Zuidkoreaanse regering staat op punt van aftreden

SEOUL, 25 FEBR. In Zuid-Korea werd aan het begin van de middag rekening gehouden met het aftreden van de voltallige regering. De regering neemt daarmee de verantwoordelijkheid op zich voor het fraudeschandaal rond het bedrijf Hanbo, dat afgelopen januari met een schuld van zes miljard dollar ten onder ging.

Op een ingrijpende kabinetswijziging werd gezinspeeld door regeringsfunctionarissen in Seoul vlak nadat de Zuidkoreaanse president, Kim Young-Sam, eerder op de dag de bevolking zijn excuses had aangeboden wegens het schandaal. “De Hanbo-affaire toont het schokkende feit dat corruptie nog altijd diep is geworteld in onze samenleving”, zei Kim Young-Sam in een op televisie uitgezonden toespraak ter gelegenheid van zijn ambtsaanvaarding vier jaar geleden.

Bestrijding van corruptie was een van de belangrijkste beleidsdoelstellingen van Kim bij zijn aantreden in 1993. Critici van de regering zeggen dat het staalbedrijf Hanbo de zes miljard dollar aan leningen alleen met medeweten van de regering moet hebben kunnen bemachtigen. Daarom beschuldigen ze regeringsfunctionarissen van het aannemen van steekpenningen in ruil voor verstrekking van de leningen. In Zuid-Korea heeft de overheid een sterke greep op de financiële sector.

Justitie heeft tot dusver een tiental politici, onder wie een eerder afgetreden minister, en de voorzitter van de Hanbo-groep, Chung Tae-Soo, aangeklaagd in verband met het schandaal. Afgelopen zaterdag zei Justitie dat het geen bewijzen kon vinden dat de 38-jarige zoon van president Kim, Kim Hyun-Chul, betrokken is bij het schandaal. Vanuit de oppositie waren beschuldigingen geuit tegen Hyun-Chul. Hij zou een nauwe band hebben met de top van het bedrijf en verdachtmakingen werden versterkt door het feit dat Hanbo tienduizend exemplaren bleek te hebben aangeschaft van Hyun-Chuls autobiografie.

President Kim - wiens aftreden niet aan de orde is - zei vandaag “beschaamd” te zijn over de verdachtmakingen tegen zijn zoon, die op last van zijn vader nu al zijn openbare functies zal neerleggen. In een demonstratie van berouw vertelde Kim de bevolking: “Alles is het gevolg van mijn gebrek aan deugdzaamheid. Het is mijn verantwoordelijkheid. Nederig accepteer ik alle kritiek die jullie uiten.” In een recente opiniepeiling sprak slechts tien procent van de bevolking z'n goedkeuring uit voor het bewind van Kim. Voor december dit jaar staan nieuwe verkiezingen voor het presidentschap op het programma. Volgens de Zuidkoreaanse grondwet is de presidentiële ambtsperiode gelimiteerd tot één termijn, maar in het parlement heeft een lid van Kims partij gisteren de mogelijkheid van een grondwetswijziging geopperd, omdat “in één termijn niets voor elkaar is te krijgen”.

Pagina 4: 'Nieuwe stakingen uitgesloten'

Kim bood in zijn televisietoespraak ook excuses aan voor de wijze waarop de regering in december een arbeidswet door het parlement heeft gejaagd in afwezigheid van de oppositie. De wet leidde tot een maand van felle stakingen en rellen in Zuid-Korea omdat zij geen vakbondsvrijheid bood. Het parlement vergadert dezer dagen over een nieuw voorstel.

Maar ook het nieuwe wetsvoorstel roept protesten op. Leden van de lerarenvakbond begonnen gisteren een hongerstaking in de kantoren van de oppositiepartijen. Deze vakbond is niet door de overheid erkend en dat zal met de nieuwe wet niet veranderen. “De overheid is bang voor een vakbond van leraren omdat ze over het gehele land verspreid opereert, omdat ze toegang tot alle delen van de samenleving heeft en bovendien wordt gerespecteerd door de bevolking”, zegt Yoon Young-Mo. Yoon is secretaris van de niet-erkende vakbondsfederatie KCTU, de motor achter de stakingen begin dit jaar.

Volgens Yoon biedt de nieuwe wet de regering nog immer de gelegenheid om zijn federatie niet te erkennen en uit te sluiten van overleg met overheid en bedrijfsleven. “De niet-erkende lerarenvakbond is lid van onze federatie”, zegt Yoon, “de regering kan dat als reden gebruiken om ook onze federatie erkenning te onthouden.” Volgens hem is het huidige overleg in het parlement slechts een operatie “om het gezicht van de regering te redden”. Stakingen staan voorlopig echter niet op het programma. “Hwang Jang-Yop, de Noordkoreaanse overloper die nu in de Zuidkoreaanse ambassade in Peking zit, zou hebben gezegd dat arbeidsonrust in Zuid-Korea het communistische Noord-Korea in de kaart speelt. Met de huidige gespannen atmosfeer in Zuid-Korea zijn grote stakingsacties onmogelijk”, aldus Yoon.