Visie

In zijn bijdrage, van 18 februari, tot het denken over Europa schrijft de heer Heldring: “Nuchterheid is nodig. Alle gepraat over visie - een zinledig woord op zichzelf - is voor banketten of de galerij.” Door de kwalificatie 'zinledig' stelt hij - te - terloops de inhoud van het begrip 'visie' aan de orde. Nuttig, duidelijkheid voorkomt misverstand.

Heldring inspireert de vraag of 'visie' in het normale taalgebruik uitsluitend in verband wordt gebracht met concepten bedoeld als antwoord op grote vraagstukken die door de overgrote meerderheid nog niet zijn onderkend. Naast deze betekenis is er de ruimere, die ook het negatieve omvat. Die bij het waarnemen van eerste symptomen het scenario, of de scenario's ziet waarlangs deze symptomen tot een bedreiging van de samenleving kunnen uitgroeien.

Heldring, meester in het cumuleren van factoren die, al dan niet in synergie, tot mislukking of rampspoed leiden, lijkt het - bij hem nimmer zinloze - begrip 'visie' daarop niet van toepassing te achten? Hij beperkt het tot de constructieve, op oplossingen gerichte versie. In dat geval past de vraag of het woord 'visie' ook zinledig is inzake het initiatief van staatssecretaris George Marshall. Deze zag reeds in 1947 in dat de Europese landen zouden moeten samenwerken. Hij zag ook in dat de vragen uit Europa om de dringend nodige hulp een historische kans boden: een aanbod van hulp op voorwaarde van samenwerking.

Tenslotte: na het begrip 'visie' zinloos te hebben verklaard en te hebben gewezen op de noodzaak van nuchterheid gaat hij voorbij aan de mogelijkheid dat aan problemen die dank zij een superieure perceptie - door velen 'visie' genoemd - zijn onderkend, in alle nuchterheid wordt gewerkt. Wat ook gebeurt.