Australië hekelt inzet van huurlingen

WELLINGTON, 26 FEBR. Australië heeft Papoea Nieuw Guinea gewaarschuwd tegen het inschakelen van buitenlandse huurlingen in de strijd tegen de opstandelingen op het eiland Bougainville. In een deze week in het parlement aangenomen motie staat dat het optreden van huurlingen de steun van Australië aan Papoea Nieuw Guinea, inclusief de militaire samenwerking, in gevaar kan brengen.

Het parlement in Canberra dringt aan op een vreedzame oplossing van de oorlog op Bougainville, die nu al meer dan zeven jaar duurt en die aan duizenden mensen het leven heeft gekost. Papoea Nieuw Guinea heeft 150 man, voornamelijk uit Zuid-Afrika en Groot-Brittannië afkomstig militair personeel, gecontracteerd van het Brits-Zuidafrikaanse bedrijf Sandlines International. Dat bureau heeft in het verleden huurlingen ingezet in Afrikaanse landen.

De premier van Papoea Nieuw Guinea, sir Julius Chan, heeft gezegd dat de steun van Sandlines slechts zal worden gebruikt om regeringssoldaten te trainen. Maar volgens berichten in de Australische pers zou Papoea Nieuw-Guinea de huurlingen ook willen inzetten om de leiders van het afscheidingsleger op Bougainville, het Bougainville Revolutionary Army, gevangen te nemen of te doden. De premier van Australië, John Howard, verklaarde deze week in het parlement dat het inzetten van huurlingen in het conflict “een extreem onwelkome ontwikkeling” is in de zuidelijke Stille-Oceaanregio, die “Papoea Nieuw Guinea grote schade kan berokkenen”.

Australië is de belangrijkste internationale hulpdonor van Papoea Nieuw Guinea, een voormalig gebiedsdeel van Australië. Het maakt jaarlijks omgerekend zo'n half miljard gulden over aan de regering in Port Moresby. Hoewel de regering in Canberra heeft verklaard dat zij reeds aangegane hulpafspraken zal blijven nakomen, kan de huidige controverse over de inzet van buitenlandse huurlingen op langere termijn gevolgen hebben. De huidige overeenkomst met Papoea Nieuw Guinea loopt in 2000 af.

De crisis op Bougainville begon eind jaren tachtig uit onvrede van de eilandbewoners - die etnisch gezien dichter bij de inwoners van de nabijgelegen Solomon Eilanden dan bij de rest van Papoea Nieuw Guinea behoren - over de exploitatie van de enorme kopermijn van Pangua op het eiland. De kopermijn, de grootste ter wereld, zorgde in het verleden voor eenvijfde tot een kwart van de totale overheidsinkomsten van Papoea Nieuw Guinea. Maar de lokale bevolking profiteerde nauwelijks van de opbrengsten, terwijl ze wel werd geconfronteerd met grote milieuschade. In 1989 riepen opstandige rebellen de onafhankelijkheid uit van Bougainville en leidden aanslagen van het 'Revolutionaire Leger' tot sluiting van de kopermijn. Papoea Nieuw Guinea antwoordde met een economische blokkade die tot duizenden slachtoffers onder de burgerbevolking leidde, omdat zelfs eenvoudige medicijnen niet meer te krijgen waren.

Het regeringsleger van Papoea Nieuw Guinea heeft het eiland nooit onder controle kunnen brengen. Hoewel Australië Papoea Nieuw Guinea ook militair steunt, weigert de regering in Canberra steun te verstrekken aan operationele militaire acties op Bougainville. De soldaten daar zijn slecht getraind en geoutilleerd. De frustatie van hen en de wens de eindeloos lijkende patstelling te verbreken vormen de achtergrond van de wanhoopsactie van de regring van Papoea Nieuw Guinea om een oplossing te forceren. Premier Julius Can zei onlangs dat hij “er schoon genoeg van [heeft] dat onze jongens in body bags terug blijven komen”.