Wachttijd voor Riaggs gestegen

ROTTERDAM, 25 FEBR. De wachttijd voor onderzoek en behandeling bij Regionale instellingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg (Riagg) is in de periode 1989-1995 gestegen van 63 tot 87 dagen. Vooral in de volwassenen- en ouderenzorg en, in iets mindere mate, in de jeugdzorg is het gemiddelde aantal wachtdagen toegenomen.

Dit blijkt uit het onderzoek dat het bureau Inter/View in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Ambulante Geestelijke Gezondheidzorg (NVAGG) heeft gedaan. Het bureau voerde in 1990 een zelfde onderzoek uit.

De gemiddelde periode tussen aanmelding en begin van de behandeling blijft ruim onder de maxima die de NVAGG en de Inspectie voor de Gezondheidszorg als norm voor de verschillende zorgsoorten worden gesteld. Voor psychotherapie is de gemiddelde wachttijd 113 dagen, iets meer dan in 1989. In de jeugdzorg bedraagt de gemiddelde wachttijd in 1995 103 dagen, dat is zo'n twintig dagen meer dan in 1989. In deze sector duurt het ook het langst (gemiddeld 39 dagen, waar 21 als maximum geldt) voordat na de aanmelding het eerste gesprek met een medewerker van het Riagg plaatsvindt.

Bij 17 procent van de cliënten was aan het begin van de behandeling de maximale wachttijd overschreden. Vooral bij de jeugdzorg (19 procent) en de volwassenenzorg (19 procent) was dit het geval. Op psychotherapie wachtte 2 procent langer dan de daarvoor als maximum gestelde 295 dagen.