagoda is 56 jaar oud. Hij werd geboren in Kirchwalde (Opper-Silezië, het huidige Polen). Zijn vader werkte in de mijnbouw: met 'een gouden lepel' is Bernhard Jagoda niet opgegroeid. In 1955 werd hij actief in het stadsbestuur van Schwalmstadt in Hessen. Hij werkte onder meer op de afdeling Bijstand.

Sinds 1965 is hij lid van de CDU (Christen Democratische Unie). Tot eind 1992 was hij afgevaardigde in de Bondsdag. In de fractie was Jagoda specialist in sociaal-economische kwesties. Voordat hij in 1993 voorzitter werd bij de Bundesanstalt für Arbeit, was Jagoda staatssecretaris voor Arbeid en Sociale Zaken.